Ebonics

A. de Swaan komt tot zijn opstel over Ebonics (Z 18 jan.) op grond van het feit dat een Amerikaanse journalist zou hebben geschreven dat dit 'natural jargon' dat ze van elkaar leren, en dat van de zwarten komt, 'gebroken Engels' is. De Swaan: “Die minachting voor hun taal is hun ingepeperd door de elite”.

Hetgeen volgens hem “precies de definitie is van culturele hegemonie”; het is klassenhaat, sociaal ressentiment van bovenaf. Dit alles en nog veel meer omdat een Amerikaanse journalist heeft geschreven: “Defining broken English as black English is particularly galling”.

Wat kan er aan de hand zijn met De Swaan om daarover zo boosaardig en voor niet weinig genuanceerder denkende mensen beledigend uit te pakken? Op het gevaar af bij De Swaan en zijn omgeving als een onbelezen en discriminerend 'mallemoersjong' bekend te worden, waag ik de vraag: wat kan er tegen zijn om van iemand die zich in een land meent te moeten vestigen, te eisen dat hij de taal van dat land zo goed mogelijk meester wordt?