Abortus (3)

Vanuit mijn werk spreek ik met veel ouders (ook niet-Nederlandse ouders) over hun wens ook graag een kind van het andere geslacht binnen hun gezin op te voeden. Wat uit die gesprekken steeds weer blijkt, is dat voor veel ouders de wens om zowel een zoon als een dochter te krijgen, gevoeld wordt als een heel basaal verlangen, een individuele behoefte.

Ook veel Nederlandse ouders hoeven geen volgende baby meer wanneer dat kind wéér een meisje of wéér een jongen zou worden. Alleen als de kans op een kind van het tot nu toe ontbrekende geslacht heel groot zou zijn, verandert de zaak.

Het is zeker waar dat bij buitenlandse ouders de zoonwens nadrukkelijker uitgesproken wordt dan bij Nederlandse ouders het geval is. Dat heeft evenwel maar weinig te maken met beschavings- of cultuurverschillen als wel met het onderkennen en durven verwoorden van basale behoeften en individuele verlangens. In Nederland durven (lees: mogen) ouders met alleen dochters of alleen zoons nauwelijks meer uit te spreken dat ze ook nog zo graag een kindje van het àndere geslacht zouden willen. Iedere ouder met zowel een zoon als een dochter zal kunnen beamen dat de aanwezigheid van kinderen van beide geslachten in het gezin de oudervreugde verhoogt. Veel ouders met alleen kinderen van hetzelfde geslacht voelen intuïtief aan dat dat zo is.

Dit alles neemt niet weg dat het enorm te betreuren valt dat voor sommige vrouwen, islamitisch of niet, het uitdragen van hun zwangerschap rampzalige gevolgen kan hebben. Ieder kind zou een gewenst kind moeten zijn, los van het geslacht, los van een eventuele handicap, los van welke noodsituatie dan ook, maar de realiteit is duidelijk anders. Dat heeft mijns inziens weinig te maken met het in de steek laten van islamitische vrouwen.