Een blanke sprinter denkt aan goud

De 22-jarige Patrick van Balkom zint op grote successen. Een blanke Nederlandse sprinter die zich kansrijk acht voor een internationale loopbaan, is dat vreemd? “Onder de 10 seconden lopen moet mogelijk zijn.”

UTRECHT, 1 FEBR. Hij denkt aan een olympische titel en aan een wereldrecord. Patrick van Balkom denkt aan het hoogste. En hij gelooft er ook heilig in dat hij dat kan bereiken. “Zoiets mag je in Nederland niet zeggen. Je moet hier altijd reëel blijven. Maar op die manier is nog nooit iemand wereldkampioen geworden. Dus zeg ik: Ik train om de top te halen.”

Zijn houding wordt hem niet ingegeven door bluf en grootspraak, maar door zelfvertrouwen en ambitie. “Tot nu toe heb ik waargemaakt wat ik heb gezegd. Ik had ook voorspeld dat ik een Nederlands record op de 200 meter indoor zou lopen. Ik denk echt dat ik de top kan halen. Waarom zou me dat niet lukken?”

Die vraag is misschien simpel te beantwoorden. Van Balkom is een blanke atleet in een discipline die door gekleurde collega's wordt gedomineerd. Hoogst zelden weet tegenwoordig een niet-zwarte nog tot de finale van een belangrijke 100 of 200 meter door te dringen. De Belg Stevens was de enige tijdens Olympische Spelen in Atlanta.

Dat schrikt Van Balkom niet af. Hij heeft als onderwerp voor zijn afstudeerscriptie aan de Tilburgse sportacademie gekozen voor de verschillen tussen donkere en blanke atleten. “Het blijkt dat het grootste verschil van psychologische aard is. Een blanke sprinter denkt bij voorbaat al over een donkere collega: 'hij zal wel snel zijn'. Dat zet hem meteen op achterstand. Zwarte mensen zouden gebouwd zijn om snel te lopen, lange benen, smalle heupen, een laag vetpercentage. Maar ik ken er genoeg die er niet voor gebouwd zijn.”

Bovenstaande typeringen passen volgens Van Balkom niet bij Frankie Fredericks, de nummer twee op de olympische 100 meter. Hij kon dat vorige maand nog eens met eigen ogen zien. Van Balkom was met een aantal clubgenoten twee weken op het Canarische eiland Lanzarote en Fredericks en collega-topsprinter Christie verbleven in hetzelfde trainingskamp. Van Balkom: “Ze blijken daar altijd te zeggen: 'morgen komt Linford Christie'. Maar hij komt dus nooit. Zo was het ook in onze eerste week daar. Maar toen stapte Christie ineens binnen. Mijn trainer, Peter Verlooy, was net terug naar Nederland. Die heb ik meteen even een fax gestuurd.”

Van Balkom keek er zijn ogen uit. “Als die toppers er zijn, moet je er wel van proberen te leren.” Hij lette vooral op de starttrainingen van Christie en Fredericks. Hoe hielden ze hun hoofd en hun voeten? Wanneer kwamen ze overeind? De Nederlander stak er veel van op en paste zijn eigen starttechniek aan. Hij houdt zijn hoofd nu anders en zit hoger in de starthouding. “Ik zet zo meer kracht. Tijdens mijn recordrace in Gent was mijn startblok een behoorlijk stuk achteruit geschoven. Daar schrok ik van.”

Zijn tijd in Gent, 21 seconden rond, was voldoende om zich voor de WK indoor van volgende maand in Parijs te plaatsen. Van Balkom: “Ik had wel verwacht dat ik dit jaar zo snel zou lopen, maar niet meteen in de eerste wedstrijd. Dat trainingskamp heeft me veel voordeel opgeleverd.”

Hij sprak op Lanzarote met Fredericks en met de coach van Christie. “Het ging wel moeizaam om contact te leggen. Maar toen die coach alleen in het zwembad lag te zonnen, ben ik op hem afgestapt. Ik heb hem gevraagd trainingschema's op te sturen. Met Christie zelf heb ik niet gepraat. Ik heb nog met hem geflipperd. Fredericks was makkelijker benaderbaar. Hij zat een keer bij me op de tribune en we hebben toen even gepraat. Hij vroeg me naar mijn persoonlijke records. Het eerste contact is in ieder geval gelegd.”

Fredericks keek de ambitieuze Nederlander al een paar keer belangstellend na. Iemand attendeerde de topsprinter uit Namibië erop dat Van Balkom de snelste blanke sprinter gaat worden. “Maar wat kan Fredericks dat nou schelen?”, reageert Van Balkom. “Wat is dat, de snelste blanke? De snelste met wollen sokken. De snelste met een roze onderbroek. Dat telt toch niet. Je moet gewoon de snelste van allemaal zijn.”

En dat wil Van Balkom worden. “Maar dat heeft tijd nodig. Ik heb een aantal fasen in mijn hoofd. Het gaat bij mij nu nog te netjes. Het is nog niet explosief genoeg. Als je zo'n olympische finale ziet, dan is elke klap helemaal raak, boem, boem. Ik moet nog sterker worden. Ik zie er ook nog niet uit als een echte sprinter.”

Hij wil dit jaar nóg drie nationale records verbeteren, na de 200 meter indoor ook de 60 meter indoor én 100 en 200 meter buiten. Van Balkom twijfelt er niet aan dat dat gaat lukken. “Die records móeten eraan. Sinds vorig jaar heb ik het gevoel dat het Nederlandse niveau voor mij een gedane zaak is.” Zijn trainer bij zijn eerste club DAK uit Drunen, Eli Vermond, voorspelde zes jaar geleden al dat Van Balkom de snelste Nederlander zou worden. “Hij is de man die me heeft aangeleerd om altijd voor de eerste plaats te gaan. Achteraf kan je stellen dat zijn trainingsvormen wat ouderwets waren, maar psychologisch was hij ijzersterk.”

Van Balkom, tegenwoordig lid van het Utrechtse Hellas, hoopt niet alleen records te lopen, maar ook nog de richttijden voor de WK van dit jaar in Athene te halen. Dat zou betekenen dat hij nóg sneller zal moeten, op de 200 meter onder 20,40 en op de 100 meter onder 10,19. Met name die laatste tijd is tot nu toe onbereikbaar gebleken voor Nederlandse sprinters. “Toch moet het me kunnen lukken, lijkt me. Onder de tien seconden lopen ook. Een olympische finaleplaats halen ook. The sky is the limit!”

De volgende Olympische Spelen zijn in 2000 in Sydney. Van Balkom pakt zijn portemonnee en haalt er een speldje van het evenement uit. “Dat heb ik in 1993 van een Australiër gekregen bij de Jeugd Olympische Dagen. Hij had er niet veel bij zich, maar ik wilde er per se een hebben. Ik beschouw het als een soort symbool.”