Beurstips uit de zeventiende eeuw

In welke aandelen moet je beleggen? Wanneer moet je kopen en verkopen? Gaan koersen stijgen of dalen? Allemaal ondoordringbare doch dringende vragen, waarvan de antwoorden voor de actieve aandelenbelegger het verschil kunnen uitmaken tussen verlies of fortuin. Geen wonder dat de belegger zich vastgrijpt aan beursprofeten, en een slaaf is van beursboeken, beurspagina's, beursnieuws en teletekst.

Of het helpt? Ach, wie in het verleden duikt, kan zich veel inspanningen besparen. De ultieme woorden over beleggen zijn namelijk al meer dan drie eeuwen geleden opgetekend door ene Joseph de la Vega, zoon van een naar Nederland gevluchte Joodse bankier. In die tijd bezat Amsterdam al een effectenbeurs. De handel floreerde, vooral in aandelen van de populaire Verenigde Oostindische Compagnie, het grootste fonds. Gefascineerd door dat beursspel komt de la Vega in 1688 met een beleggershandboek. De uitgave draagt de veelzeggende titel Verwarring der Verwarringen omdat men volgens de schrijver 'in den actiënhandel [aandelenhandel] in een wereld van duisternis leeft, welke door niemand door en door begrepen wordt, terwijl geen pen in staat is haar in al haar finesses te beschrijven.'

De zeer lage rentestand in de zeventiende eeuw maakte aandelenbeleggingen populair onder alle lagen van de bevolking. Gefortuneerde kooplui, ambachtslieden en huishoudsters stopten hun spaargeld in effecten. In koffiehuizen was de beurs het gesprek van de dag; de handel vond zelfs plaats op straathoeken. Qua populariteit van aandelen vertoont onze tijd veel parallellen met de gouden eeuw waarin de la Vega leefde. Ook de motieven en het gedrag van beleggers blijken drie eeuwen later onveranderd. Tijd voor een herdruk van dit eerste beleggershandboek, meende effectencommissionair Gestion NV uit Amsterdam. Op initiatief van dit bedrijf verscheen de Nederlandse vertaling uit 1939 opnieuw in beperkte oplage.

In de uitgave ondervragen een sceptische filosoof en een nieuwsgierige koopman een doorgewinterde aandelenhandelaar over de geheimen achter succesvol beleggen. Helaas moet de laatste toegeven dat dat een vrijwel ondoorgrondelijk raadsel is. De aandelenliefhebber doet er goed aan, raadt hij aan, zich niet te veel in beursperikelen te verdiepen. Het stijgen en dalen van koersen is namelijk “zulk een onontwarbare knoop, dat er geen zwaard van Alexander is, dat zich vermeet hem door te hakken.” Hoe meer men erover redeneert, waarschuwt de aandelenhandelaar, “hoe minder men ervan begrijpt, en hoe listiger men erbij is, des te meer fouten men maakt.”

De grondslag voor deze duistere grabbelton van fortuin vormt het irrationele gedrag van de onverbeterlijke belegger. Gedreven door hebzucht laat hij zich bij zijn beslissingen willoos leiden door voortekenen, illusies, dromen, grillen en hersenschimmen. Elk nieuwsfeit, waar of onwaar, kan hele hordes beleggers op de been brengen.

De observaties van de la Vega zijn vandaag de dag nog volledig actueel, meent Martien van Winden, een directielid van Gestion, die zich als hobby in de gouden eeuw verdiept. “Veel mensen denken dat professionals een enorme voorsprong hebben boven particuliere beleggers die alles vanuit teletekst moeten zien te behappen. Maar in dit boek lees je dat eigenlijk niemand, ook de professional niet, ècht verstand heeft van koersvorming. Als mensen mij tegenwoordig dus vragen wat de beurs gaat doen, wijs ik ze graag eerst op het feit dat het irrationele gedrag van mensen koersen ongelofelijk onvoorspelbaar maakt.”

Maar irrationeel handelen van zichzelf en anderen is volgens De la Vega niet de enige hindernis op de weg naar beurssucces. De particuliere belegger weet zich daarnaast gewaarschuwd tegen opzettelijk verspreide geruchten om koersen te beïnvloeden. De werking ervan illustreert hij aan de hand van een historisch voorbeeld. Tijdens een feestmaal liet de Romeinse keizer Nero onverwacht vier leeuwen op zijn gasten los. Hijzelf vermaakte zich uitstekend toen hij zag hoe iedereen schreeuwde, vluchtte of zich radeloos verborg. Dat duurde totdat hij zijn gasten vertelde dat de dieren tanden noch klauwen bezaten.

De moraal die De la Vega via dit verhaal leert, is dat paniekerig handelen een belegger in de eigen vingers snijdt. “Sommigen meenen op het eerste gezicht', zo schrijft hij, 'dat elke toevalligheid die zich voordoet een leeuw is, die hen zal neerwerpen, een wild dier dat hen zal verslinden; zij vluchten weg van de acties, wanhopen aan de winst, schreeuwen over het bedrog en tenslotte bemerken zij met evenveel schaamte als leedwezen, dat de tanden der verspreiders van de valsche geruchten en de klauwen der hebzuchtigen ontbreken; dan begrijpen zij niets meer van hun fantasieën en zijn de dupe doordat zij verkocht hebben.”

De la Vega somt maar liefst twaalf soorten beurslisten op. “Bijna allemaal worden ze nog veel gebruikt”, weet van Winden. “Wees dus op je hoede als je een gerucht leest of hoort over een op handen zijnde overname van een bedrijf. Negen van de tien keren komt het niet uit, maar het beïnvloedt de koersen wel.” Kortom: wie rijk wil worden via beurshandel moet beschikken over geduld, geld en stalen zenuwen. Voor het overige gaat er volgens De la Vega niets boven “blindelings koopen en verkoopen, zijn gemak houden en geduld oefenen.”