Ethische normen

Bedrijven als Shell, Heineken en Nutricia worden opnieuw geconfronteerd met normen betreffende hun doen en laten. Dit neemt toe omdat er bij een terugtredende overheid sprake is van een heractivering van de civil society als aanvulling op de huidige maatschappelijke besluitvorming.

De aanwas van kritische organisaties vindt niet plaats bij consumptieve verbonden, maar bij de nieuwe sociale bewegingen, zoals Greenpeace, die zich bezighouden met morele kwesties, natuur en milieu en internationale solidariteit.

Dit vereist niet dat de onderneming ook actiegroep wordt, zoals J.J. van der Vuurst de Vries op 21 januari in NRC HANDELSBLAD schrijft als reactie op mijn bijdrage van 3 januari, maar dat de onderneming zich publiek en politiek opstelt en daartoe intern ondersteunende functies creëert met organisatorische voorzieningen. Het gaat er daarbij niet om dat ondernemingen de ethische normen bepalen in landen waar zij actief zijn, maar dat zijzelf keuzes maken in ethische kwesties.

Shell had in Nigeria toch ook anders kunnen handelen? Shell stimuleert de dialoog. Zo lopen sinds tien jaar in het kader van deze dialoog ook bij Shell linkse politici stage. Twintig jaar geleden was dat ondenkbaar geweest. Waarom dan nu geen managers van actiegroepen bij Shell detacheren?

In de Nederlandse corporatistische traditie zijn we gewend aan managers die deelnemen in beleidsvormingsprocessen van de overheid. Hiermee breiden managers hun managementtaak uit naar de politieke markt.

Veel moeilijker is het management op het publiek domein. Samenwerking met ideologische tegenstanders vereist andere vaardigheden dan petroleumkunde. Maar voorwaarden zijn het inzicht in en de wil om kritiek uit de Nederlandse samenleving op het doen en laten van ondernemingen serieus te nemen en morele keuzes te maken. Beter dan “het oor gestructureerd tegen de grond te leggen” zou Shell de wijze waarop het voor aandeelhouders vloeibaar goud uit de grond haalt en raffinagevuil aan moeder aarde teruggeeft, grondig kunnen legitimeren aan het grote publiek als kleine belanghebbende.