Een close-up van een harige kuit als pure dans

Zondag. Dans op 3: Through my eyes. 15.00-15.12u.; en Carmen. 15.12-16.05u.

Hans van Manen was in 1979 een van de eerste choreografen die begon te experimenteren met video. Live heette die produktie: in theater Carré filmde cameraman Henk van Dijk twee dansers, nietige figuurtjes middenin de grote zaal. Die beelden werden ter plekke geprojecteerd; de toeschouwers konden zo kiezen tussen heel de danser op het toneel, en een groot videoscherm daarachter. Daarop waren vaak niet meer dan fragmenten te zien - twee voeten die Van Dijk ruggelings filmde, een arm, een paar dwingende ogen.

Al dan niet bewust verbeeldde Van Manen toen al het dilemma van gefilmde dans. Toen Live twee jaar geleden opnieuw werd uitgevoerd, bleek het een voorstelling om wispelturig van te worden. Want waarnaar te kijken? Naar die hele danser 'live', omdat de rest van het lichaam altijd meedoet, ook al beweegt alleen een arm? Of naar alleen die arm op het scherm, omdat de beweging zich daar concentreert? Hoeveel kun je weglaten zonder dat dans tot stilstand komt?

In de derde reeks Dans op 3 die de NPS tot en met 31 maart uitzendt - ruim 40 dansprodukties in drie maanden - is een keur aan variaties op dansregistraties vertegenwoordigd. De NPS (co-)produceert een aantal programma's zelf, en koopt de rest jaarlijks op het Dance Screen Festival in Lyon, waar jaarlijks inmiddels honderden nieuwe dansfilms zijn te zien. Dance Screen deelt ze in in 4 categorieën: rechttoe-rechtaan registraties van een voorstelling, adaptaties van een oorspronkelijke choreografie die op het toneel of in de studio worden opgenomen; dansfilms waarin een choreografie slechts uitgangspunt voor de filmer is, en documentaires. Die documentaires uitgezonderd, focust de camera zich in de categorieën van registratie tot dansfilm in toenemende mate op het detail.

Hoe ver een filmer daarin kan gaan, is te zien aan de produktie Through my eyes, die morgen wordt uitgezonden. Regisseur Gert Weigelt brengt in vier korte filmpjes een hommage aan de choreografen Hans van Manen, Mats Ek, William Forsythe en Pina Bausch. Het is basiskost voor wie zich op hun verschillende stijlen wil oriënteren. Het Bausch-filmpje begint met een close-up van twee damesvoeten in zwarte lakpumps. De moorddadig scherpe hakken kraken fijntjes twee nootjes, schoppen even later een piepklein decortje aan diggelen, en prompt denk je aan de agressieve emoties die in de voorstellingen van Bausch altijd op de loer liggen.

Des te koeler zijn de filmpjes bij Van Manen en Forsythe, die met dans alleen dans wensen uit te drukken. Van Forsythes bewegingen toont Weigelt met behulp van oplichtende driehoeken, cirkels en vierkanten de zuivere meetkunde waartoe ze zijn te herleiden; bij Van Manen gaat hij te werk als een anatoom: onmogelijk dicht op de dansershuid laat hij zien dat schoonheid hier een kwestie is van spieren, adem en gewrichten. Zo blijft zelfs een close-up van een harige kuit hier toch pure dans.

Terwijl beginnende choreografen zich nogal eens bezondigen aan het teveel, en hun voorstellingen onnodig volproppen met een stortvloed van bewegingen en special effects, gaan ze in combinatie met jonge filmmakers juist vaak opvallend ingehouden te werk. Less is more geldt in de speciaal voor de NPS geproduceerde zesdelige serie 4 TokenS (3 en 10 maart te zien) in ieder geval voor de choreografieën. Dat het duo Eva Huttunen/Ian Kerkhof het lef had om flink te experimenteren siert ze, maar met dans heeft Minnamanna niets meer te maken - minutenlang is alleen het gezicht van een amechtig zuchtend meisje te zien.

Vaker geven in 4 TokenS de locaties (een parkeergarage, een lift, een kerk, een vliegveld), de camera en montage allure aan op zichzelf niet erg verbluffende choreografieën. De dansfilm lijkt daarmee een ideale oefening voor beginnende filmmakers: wie de camera niet op het goede detail richt of de schnitt in de montage niet op exact het juiste moment weet te leggen, mist vaak een deel van het verhaal dat in dans nu eenmaal met niets dan beelden kan worden uitgedrukt.

Een van de sterkste staaltjes van dansregistratie met op het oog minimale middelen uit de Dans op 3-reeks, is morgen te zien in Carmen van de Zweedse choreograaf Mats Ek. Regisseur Gunilla Wallin won daarmee in 1995 een Emmy Award. Ek kreeg faam met bizarre bewerkingen van klassieke balletten: hij maakte een Zwanenmeer vol kaalhoofdige lompe zwaantjes, een Giselle met een nymfomane hoofdpersoon die in een inrichting belandt, en in zijn Carmen maakt een sigaren paffende Carmen met verpletterend machismo korte metten met Spaanse haantjes. De dansers bewegen zich, zoals wel vaker bij Ek, tussen clowneske en geraffineerde onschuld, en de regisseur heeft wijselijk besloten aan Eks talent voor expressie zo min mogelijk trucs toe te voegen.

Grote delen van de voorstelling schuift de cameraman slechts heen en weer, met de beweging mee, alsof de cameraman met zijn kin over de rand van het podium schuift. Daartussen zijn de close-ups zo knap getimed, dat ze niet meer opvallen. Hier is geen weifelen tussen de hele danser of een detail meer mogelijk, de camera focust consequent de kern van Eks choreografie. Vaak heeft die de hele ruimte nodig, soms is een oogopslag genoeg. Zo gefilmd danst alles - zelfs de kringelende rook uit Carmens bolknak.