Geen byte te veel

OVER BILL Gates, die puissant rijke puistenkop die nu al jaren magistraal wraak neemt op de wereld waar hij nooit in paste, gaan veel verhalen. Over de wonderlijke manier waarop hij sociaal onbenul en scherp zakelijk instinct in zich verenigt, over zijn stinksokken en ongewassen vette haren, en over zijn welhaast spreekwoordelijke zuinigheid.

Zo gaat hij, allang beroemd en multimiljonair, op een avond even langs de avondwinkel voor wat blikjes cola. Het is er druk, er staat een flinke rij voor de kassa. Als Gates moet afrekenen, begint hij langdurig in zijn zakken te rommelen. De rij achter hem mort. “Twee dollar tachtig, meneer...”, spoort de caissière de bijziende softwarekeizer aan. “Ja, eh, maar ik moet nog ergens een kortingsbonnetje voor vijftig dollarcent hebben”, zegt Gates, “het móet hier ergens zijn”, en hij zoekt onverstoorbaar verder. Dan komt uit de rij een mannenhand naar voren. Met een ironisch “Alstublieft, meneer Gates” legt de eigenaar twee kwartjes voor hem neer. En het ongelooflijke gebeurt: Gates pakt zonder meer de kwartjes op, rekent af, en verdwijnt door de winkeldeur in het duister. Zo blijf je rijk.

Gène kent Gates niet, zodat hij zijn zuinigheid tot veler afgrijzen ongeremd botviert, niet alleen bij de avondwinkel, maar ook in het groot. Dat is de reden dat het aloude krakkemikkige DOS nog steeds bestaat. DOS is ooit, op basis van een voor een habbekrats opgekocht doe-het-zelfsysteempje, haastig in elkaar gezet, omdat Gates IBM had wijsgemaakt dat hij een besturingssysteem voor personal computers kon leveren. Daarbij zijn tal van aanvechtbare beslissingen genomen, soms uit nood, soms omdat niemand kon voorzien hoe explosief de techniek van de PC zich zou ontwikkelen. Geen enkel toen ontwikkeld systeem had optimaal kunnen zijn toegesneden op de PC van vandaag. Desondanks staat zelfs Windows'95 nog altijd op de lemen, dik in noodverbanden ingezwachtelde voeten van DOS. Niet dat er geen betere, modernere besturingssystemen bestaan. Daarvan zijn er tientallen. Microsoft heeft er zelfs één in eigen huis: Windows-NT. De reden is veeleer dat DOS er nu eenmaal al was. Als je zo'n kant en klaar produkt eenmaal bezit, redeneert Gates, waarom zou je het dan niet zo lang mogelijk blijven verkopen? Je kunt zoiets schaamteloos uitmelken noemen, maar ook het toppunt van klantgericht denken.

Een van de beperkingen van DOS - en dus ook van Windows'95 - besprak ik hier twee weken geleden: de oneconomische manier waarop grote harde schijven (een van die ontwikkelingen die Gates indertijd niet kon voorzien) benut worden. Op een floppy is de omvang van een cluster, dat is de minimale beschrijfbare eenheid, 0,5KB. Een bestand kost daar dus altijd een halve KB of een veelvoud daarvan aan opslagruimte. Op een fikse harde schijf worden de clusters echter veel groter, tot wel 32KB toe. Een grote schijf met vooral korte bestandjes, zoals brieven, nota's en memo's, loopt dus veel harder vol dan de echte omvang van die bestandjes doet vermoeden: ook een éénregelig briefje betekent immers weer ongeveer 32KB schijfruimte weg. Een goede manier om daarin verbetering te brengen, zou het opsplitsen van een grote harde schijf in diverse kleinere zijn, met overeenkomstige kleinere clustermaten. Maar omdat daarvoor de schijf opnieuw geformatteerd moet worden, en de doorsnee PC tegenwoordig met een macht aan kant en klaar geïnstalleerde software wordt geleverd, is dat nauwelijks te doen.

Gelukkig is dat laatste niet helemaal waar. Wie nu een PC met een echt forse schijf koopt, kan profiteren van een andere beperking van datzelfde DOS: schijven van groter dan 2,2GB kan DOS helemaal niet meer in één keer aan. Die zijn dus altijd bij aflevering al in twee delen, partities geheten, gesplitst. Op het scherm ziet dat eruit alsof u twee onafhankelijke harde schijven heeft, de logische (in plaats van fysieke) stations C: en D:. In werkelijkheid zijn die stations uiteraard niet onafhankelijk. C: is het eerste stuk van de schijf, de primaire partitie. Station D:, de secondaire partitie, is een soort bijwagen. Nu is de grap dat u met secondaire partities kunt rommelen zonder dat de primaire partitie daar last van heeft. U kunt die secondaire partitie bijvoorbeeld opdelen in een heel stel logische stations, elk met een aanvaardbare clustergrootte. Het resultaat is nog overzichtelijker ook: C:, de primaire partitie, waar u van afblijft, gebruikt u bijvoorbeeld uitsluitend voor programmatuur, en verder heeft u ineens een eigen station voor uw correspondentie, één voor uw financiële beslommeringen, één voor alles wat met spoortreintjes te maken heeft, of wat u maar wilt.

Het werkt als volgt. Is uw station D: groter dan 512MB, dan heeft het echt zin om de boel te splitsen. Parkeer dan eerst alles dat op schijf D: staat op schijf C:. Open daarna de Verkenner of het bestandsbeheer, en zoek op schijf C: het programma FDISK op. Start dat. Kies nu eerst [3] om het logische station D: in de secondaire partitie te verwijderen. Daarna, als D: weg is, kunt u met keuze [1] verschillende nieuwe logische stations in de secondaire partitie definiëren. Doe dat zo dat de omvang van elk logisch station zo dicht mogelijk onder de 512MB (clustergrootte 8KB), of 1024KB (clustergrootte 16KB) ligt. Heeft u bijvoorbeeld een schijf van 3,8GB, dan zal de primaire partitie 2047MB zijn. U heeft dan ruim 1600MB over, genoeg voor vier logische stations van dik 400MB. U kunt bij het instellen zowel de omvang van elk station in MB opgeven, als ook eenvoudigweg in procenten van de beschikbare ruimte. Sluit tenslotte FDISK netjes af, en u heeft uw nieuwe stations... bijna. U zult merken dat u geen toegang tot de nieuwe stations heeft. Daarvoor moet u ze nog formatteren. In Windows gaat dat via het bestandsbeheer, in Windows'95 dubbelklikt u op het pictogram 'Deze Computer'. Daarna selecteert u telkens het juiste station, en kiest u 'Formatteren' in het menu bestand, en klaar is Kees.

Apple-bezitters hebben zich nu rotgelachen, maar trek u dat niet aan. Met de Apple kan op dit gebied nu eenmaal veel meer, maar hoeveel weten die Applelaars vaak zelf niet. Daarover een andere keer.

    • Rik Smits