De onderkoning

HET BESLUIT VAN het kabinet de voorzitter van de Eerste Kamer, H. Tjeenk Willink, voor te dragen als vice-president van de Raad van State is alom met instemming begroet. Deze reactie wijst er op dat de PvdA'er Tjeenk Willink het respect geniet dat zijn aanstaande functie vereist. De vice-president van het belangrijkste adviescollege van de regering wordt in de wandeling ook wel de onderkoning van Nederland genoemd.

Voor koning en onderkoning geldt dat optimaal functioneren pas mogelijk is wanneer zij onomstreden zijn.

Wat dit betreft maakt Tjeenk Willink een betere entree dan de huidige vice-president van de Raad van State, W. Scholten. Zijn voordracht in de zomer van 1980 leidde toen tot veel commotie. Nog maar drie weken nadat de zittende vice-president Ruppert had aangekondigd vervroegd te willen vertrekken, stelde het kabinet-Van Agt met de persoon Scholten, die minister van Defensie was, een opvolger uit haar midden voor. Onbegrijpelijk en polariserend, luidde het harde oordeel van toenmalig oppositieleider Den Uyl, die de voordracht in een spoeddebat in de Tweede Kamer aan de orde stelde. En inderdaad, de indruk dat partijpolitiek bij deze voordracht een belangrijke rol had gespeeld kon het kabinet destijds niet wegnemen.

Partijpolitiek valt overigens nooit uit te sluiten bij dit soort zaken. Het duurde begin jaren zeventig dertien maanden voordat de anti-revolutionair Ruppert benoemd werd tot vice-president. En een minister-president, én een president van De Nederlandsche Bank, én een vice-president van de Raad van State, alle drie van ARP-huize, werd als iets teveel van het goede beschouwd. Vandaar dat Ruppert, van het begin af aan de kandidaat van de leden van de Raad van State, pas kon worden benoemd toen Biesheuvel als minister-president was verdwenen.

VERGELEKEN BIJ de strubbelingen in het verleden lijkt de voordracht en benoeming van Tjeenk Willink voorbeeldig verlopen. En toch wringt er iets. Want waren de reacties op de voordracht van de Eerste-Kamervoorzitter niet mede daarom zo positief omdat het voor niemand meer een verrassing was? De al eerder geciteerde Den Uyl diende zeventien jaar geleden tijdens het Kamerdebat over de voordracht van Scholten een motie in waarin hij stelde dat bij de benoeming van de vice-president van de Raad van State “strikte normen ten aanzien van de te volgen procedure en het waken voor staatkundige zuiverheid in acht dienen te worden genomen”. Maar hoe zat het eigenlijk met de staatkundige zuiverheid rond de voordracht van Tjeenk Willink?

Reeds kort na het aantreden van het kabinet-Kok werd zijn naam genoemd als opvolger van de komende zomer wegens het bereiken van de 70-jarige leeftijd vertrekkende Scholten. In de sinds begin 1995 draaiende namencarrousel die betrekking had op het voorzitterschap van de Eerste Kamer, het voorzitterschap van de Tweede Kamer en het vice-presidentschap van de Raad van State was de naam van Tjeenk Willink voor de laatste post een constante. Anders gezegd: Tjeenk Willink maakte onderdeel uit van een politieke 'deal' tussen PvdA, CDA en VVD, de drie grote fracties in de Tweede Kamer. Een dergelijke afspraak verhoudt zich echter moeilijk met artikel 3 van de Wet op de Raad van State waarin staat dat de leden van dit college dienen te worden gehoord voor de benoeming van een vice-president. Dit wordt een pure formaliteit als de uitkomst reeds van het begin af aan vaststaat.

OVERIGENS IS DAT geen uniek verschijnsel in ons staatsbestel. Hoe vaak zien burgmeester-benoemingscommissies uit gemeenteraden zich niet van hogerhand gepasseerd omdat men geen rekening heeft gehouden met de (officieuze) landelijke partijverdeelsleutel? Waar het om gaat is dat het bestaan van dit soort afspraken in een volwassen democratie ook niet moet worden ontkend. Juist op dit punt viel de toelichting van minister-president Kok op de voordracht van Tjeenk Willink ronduit tegen. De senaatsvoorzitter was voorgedragen omdat hij “de beste” is en er was volgens Kok nooit een moment geweest dat aan de PvdA gevraagd is een kandidaat voor de Raad van State te leveren. Totaal geen partijpolitiek dus.

Transparantie in de besluitvorming is tegenwoordig een veelgehoord begrip. Iets meer transparantie van de zijde van Kok had in dit geval wel gemogen.