Het Front National is op zoek naar respect en meer kiezers; Voor grond, gezin en vaderland

Morgen wordt in Zuid-Frankrijk de eerste ronde gehouden van de verkiezingen om het burgemeesterschap en de gemeenteraad van het stadje Vitrolles. Het gevecht tussen het Front National en de rest van de politiek staat model voor de opkomst van extreem rechts als de meest geloofwaardige oppositie in een land in crisis, dat worstelt met Europa en de wereld. Met 1.500 gemeenteraadsleden en 250 regiobestuurders is het Front National in Frankrijk geen tijdelijk verschijnsel meer.

Twee jongemannen met zwarte leren jacks en walkietalkies jagen de zwarte Opel door Vitrolles alsof de vijand volgt. Achterin legt Cathérine Mégret, met verse krullen voor haar verkiezingstoespraak van die avond, me uit wat ze gaat doen als eerste Front National-burgemeester van de stad. Bedrijven krijgen belastingvoordelen als zij voorrang geven aan lokale Franse werknemers. Geboren Fransen, vraag ik, of iedereen met een Frans paspoort? Na even denken: “Français de souche, Fransen van den bloede. Ik weet wel dat het niet mag volgens de wet, maar als je het stadhuis hebt kun je alles. De vorige burgemeester, Anglade, nam voortdurend Arabieren aan. Daar maken wij een eind aan.”

Vitrolles is de Côte d'Azur die u niet kent en ook niet wilt kennen. Woonplaats van veertigduizend mensen, een doorgeschoten industrieterrein omzoomd door modern bedoelde woonwijken, klem tussen autowegen, het vliegveld Marseille-Provence en de Eurocopter-fabriek. Het enige water dat er kabbelt is het Etang de Berre, een binnenmeer dat zijn naam leent aan de grootste raffinaderijen van Frankrijk. De vooruitgang is hier blijven steken op een werkloosheid van ruim 20 procent.

Dezelfde avond, afgelopen donderdag. Extra stoelen worden aangesleept in de Salle de Fête van Vitrolles. Burgers klagen trots over alle cameraploegen. Frankrijk leeft mee met de spannendste verkiezingen van het jaar. In '95 wilde burgemeester Anglade (advocaat, ex-wielrenner en Rocard-socialist) de zaal niet verhuren aan zijn tegenstander Mégret. De verkiezingen van dat jaar zijn ongeldig verklaard wegens ernstige vergrijpen. Tegen Anglade loopt een rechtszaak, Mégret is voor een jaar onverkiesbaar verklaard. De tweede man van het Front National in Frankrijk heeft daarom zijn 37-jarige echtgenote Cathérine ingezet onder het motto 'Eén Mégret werd u onthouden, dan krijgt u er twee'.

De lichten gaan uit. Een operakoor uit de luidsprekers. Door het gangpad schrijdt het paar Bruno en Cathérine Mégret naar voren. Hij lijkt nog schrieler dan anders in de tv-lampen, de burgemeester in spe straalt in haar witte pakje als een bruid op de eerste lentedag. Op het podium ingehaald mag ze direct haar speech voorlezen. Afgezien van wat hoge uithalen staat zij pal. Maar de Evita van Vitrolles is slechts het voorprogramma. De hoofdattractie is Bruno Mégret.

Hij draagt geen emotie over, maar hij is slim en geestig. Zijn tong is een giftige gesel. Wie door Mégret is besproken behoeft opvang. Hoewel hij niet meer dan 'woordvoerder en adviseur' van 'de ploeg-Mégret' is, zet hij in ruim een uur de grote lijnen van het te voeren beleid uiteen. Verdubbeling van de politie, verlaging van de belasting. Hij praat veel over Fransen, heel weinig over immigranten. Tot slot lof voor het duizendkoppig gehoor: “U bent zo lucide en moedig hier te komen, ondanks alle dreigementen en desinformatie. U vormt een burger-elite, u bent de voorhoede van ons volk dat wakker wordt!”

