Cyanide maakt eten van verse vis in Zuid-Oost- Azië gevaarlijk

In landen als Indonesië, Taiwan en China haalt de restaurantkok de vis voor de ogen van de klant uit het aquarium. Maar of deze vis wel zo goed is voor de menselijke gezondheid, is de vraag. Niet zelden zal de vis vol zitten met resten antibiotica, die het dier tijdens het transport naar het restaurant tegen infectie moet behoeden.

Bacteriële infecties krijg je heel snel bij wondjes. Dan gaat de vis alsnog dood en heeft de opkoper een grote verliespost. Of de vis ziet er gehavend uit door zijn verwondingen en dan wil de consument hem niet meer.

Lida Pet, verbonden aan de Landbouw Universiteit Wageningen, verricht promotie-onderzoek naar de visserij op riffen in de Spermonde Archipel in Zuidwest-Sulawesi. In Indonesië komen vissen die door een overdosis cyanide voortijdig sterven op de binnenlandse markt. Het eten van dergelijke vis is een groot risico voor de bevolking.

Volgens Pet is de handel in levende vis een alarmerende trend, die leidt tot overbevissing en grote schade voor het milieu aanbrengt. Een ander punt is de bijzondere vangstmethode die de vissers hanteren. Dat gebeurt niet met een net, maar met behulp van cyanide. Een duiker zwemt op een rif af, volgt een vis naar zijn schuilplaats, vaak een holletje in het rif, en spuit dan wat cyanide uit een spuitflesje in het hol. In gedrogeerde toestand is het aan boord brengen vervolgens een werkje van niets.

Het voordeel van deze methode ten opzichte van netten is dat de vissers specifiek die soorten vangen die ze willen. Met andere woorden, het is een actief selectief proces. Vissen in een net zijn bijna nooit levend wanneer ze aan de oppervlakte worden gehaald. De vissen in kwestie zijn meestal tandbaarzen (Epinephelus), forelbaarzen (Plectropomus), maar ook juweelbaarzen (Variola) en de Napoleon lipvis (Cheilinus undulatus). De consequenties voor het milieu zijn groot. De cyanide in het aquatische milieu verdooft of verlamt niet alleen de gewenste vis, maar doodt ook de meeste andere organismes in de buurt van het koraalrif, zoals kleinere vissen en koraaldieren, de bouwers van de riffen.

Voor de vissers is de handel uiterst lucratief. Een levende vis is 2 tot 25 keer meer waard dan een dood exemplaar van dezelfde soort, de vissers halen zo een maandinkomen van 150 tot 500 dollar per maand, 3 tot 10 keer zoveel als traditionele vissers en 1 tot 3 keer het maandsalaris van een universitair docent. Het gevolg is dat het aantal mensen dat van de visvangst leeft snel toeneemt. Ook laten de vissers zich verleiden tot het overschrijden van de bestaande limieten.