Arabieren en Israeliërs gaan vrede onderbouwen

KOPENHAGEN, 1 FEBR. Onder auspiciën van de Deense regering hebben intellectuelen, schrijvers, parlementsleden, oud-ministers en zakenlieden uit Egypte, Israel, Palestina en Jordanië in Kopenhagen de Internationale Alliantie voor Arabisch-Israelische Vrede opgericht. Deze gemêleerde groep bestaat uit mensen die in hun eigen samenleving groot aanzien genieten en toegang hebben tot hun politieke leiders.

De Arabische deelnemers kregen onmiddellijk publieke steun van koning Hussein van Jordanië, president Mubarak van Egypte en de president van het Palestijnse Bestuur, Yasser Arafat. Aan Israelische zijde zijn de politieke randfiguren die al sinds jaren tot vrede opriepen, nu aangevuld met pragmatische lieden. Zij zijn het volledig eens met hun Arabische gesprekspartners dat het vredesproces uiterst fragiel is en oorlog - zelfs als die alleen met conventionele wapens wordt gevoerd - voor iedereen een ramp betekent.

De Alliantie stelt dan ook dat “vrede te belangrijk is om alleen aan regeringen te worden overgelaten. Contacten tussen de volkeren zijn van levensbelang voor het succes van de vredespogingen in de regio. Zolang de basis op het niveau van de volkeren zwak blijft, kan het vredesproces mislukken.” Daarom wil de Alliantie op diverse niveaus openbare bijeenkomsten organiseren, de vorderingen en de tegenslagen van het vredesproces rapporteren, en verslag uitbrengen van discriminatie, collectieve straffen en mensenrechtenschendingen - om zo de publieke opinie wat duidelijker achter de vredespogingen te krijgen.

Er is scherp onderhandeld over de 'Verklaring van Kopenhagen', die met grote behoedzaamheid een aantal politieke doeleinden definieert. Onder andere: dat vrede tussen het Israelische en Palestijnse volk “het kernprobleem” oplost van het Arabisch-Israelische conflict, en dat Israel en het Palestijnse Bestuur niet later dan 5 mei 1999 (de in Oslo afgesproken datum) een akkoord sluiten over de nog uitstaande geschilpunten: Jeruzalem, vluchtelingen, nederzettingen, grenzen, veiligheid en water. Wat betreft het “hoogst gevoelige en centrale onderwerp, Jeruzalem, moeten de noden van alle partijen worden bevredigd”.

In ingewikkelde taal - om de twee deelnemende parlementariërs van de Israelische partij Gesher (die op een gemeenschappelijke lijst met de Likud de verkiezingen inging) binnen boord te houden - wordt gezegd dat “het eindakkoord tussen Israel en de PLO het Palestijnse volk moet toestaan om zijn recht op zelfbeschikking, met inbegrip van een staat, uit te oefenen”. Zulks echter “in overeenstemming met de internationale wetten en na een overeengekomen regeling (tussen de partijen) over de uiteindelijke status”.

De Egyptische groep werd geleid en samengesteld door de journalist en oud-communist Lutfi el-Kholi, die nog maar zeven jaar geleden fel gekant was tegen de Egyptisch-Israelische vrede. De Israelische groep door David Kimche, voormalig onderdirecteur van de Mossad, daarna directeur-generaal van het ministerie van buitenlandse zaken. De Jordaanse groep door luitenant-generaal Ihsan Shurdom, ex-onderbevelhebber van de luchtmacht en thans zakenman. En de Palestijnse groep door professor Sari Nusseibeh.

Opmerkelijk was dat het Israelische parlementslid Maxim Levy, broer van de minister van Buitenlandse Zaken, de verklaring tekende, zij het met enige reserves. Opzienbarend was dat ook sjeik Jamid Hamami, lid van de radicaal-islamitische organisatie Hamas, tekende, eveneens met reserves en alleen als individu. Hetzelfde deed dr Mohammed Jadallah, lid van het Democatisch Front voor de Bevrijding van Palestina, dat niets moet hebben van het huidige vredesproces. Evenals Riyad Malki, die vorig jaar zijn partij, het Volksfront voor de Bevrijding van Palestina, verliet toen deze de Palestijnse verkiezingen boycotte. oooooooEen vroegere Fatah-activist, Hamed Abdel Kader, die 15 jaar van zijn leven in Israelische gevangenschap doorbracht, legde uit waarom hij nu voor vrede is. “Anders zouden die 15 jaar voor niets zijn geweest.” Hij sprak namens velen.