Tien dagen eerder, zondagmiddag. De oude feestzaal dichtbij de Arc de Triomphe, in deftig Parijs, zit vol ouders, grootouders en net aangeklede kinderen. Het Front National viert het Fête de la Famille. Er worden Clovis-liedjes gezongen en er is een clown. In de hal staat een stand van de geestverwante padvinders. Hun devies luidt: “Ik ben trots cadet de France te zijn. Mijn ideaal is gebonden aan grond, gezin en Vaderland. Ik wijs de twijfel en de leugen af, ik geloof in enthousiasme, durf, eer en loyaliteit. (..) Ik zweer trouw aan de vlag van ons Frankrijk.”

Gastvrouw is Martine Lehideux, een strakblonde dame in de zestig, die vice-presidente van de partij en voorzitster van de Parijse afdeling is. De opkomst suggereert dat de algemene verkiezingen over een paar weken in plaats van over veertien maanden zijn. Verdwijnt het taboe op openlijk FN-lidmaatschap in de hoofdstad merkbaar? Lehideux: “Steeds meer mensen zuchten onder de immigratie. Het 18e, 19e en 20ste arrondissement zijn volkomen van karakter veranderd. Hele straten hebben niet één Franse winkelier meer. Ik heb ook in kalme wijken nieuwe leden geboekt. Wat er gebeurt is verschrikkelijk. Ik ben in Parijs geboren. Vroeger was het leven dorpsachtig.”

De vader van het familiefeest, Jean-Marie Le Pen, laat niet op zich wachten. Met zijn sarcastische tirades tegen de politieke bovenlaag warmt hij de zaal snel op. Cijfers spreken. In 1950 gaf Frankrijk 22 procent van zijn bruto nationaal produkt uit aan ondersteuning van families, in 1997 nog maar 2,1 procent, een tiende. “Het is dramatisch: de vruchtbaarheid blijft dalen, Frankrijk kan zijn bevolking niet eens op peil houden. Vier presidenten hebben een rampzalige massa-immigratie toegestaan, maar dat is niet de oplossing. Het is tijd dat aan het hoofd van Frankrijk iemand komt te staan die zegt: Gezinnen, ik houd van u!”

René-Sébastien is een seminarist uit Toulon. Hij is in habijt naar de bijeenkomst gekomen omdat Le Pen “de meest katholieke politicus van Frankrijk” is, al betreurt hij dat zelfs Le Pen abortus en euthanasie niet categorisch afwijst. De jeugdige geestelijke is geen lid, maar deelt de zorg van het Front over de immigratie. “De Gaulle zei al: 'als het zo doorgaat woon ik in Colombey-les-deux-mosquées' (in plaats van Colombey-les-deux-églises, red.). Het is zeker een christelijke plicht gastvrij te zijn, zo lang het gelijk oversteken is. Maar zij nemen alleen. De islam is de tweede godsdienst van Frankrijk, in Roubaix al de eerste. Straatsburg, Toulouse, Marseille en Lyon zijn er niet ver van af. Dat is niet normaal. Zo gaat het idee van je eigen volk verloren.

Vichy-fascisten

Le Pens nadruk op de gezinspolitiek sluit logisch aan op de oude Franse angst voor onderbevolking. Die was al merkbaar na de Frans-Duitse oorlog van 1870 en de Eerste Wereldoorlog. In 1939 gaf de linkse regering van Daladier vorm aan dezelfde vrees met de Code de la Famille die, net als Le Pen nu, een premie stelde op actieve vaders en barende moeders.

Zo past het Front National, dat in 1972 door de voormalige Algerije- en Indochina-strijder Jean-Marie Le Pen en andere nationalisten werd opgericht, in de bedding van extreem rechts in Frankrijk: van het boulangisme (eind 19e eeuw) en La Rocque's Parti Social Français (eind jaren '30), tot het poujadisme (1956) en de presidents-kandidatuur van Tixier Vignancour (1965).

In het begin was het Front National, zoals Guy Konopnicki zegt in Les Filières Noires (Editions Denoël, 1996), “een vreemd mengsel van uitgeweken Afrika-kolonialen, oude Vichy-fascisten, ultra-katholieken, heidenen met een voorliefde voor Keltische rituelen, Libanon-avonturiers, studenten politieke wetenschappen en nostalgisch-decadente aristocraten.” Als voormalig communist herkende Konopnicki veel organisatievormen en zelfs mensen bij zijn rondtocht door het Front National.

