Deja Vu

Waarom boksen afschuw wekt, behoeft geen nadere uitleg. De gruweldaden zijn bekend. Toch blijven velen kijken naar mannen die elkaar in het gezicht slaan. Het is er zelfs wel primitiever aan toe gegaan. Maar sinds een eeuw geleden een journalist de aanzet gaf tot wat de Queensberry Rules werden genoemd, heeft boksen aan beschaving gewonnen; mede omdat stoten alleen nog met gehandschoende vuisten mag.

Bloederige gevechten blijven bestaan en schokkende herinneringen leven voort. Zoals Floyd Patterson die in 1956 als 21-jarige de jongste wereldkampioen zwaargewicht werd, in 1959 beurs werd geslagen door de Zweed Ingemar Johansson. Liefst zeven keer ging de Amerikaan neer, alvorens de ringarts ingreep. Patterson nam een jaar later revanche en werd weer wereldkampioen. Een andere Patterson was opgestaan. Hij besefte dat ook in sport leven genadeloos is. Als negenjarige vluchtte hij weg bij zijn arme ouders, negen broers en zussen. In Brooklyn sliep Floyd op straat en leefde hij als dief en straatvechter. Als tienjarige moest hij naar een inrichting. Daar leerde hij agressie reguleren en werd hij een gentleman-bokser. Murwgeslagen stopte hij als 37-jarige met boksen. Patterson ging zich inzetten voor kansarme jongens. Hij leerde hen op nette wijze boksen. Maar nette boksers hebben geen toekomst. Hen wacht zonder twijfel een ontmoeting met primitieve geesten.