Kwaaie koppen bij een bonkige fanfare

In de voorstelling 'Gaaphonger' brengt muziekgroep De Kift het verhaal van 'het Behouden Huis' als een harmonie-orkest, met een draailier en koperblazers. “De gekte van de onderneming boeide me,” zegt componist Ferry Heyne.

De Kift: Gaaphonger (Konkurrel K175c). Voorstellingen 31/1 Metropool, Hengelo, 1/2 Oosterpoort, Groningen.

WORMER, 30 JAN. Honger, ontbering, kou en gekte. Het gedwongen verblijf van Willem Barentsz en zijn bemanning op Nova Zembla, deze winter precies vierhonderd jaar geleden, inspireerde de Noordhollandse groep De Kift tot de muziektheatervoorstelling Gaaphonger. De bijbehorende cd is vermomd als een kompas en gaat verpakt in een fraai ouderwets logboek waarin de teksten in drie talen zijn afgedrukt. Na de première op het Noorderslagfestival werd de voorstelling enige malen opgevoerd in het Amsterdamse Scheepvaartmuseum waar tegelijkertijd een Willem Barentsz-tentoonstelling opende. “Het liefst hadden we gespeeld in het Behouden Huis dat ze daar uit hout en zeildoek op de binnenplaats hebben nagebouwd,” zegt Ferry Heyne, “maar daarbinnen was het te klein om er ook nog publiek bij te laten.”

Als zanger, muzikant en tekstschrijver is Heyne in belangrijke mate verantwoordelijk voor de beklemmend geënsceneerde liederen en monologen. Op De Kift's unieke wijze werden ze voorzien van bonkige fanfaremuziek met draailier, harmonium en koperblazers, die zo weggelopen lijken uit een dorps harmonie-orkest. De basgitaar en een uitgekleed drumstel zijn de enige consessies aan het instrumentarium van de gangbare rockgroep. Naast geoefende fanfaremuzikanten als Ferry's vader Jan Heyne op trompet herbergt De Kift veteranen uit de Wormerse punkbeweging van groepen als De Ex en Svätsox. De van oorsprong Franse acteur Xavier Serge Martin verleent een internationaal accent aan de rauwdouwersbrigade van de poolexpeditie, die met veel kwaaie koppen, harde woorden en levensechte vechtpartijen wordt uitgebeeld.

Hoe kwam De Kift op het idee om uitgerekend de barre tien maanden van Barentsz' verblijf op Nova Zembla tot onderwerp te kiezen? “De gekte van die onderneming boeide me,” zegt Ferry Heyne. “Onze laate cd Krankenhaus ging daar in wezen ook over, al brachten we het toen minder eenduidig als een theatervoorstelling op de planken. Ik probeerde me een beeld te vormen van zo'n groep kerels die tien maanden lang vast zat in het ijs, en van de processen die zich in hun geest moeten hebben afgespeeld. Om te beginnen heb ik het dagboek gelezen van Gerrit de Veer, een van de mannen die van de expeditie is teruggekeerd. Omdat je daar niet goed uit kon opmaken wat die mensen op het persoonlijke vlak hadden meegemaakt, hebben we geprobeerd om zelf een invulling te geven aan hun karakters. Het historische aspect lieten we vallen en zelfs de naam van Barentsz komt in de uiteindelijke tekst niet meer voor.”

Zoals Krankenhaus geënt was op het werk van toneelschrijver Wolfgang Borchert, ging Heyne ook nu bij kopstukken uit de wereldliteratuur te rade. Zo 'leende' hij tekstfragmenten van Hans Lodeizen en Arthur Rimbaud en zette de roman Water Music van T. Coraghessan Boyle hem op het spoor van de juiste benadering van zijn onderwerp. “Boyle ging uit van een verslag van een zeventiende-eeuwse expeditie langs de Niger in West-Afrika. Dat verslag was zo gortdroog geschreven, dat hij er een boeiend verhaal omheen moest verzinnen door er zijn fantasie op los te laten. Op die manier heb ik ook tegen Willem Barentsz en zijn mannen aangekeken.”

Ooit begonnen als punkgroep, wil De Kift nu een serieuze muziektheatervoorstelling brengen. Een uitgebreide regie is daar niet aan te pas gekomen, maar de acteurs brengen hun theaterervaring mee en de opeenvolging van muziekstukken noopt hen vanzelf tot choreografische vondsten. Een bekend theater-impressariaat liet hen niettemin weten dat het stuk 'te moeilijk' zou zijn voor de reguliere theaters, maar daardoor laat De Kift zich niet uit het veld slaan. “We hebben een verhaal te vertellen en dat blijven we nog wel een tijdje doen. Een belangrijk verschil met het popcircuit is dat je in het theater niet om de aandacht hoeft te vechten. In de stilte van zo'n zaal is het de kunst om de mensen een onderhoudende, spannende of verwarrende avond te bezorgen.”

Met rock 'n' roll heeft Ferry geen grote affiniteit en naar popmuziek luistert hij praktisch nooit. “Ik ben begonnen bij de fanfare en daar heb ik me indertijd van losgemaakt om iets met een punkband te gaan doen. Mijn trompet heb ik nooit weggedaan en later ben ik er ook nog trombone en tuba bij gaan spelen. Een doorsnee rockmuzikant zal er misschien moeite mee hebben om net als ik met zijn vader in dezelfde band te spelen. Maar we zochten een trompettist en mijn vader speelt trompet, dus kwam hij als eerste in aanmerking.”