Le Pen was en is nog steeds de meest bedreven politicus van het Front. Hij had voor de oprichting al in de Assemblée Nationale gezeten, eerst in '56 achter de middenstands-held Pierre Poujade, daarna in '58 voor het CNI, een samenraapsel van provinciale notabelen waar ook Giscard d'Estaing toe behoorde. De verkiezingsresultaten bleven bescheiden, tot het Front National in 1984 voor het Europees Parlement 11 procent van de stemmen kreeg. Daarna kon het FN steeds rond de tien procent halen met als uitschieter de presidentsverkiezingen van 1988: 14,4 procent. Tussen '86 en '88 liet Mitterrand door 'een mate van evenredige vertegenwoordiging' de frontisten toe tot de Assemblée - met de opzettelijke overweging de 'gewone' rechtse partijen te schaden.

Bij de Kamerverkiezingen van 1993 bleek dat het Front in de breedte wortel had geschoten: 12,5 procent. Het leverde geen zetel meer op - het kiesstelsel was al weer teruggedraaid in gaullistische zin: een districtenstelsel dat de winnaar een ruime meerderheid garandeert en een hoge drempel opwerpt voor de kleintjes. Bij de presidentsverkiezingen van 1995 haalde Le Pen 15 procent van de stemmen, 4,5 miljoen Fransen. De achtergrond van dat succes was nog veelzeggender dan de score, aldus de politicoloog Pascal Perrineau, Front-kenner bij uitstek.

“In tegenstelling tot het stereotype beeld bestaat het electoraat van het Front National al lang niet meer uit verstokte Vichy-fanaten”, schrijft Perrineau (in Combattre le Front National, red. David Martin-Castelnau, uitgeverij Vinci, 1995). Onder jongeren is het FN een reële keus. Bij de presidentsverkiezingen van 23 april '95 heeft 18 procent van de Fransen tussen 18 en 34 jaar op Le Pen gestemd. Van de 65-plussers kozen maar 9 procent de FN-kandidaat - “Misschien herinneren die zich nog de fouten van extreem rechts tussen '40 en '45”, veronderstelt Perrineau. Stoere taal speelt kennelijk een rol: 19 procent van de Franse mannen koos voor Le Pen, tegen 12 procent van de vrouwen. Reden voor Bruno Mégret van de nood een deugd te maken en zijn Cathérine als vernieuwing te presenteren.

Het meest opvallend in '95 was dat het Front National de grootste partij werd in de arbeidersklasse. Tussen '84 en '87 waren de kiezers nog vooral kleine zelfstandigen, tussen '88 en '89 kwam daar winkel- en werkplaatspersoneel bij. Het FN is inmiddels 'geproletariseerd'. Dertig procent van de arbeiders stemde in 1995 op Le Pen, 11 procentpunt winst in zeven jaar. De socialist Jospin haalde in '95 maar 21 procent, de Chirac van de 'sociale tweedeling' 19 procent en de communist Hue 8 procent. Onder de drie miljoen werklozen is Le Pen ook nummer één met 25 procent. De oververtegenwoordiging bij het Front National van kleine zelfstandigen, grotere zakenlui en de vrije beroepen is inmiddels voorbij: van 20 à 30 procent in '88 naar rond de 10 procent in '95.

Perrineau spreekt van een sterk 'gaucho-lepénisme': van oudsher linkse kiezers die in wanhoop hun toevlucht tot Le Pen zochten en pas in de tweede ronde, op sociale gronden terugvielen op de socialistische kandidaat. Eén ding is zeker: Le Pens aanhang is niet rechtser meer dan de rest van Frankrijk.

