Bounty Killer rapt en zingt onnavolgbaar snel in de Melkweg

Concert: Bounty Killer. Gezien: 30/1, Melkweg Max, Amsterdam.

Een veelgehoorde klacht over reggae is dat het zo saai is. Dat was in de Melkweg donderdag niet het geval: het optreden van Bounty Killer was een belevenis. De 24-jarige Jamaicaan Bounty Killer, geboren als Rodney Price, is één van de populairste toasters, de Jamaicaanse rappers die een uitbundiger stijl hebben dan de Amerikaanse rappers. Op Bounty Killers laatste cd My Xperience, waarop enkele Amerikanen meedoen, zoals The Fugees en Jeru The Damaja, is het verschil goed te horen.

De Melkweg stond al snel op zijn kop. Bounty Killers stijl was overdonderend: hij rapte en zong onnavolgbaar snel, waarbij zijn stem voortdurend van toonhoogte en karakter wisselde: dan laag bulderend, dan rauw bijtend, dan overdreven gezwollen. Het klonk opjuttend en opruiend, en erg komisch. Ondertussen was er nauwelijks een woord van te verstaan, behalve enige flarden als 'smoking weed' en 'she want a new front end', over een lelijk meisje. Zo nu en dan maakte hij met gebaren duidelijk waar een nummer over ging, wijzend op zijn horloge of met zijn hand in zijn kruis tastend. Even later citeerde hij in The Lord Is My Light & Salvation vrij de Bijbel: 'I walk through the valley of the shadow of death and I fear no evil'.

Bounty Killer kwam over als een kruising tussen een nar en een raaskallende gek. De rechtopstaande vlechtjes bovenop zijn hoofd zwiepten heen en weer. En zijn zwarte zonnebril viel er bijna af als hij wild met zijn hoofd schudde. In een voorovergebogen houding, druk bewegend met handen en voeten, stookte hij het publiek op dat reageerde door te springen, hard te fluiten, met de armen in de lucht enthousiaste gebaren te maken of te dansen.

De begeleidende muziek was grillig en anarchistisch. De drummer speelde horterige ritmes, de toetsenist benadrukte ze met plotse, korte aanzetten, de bassist maakte het vloeiender met een swingende baslijn. Naast stukjes door de mangel gehaalde jazz en funk klonk er soms een melodie of een refreintje, dat snel werd afgekapt om terug te komen op het ritme voor de toasts. Door de onvoorspelbare wisselingen bleef de muziek verrassend en was het effect opwindend. Gecombineerd met de rare fratsen van Bounty Killer zorgde het voor een optreden dat zelfs bij de grootste reggaehater een glimlach op het gezicht had kunnen toveren.