Bonn prijst 'realisme' Den Haag

BONN, 1 FEBR. Uitgerekend in het land waar de Europese monetaire integratie van levensbelang is, groeit de scepsis over de EMU, de Economische en Monetaire Unie. Daarom is de coalitieregering van bondskanselier Kohl er veel aan gelegen het thema Europa volgend jaar buiten de verkiezingsstrijd te houden. Daarom ook zet Kohl alle kaarten op een succesvol Nederlands voorzitterschap van de Europese Unie. Maar of Nederland daarin zal slagen? Er moeten nog harde noten worden gekraakt.

Nu een ruime meerderheid van de Duitsers (79 procent) een referendum wil over een gemeenschappelijke Europese munt, zou een publiek debat mogen worden verwacht. Niets van dat alles. De belanghebbenden zijn vóór: politieke partijen, banken, werkgeversorganisaties, zelfs de vakbonden bekennen zich onvoorwaardelijk tot verdere Europese integratie. De 'binding met het Westen' die Konrad Adenauer als garantie voor blijvende vrede tot stand bracht, blijkt vijftig jaar later diep geworteld. Althans bij de politieke en economische elite van het land die uitgesproken Atlantisch en Westeuropees is gezind. Intussen groeit de kloof met de rest van de bevolking.

Veel Duitsers zien met lede ogen toe hoe straks de harde mark verdwijnt. Voor hen was de munthervorming van 1948 het startpunt van een nieuw levensgeluk. Van 1914 tot het einde van de Tweede Wereldoorlog had Duitsland nauwelijks een stabiele munt gehad. Op de D-mark en het Wirtschaftswunder zijn ze trots; en er is in de twintigste eeuw weinig waarop de Duitsers trots kunnen zijn.

Begrijpelijk dat Bonn het Nederlandse voorzitterschap graag ziet slagen. Den Haag kan de Europese droom van Kohl verwezenlijken. De Europese Unie mag om de zogeheten Frans-Duitse as draaien, op tal van terreinen (juridisch, economisch, bestuurlijk) begrijpen Nederland en Duitsland elkaar beter. Kortom, er is Duitsland veel aan gelegen als het Nederlandse voorzitterschap wordt afgerond met een 'Akkoord van Amsterdam'. Een akkoord waarin nieuwe bestuurlijke regels voor de Unie zijn vastgelegd, de uitbreiding van de EU is voorbereid en de EMU wordt afgerond.

Het is twijfelachtig of dit lukt, gezien de vele Europese bottlenecks, al prijst Bonn het 'nieuwe realisme' van Den Haag. De doelen van Nederland zijn minder ambitieus als in 1991, ten tijde van de conferentie in Maastricht, wordt gezegd. De Nederlandse agenda ziet er bescheidener uit. Minister Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) heeft geen waslijst voorgelegd met kwesties die hij per se wil oplossen. Zijn pragmatische aanpak spreekt de Duitsers aan. Een moeilijk punt is de uitbreiding van de Europese Unie met een aantal Middeneuropese staten (Polen, Tsjechië en Hongarije). Bonn en Den Haag zijn voor, maar sommige Zuideuropese landen vrezen dat dit veel gaat kosten. Spanje heeft al laten weten dat uitbreiding naar het oosten het zuiden geen cent minder mag opleveren.

Een kwestie waar Nederland tegen de Duitse buur oploopt is de zogenoemde 'flexibiliteit'. Als de EU groter wordt, neemt de slagvaardigheid niet toe. Daarom willen Frankrijk en Duitsland dat landen die op sommige terreinen 'voor' liggen, vast gaan samenwerken. Dit kan wisselende coalities opleveren, bijvoorbeeld bij de harmonisatie van de belastingen waarvoor Nederland niets voelt. Den Haag vreest een 'Europa à la carte' buiten de EU om. Bonn vindt dit overdreven, en 'puristisch'.

Ook op het gebied van binnenlandse zaken en justitie wil Duitsland verder gaan dan Nederland. Bonn wenst Europol uit te rusten met operationele bevoegdheden, Den Haag vindt het een inbreuk op het nationale beleid als Europol-agenten in Nederland arrestaties verrichten.

Ten slotte moet het aantal Eurocommissarissen omlaag. Nu kunnen de grote landen aanspraak maken op twee leden in de Europese Commissie en hebben de kleine er een. Bij uitbreiding wordt het onzeker of elk land nog een eigen commissaris krijgt. Daardoor dreigt Nederland zijn stem kwijt te raken. Dat het aantal inwoners van een land weleens kan worden meegewogen bij stemmingen in de Europese Raad van Ministers, is in Den Haag slecht gevallen.

De tegenstellingen zijn te overbruggen, heet het in Bonn. Den Haag zal de eigen mening niet al te zeer kunnen onderstrepen. “Van Nederland verwachten we Führung,” zegt Karl Lamers, buitenland-expert van de regerende CDU/CSU-fractie. “Een voorzitter moet de verschillende meningen onder één noemer brengen. We zijn optimistisch en rekenen op een progressief compromis.”

Nog houdt Bonn een slag om de arm. Omdat Den Haag er geen geheim van maakt dat een EMU zonder Groot-Brittannië niet wenselijk is, zouden de Britse verkiezingen in mei weleens het grootste obstakel kunnen worden. Hoe Europees is Labour als het de verkiezingen wint? Over dat scenario wil men in Duitsland liever nog niet nadenken.