“Ik zeg wat iedere Fransman die zijn land liefheeft op zijn lever heeft”, oreert Le Pen staande voor een immens geschilderd achterdoek dat hemzelf uitbeeldt. De man die tien jaar geleden zei dat de gaskamers van de nazi's een “detail in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog” waren en er een boete van een half miljoen gulden voor kreeg, roept tot duizenden toegestroomde aanhangers op de Weide van Reuilly, even buiten Parijs: “Het enige wat de huidige elite tegenover de decadentie stelt, is intellectuele terreur. Niet de boeven aanpakken die Frankrijk onveilig maken, maar proberen ons de mond te snoeren! Ik heb nooit gezegd dat het ene ras superieur is aan het andere. Het enige wat ik beweer is dat er rassen bestaan, een waarheid als een koe. Het inferieure ras ken ik ook, dat zijn Fransen van den bloede. Die worden in ons eigen land behandeld als paria's!”

Deze Bleu-Blanc-Rouge-dag is niet anders dan alle andere manifestaties van het Front National: de opkomst is overdonderend, de instemming groot. Het publiek is steeds diverser, een vol metrostation ziet er niet anders uit - afgezien van de vlaggen en de insignes. De agenda wisselt, het thema blijft gelijk: het verval van Frankrijk en het enige alternatief, 'le renouveau national', de nationale vernieuwing, politieke herbewapening zou je haast vertalen. Le Pen praat lang, opgewonden en onsamenhangend. Sleutelwoorden zijn 'la préférence nationale', 'mondialisation' (globalisering), 'français' en 'la magouille' (de knoeiboel van de regeerders). Hij rijgt citaten van zijn tegenstanders - even goed links als rechts - aan elkaar, om er op gezette tijden een dreun tegen te geven. De actualiteit biedt hem altijd wel een vers corruptie-schandaal van een minister of burgemeester.

Afhankelijk van het soort evenement komt een publiek dat van landdagen, ridderspelen, eten en drinken of studieuze vergaderingen houdt. Zwart leer en pitbulls worden wat geweerd de laatste tijd.

Het Front National, dat geen partij maar een beweging wil zijn, steunt de Fransen in hun dagelijkse problemen door spreekuren te openen en vakbonden op te richten. Dat is gelukt binnen de politie en bij het openbaar vervoer en door de rechter voorlopig verboden in het gevangeniswezen. Het FN heeft zich in bewonerscommissies in sociale woningbouw-wijken gedrongen: het Front deed mee in 60 van 260 recente verkiezingen en haalde gemiddeld 20 procent van de stemmen.

Daarnaast is de laatste jaren een web van 'nationale' studieclubs, stichtingen en verenigingen in het leven geroepen: het Front National de la jeunesse (geleid door Samuel Maréchal, schoonzoon van Le Pen), Renouveau Lycéen, Renouveau Etudiant, Mouvement de la Jeunesse d'Europe, Cercle national des Combattants, Résistance fiscale, een actiegroep tegen abortus, voor herstel van de doodstraf, ter ondersteuning van kleine zakenlieden en een SOS Solidariteit-Werkloosheid. En dan zijn daar nog de curieuze Cercle des juifs de France en de Alliance générale contre le racisme et pour le respect de l'identité française-chrétienne.

Die geuren

“Jean-Marie Le Pen heeft met zijn opmerkingen over de ongelijkheid der rassen geen doctrine over de hiërarchie der rassen willen formuleren. Dat is zo intolerabel in dit land: hij noemt een evident feit en men maakt er direct een hoop morele ophef over. Door in te gaan tegen de dicatuur van de politieke correctheid vergroot Le Pen voor iedere Fransman het veld van de vrijheid.”

Bruno Mégret kiest zijn woorden moeiteloos, zittend achter zijn smetteloze bureau op het hoofdkantoor van het Front National, waar hij de titel délégué général draagt. Hij is de tweede man van het Front, de strateeg en ideoloog van de beweging. Met zijn ingenieurs-opleiding aan de Ecole Polytechnique en masters degree van Berkeley is hij niet de enige gestudeerde in huis. Le Pen is jurist. De andere kroonpins, Bruno Gollnisch, is linguïst en universitair ver doorontwikkeld. Maar Mégret drukt zich nooit luid of volks uit. Le Pen, die volgend jaar 70 wordt, zou hem daarom, en ook vanwege zijn tengere gestalte, de hoogste plaats niet zien vervullen - maar wie duldt le patron wel als opvolger?

Het hoofdkantoor van het Front National, net over de Seine-brug in Saint-Cloud, is dichtgeschroefd met fijnmazige hekken, alsof er een zeldzame diersoort in quarantaine zit. Geen enkel bord geeft aan welke instelling er huist. Op Mégrets werkkamer herinnert slechts een bescheiden krijtportret van Jean-Marie Le Pen aan de partij. Hier geen posters zoals die op de gang: 'Als wij komen, vertrekken zij!'

Praten over rassen en Fransen en buitenlanders, moedigt dat niet aan te denken in termen van 'wij tegen de rest'? Ik vertel Mégret over een 1-mei-manifestatie voor de Opéra in Parijs waarop het Front National Jeanne d'Arc en de dag van de arbeid integraal herdacht. Aanhangers van Le Pen maakten volstrekt duidelijk dat we er als buitenlanders niet thuishoorden. Wonderlijk genoeg namen twee skinheads ons net op tijd in bescherming.

Mégret: “Wij zijn niet verantwoordelijk voor de mensen die onze bijeenkomsten bijwonen of op ons stemmen. Het Front National is niet racistisch, maar er zijn racisten in Frankrijk. Vergeet niet: het Front National voorkomt dat er gewelddadige, racistische rellen uitbreken in Frankrijk. Wij geven een uitingsmogelijkheid aan de mensen die het meest lijden onder de economische crisis. Zonder ons zou er waarschijnlijk een explosie van wanhoop zijn. Mensen in buitenwijken met veel immigranten zit het tot hier: 'die geluiden en die geuren', zoals Chirac dat aanduidde, de onveiligheid en dan moeten aanzien dat die immigranten veel meer uitkeringen opstrijken dan zij, alleen omdat ze veel meer kinderen hebben en niemand aan het loket ze iets durft te weigeren.”

Politieke mythe

Ook degenen die nog niet zijn meegesleept door de wereldvisie van het Front National zijn er langzamerhand van overtuigd dat het niet genoeg is Le Pen voor gek en gevaarlijk uit te maken. In het nationaal cultuur- en danscentrum Châteauvallon (in de heuvels boven Toulon) komen regelmatig intellectuelen bijeen die zich afvragen wat Frankrijk moet leren van Le Pens onstuitbare opkomst. De FN-burgemeester van de stad heeft directeur Gérard Pacquet inmiddels bijna weggewerkt.

De gezaghebbende socioloog Michel Wieviorka is een van de weinigen die het debat met het Front National frontaal aangaat. Hij publiceert over racisme, immigratie en nationalisme en komt naar de tv-studio als dat nodig is. Naar zijn mening is het Front National “een gecompliceerd antwoord op een serie problemen, een politieke mythe die in één beweging een verzameling beloftes biedt: een gegarandeerde terugkeer naar economische bloei, het goed functioneren van de instituties, een herbevestiging van de natie, de regio en de stad - en dat alles door uitbanning van de uitverkoren zondebokken, de immigranten.”

In zijn piepkleine kantoor op de Ecole des Hautes Etudes en science sociale in Parijs tart de hoogleraar het Front National en de klassieke partijen evenredige vertegenoordiging in het parlement aan te durven: “Dan moet het Front National kiezen tussen de respectabiliteit waar ze altijd naar hengelen, en de beuk erin gooien, hun revolutie uitvoeren. Veertig, vijftig parlementariërs hebben en dan toch zeggen: met onze vijftien procent zijn we paria's, dat kan dan niet meer. Het vereist alleen meer politieke moed dan de andere partijen kunnen opbrengen. Zowel links als rechts moeten zichzelf opnieuw uitvinden. Door samen zo angstig op het Front National te reageren, met gepraat over een Front Républicain, bevestigen zij wat het Front National altijd roept: dat de rest één pot nat is. Laten zij het debat over echte ideeën maar aangaan en geen concessies aan extreem-rechtse eisen doen - zoals de regeringen met de immigratiewetgeving voortdurend doen.”

Bruno Mégret beaamt, als ik hem er naar vraag, dat het Front National niet meer zo'n haast heeft evenredige vertegenwoordiging te vragen. “Wij hebben niets te eisen, maar als we konden kiezen zouden we sterk aarzelen. We komen sneller in de Assemblée met een evenredigheidsstelsel, maar als we eenmaal winnen, hebben we met het huidige systeem een grote meerderheid. En die is dan volkomen legitiem. Wij zouden dan weinig aanleiding zien het systeem te wijzigen.”

Recept

Voorlopig is het nog niet zo ver en zwoegt het Front National om als drager van een economisch alternatief voor vol te worden aangezien. “Het Front National wordt in staat geacht om immigratie-vraagstukken en problemen rond de onveiligheid op te lossen”, schat Mégret, “maar wij hadden een gebrek aan geloofwaardigheid op sociaal-economisch gebied, zeg maar de werkloosheid. Frankrijk is een hoge drukpan waarvan de deksel is dichtgeschroefd, wij staan voor een sociaal drama als gevolg van de globalisering van de economie. Het 'mondialisme' is onze vijand. Door de open grenzen moet de Franse industrie direct concurreren met landen waar de lonen veel lager zijn en de munt opzettelijk wordt onder gewaardeerd. Die oneerlijke concurrentie doet onze ondernemingen failliet gaan of uitwijken. Mondialisme is synoniem aan werkloosheid, armoede, failliet gaan van de sociale zekerheid. Als dat doordringt zal men inzien dat het Front National het antwoord is.”

Het recept van een FN-regering is eenvoudig: alle Europese verdragen worden opgezegd, weg met Maastricht, Schengen, Europese regelgeving en EMU. De vrijhandel wordt vervangen door gereguleerde handel. Om het evenwicht te herstellen wordt een douanetarief van 10 procent ingesteld. Als de EU dat aan de buitengrenzen overneemt, des te beter.

Het economische betoog van Mégret verschilt niet principieel van wat de stakers zeggen die deze week en volgende woensdag het treinverkeer in heel Frankrijk platleggen. Die zijn ook tegen het Europa van Maastricht, tegen iedere aantasting van verworven rechten, tegen het risico van succes op de wereldmarkt. Het Front National illustreert perfect de kloof tussen de elite en grote delen van het Franse volk.

Degeneratie crisis

L'Institut français d'action culturelle opent zijn gebruikelijke lezingen-serie. In het Maison de la Chimie, in het regeringskwartier van Parijs, zijn de stoelen niet aan te slepen. Een fel, meest ouder publiek wil de eerste avond niet missen. Het thema is 'Les grandes crises françaises et les idéologies destructrices'. Gasthistoricus: J.M. Le Pen.

Net terug van vier dagen verbroedering met de wegens oorlogsmisdaden gezochte Servische leider Šešelj maakt de grote roerganger een salto mortale door de wereldgeschiedenis van Frankrijk. Koning Clovis troont, in zijn rede, katholiek en Frans als geen ander op grote hoogte. Hendrik IV bekeerde zich ook terecht tot het geloof van 'de meerderheid van zijn volk'. Maar Rousseau en de Verlichting waren missers, de Franse revolutie een 'degeneratie crisis'. De Tweede Wereldoorlog een probleem apart: “Over communistische collaborateurs wordt stelselmatig gezwegen, maar omdat Vichy faalde, krijgt nationalistisch rechts altijd de schuld van alles.”

Le Pen springt van de hak op de tak en beschimpt nu eens Chiracs voorliefde voor primitieve kunst, dan weer het homohuwelijk. Het doet er weinig toe. De verzamelde oud-strijders en hun zusters drinken het gedeelde vooroordeel met volle teugen in. De wereld is een en al onrecht. Gelukkig is er nog één die het durft te zeggen.

De filosoof Pascal Bruckner schreef in '95 (in Combattre le Front National): “Extreem rechts pretendeert tegenwoordig het enige alternatief te zijn voor de crisis, voor de aftakeling van het sociale weefsel. Het Front National wijst het idee van het eind van de geschiedenis totaal van de hand, integendeel, het doet zich voor als de ideologie die kapitalisme en liberalisme vervangt, het totaal-systeem dat de westerse maatschappij opnieuw grondvest. Een pijnlijke verrassing, zes jaar na de val van de Berlijnse Muur.”