Eef 'Toetanchamon' Hoos, de man achter de bomaanslag op wethouder Duijvestein; 'Met goed doen red je het niet'

Wat geloven we, wie vrezen we en waarom beminnen we? Frénk van der Linden spreekt met mensen die door overtuiging of ervaring een bijzonder inzicht hebben in geloof, dood of liefde. Eef Hoos zat zeven jaar gevangen, onder andere wegens een bomaanslag op de Haagse wethouder Duijvestein. Na zijn vrijlating in 1996 richtte hij de stichting Themis op, die de belangen wil behartigen van de 13.000 Nederlandse gedetineerden. Wat is de waarheid van een veroordeeld crimineel? Hoe rijmt een voormalig 'godfather van een mafiaconcern' zijn misdaden met een geloof in God? Apologie van Eef Hoos: 'De Heer is ook een beetje een klootzak.'

Ik blaas zo het ministerie van justitie op. Koud kunstje. 'Hallo portier, zie je mijn Douwe-Egbertsuniform? Ik kom de koffiemachines vervangen.' Die man knikt; jij rijdt een steekwagentje naar binnen met een nieuw apparaat, stampvol explosieven. Je zet het op de tweede etage, zwaait iedereen gedag, loopt naar buiten, en drukt op een knop. Wam. Honderd doden. Ik zeg niet dat ik het zàl doen, ik zeg niet dat ik het wìl doen, maar als ik het nodig zou vinden - omdat de overheidsdienaren aan de Schedeldoekshaven mij voortdurend dwarszitten - dan lukt me dat moeiteloos.

Mensen moeten mij niet jennen. Dan word ik agressief, dan flap ik er etterbakkerigheid uit. Weet je wat nou het probleem is? Dat ze die woorden letterlijk nemen. Als wij Hagenezen een maat tegenkomen, bekken we van: 'Hé smerige kankerlijer!' Die kerel roept terug: 'Zo, vuile pleurishond!' Hartstikke vriendschappelijk, maar gestudeerde meneren vatten dat niet.

Ik heb tot mijn achtste in een tuigje gelopen. Met een riem eraan. Zo ging mijn moeder met me over straat. In haar ogen mocht nooit niks en kon nooit niks. Pas op mijn twaalfde kreeg ik toestemming om alleen in het Zuiderpark te spelen. Het was allemaal te beschermd, te close. Ik ben daar vreselijk rebels van geworden, een soort Dalton. Alleen al voor het lager onderwijs heb ik zes scholen nodig gehad.

Ik kom uit een ambtenarenmilieu. Mijn vader was veertig jaar een gerespecteerde bestuurder in dienst van de KNVB, een van de mensen die de invoering van het betaald voetbal tot stand brachten. Het was een door en door integere maar naïeve man. Toen een kameraad met een boekhoudkantoor een beroerte kreeg, hielp-ie zes jaar lang de belangrijkste klanten van die kerel - en daar dan geen gulden voor willen hebben, weetjewel. Mijn moeder was het tegenovergestelde. Doordachter. Egoïstisch. Ze vond het knap irritant dat wij het niet wat ruimer hadden. Kijk, mijn vader was de jongste van zeventien, en de enige knaap uit het nest die geen bakken met geld verdiende. Zijn broers werden zo ongeveer miljonair.

Godsdienstige beginselen stonden bij ons thuis centraal. Mijn moeder was Nederlands hervormd en geloviger dan de paus. Je moest altijd christelijk, braaf en lief zijn. Seks vond ze vies, zondig. Het gekke was: als mijn moeder zes woorden zei, waren er vier vloeken bij. 'Zet godverdomme effe thee, godverdomme.' Het was zo ingeburgerd dat mijn broertje in zijn eerste les op de zondagsschool aan de dominee vroeg: 'Is dit nou het huis van godverdomme?' Voor mij is God heilig, tot op de dag van vandaag. Als pubertje speelde ik in de kerk op het orgel, en bij de Christelijke Jonge Mannen Vereniging gaf ik bijbelles.

Ik noem mezelf nu een losgeslagen hervormde - een knipoog naar de vrijgemaakt gereformeerden. Begrijp me goed: ik ben geen verraaiertje van God. Ik bid vaak. Alleen: je moet het genuanceerd bekijken. De Heer is ook een beetje een klootzak. Hij zet ieder mens op de wereld met een rugzak vol goeie zaken en ellende. Jij mag kijken wat je ervan terecht brengt, jij mag oorlog of vrede maken. Dat is gemeen van hem, maar ook wijs.

Voor mij is Prediker het mooiste stuk van de bijbel. Daar wordt het gezegd zoals het is: we jagen lucht na. 'IJdelheid der ijdelheden, alles in ijdelheid.' Ons leven lijkt op een ijsblokje, je denkt het in de hand te hebben maar voor je het weet is het foetsie. Een mens kan kok met een grote of een kleine k zijn, uiteindelijk is-ie poep.

Waarom ben ik op een gegeven moment dingen gaan doen die qua ethiek niet kunnen? Je moet weten dat ik op m'n tiende veranderde in de gebochelde van de Notre Dame. Kanker in mijn rechterbovenarm. Die moest er eigenlijk vanaf. Iedereen janken, maar ik zei: 'Mam, geeft niks, als God het wil blijft-ie eraan.' Gezwel weggehaald, bestraald, óver. Ik gedroeg me ouder dan ik was. Hier of daar uithuilen was er niet bij, ik stond altijd voor anderen klaar. Ik heb me van jongsafaan een golfbreker gevoeld. Een golfbreker in de zee van verdriet. Dan moet je dankbaarheid terugkrijgen, anders knapt er wat.

Als jonge jongen oberde ik in een hotel. Toen het seizoen was afgelopen verdomde de baas het om mij vakantiegeld te geven. Met goed doen red je het niet, dacht ik, en wie zonder zonde is werpe de eerste steen. Dan maar een zondetje. Ik ging die poen hálen. Ingebroken bij die man thuis, graaien-graaien-graaien. De politie had me binnen een paar dagen te pakken.

Ik kreeg een maand of vier - behoorlijk wat voor een adolescentje. Inmiddels begrijp ik hoe het werkt tussen mensen: je bent niet degene die je denkt dat je bent, integendeel, je bent degene die anderen denken dat je bent. En je gaat je nog zo gedragen óók. Die hoteleigenaar redeneerde dat linke Eef zijn vakantiegeld allang uit de kassa had gejat. Om te overleven ga jij automatisch zo'n beeld invullen. Mensen maken mekaar als het ware. Al kan je beter zeggen dat ze mekaar breken.

Op mijn achttiende kwam ik een vrouw tegen met kids van drie en vier uit een eerder huwelijk. Vond ik prachtig: eindelijk kon ik een heldenrol spelen. Mee getrouwd, kinderen geadopteerd, mijn nieren uit mijn reet gerend om als onvolwassene dat gezin te onderhouden. Ik zat bij Victoria Vesta verzekeringen. Daar kreeg ik een gouden kruisje: de beste vertegenwoordiger in het land. Mijn kostje leek gekocht - tot een klant die ten onrechte bij de verzekeringsmaatschappij wilde declareren, en die bij mij in de petoet had gezeten, aan de grote klok hing dat ik een crimineel verleden had. De directie verweet me dat ik daar melding van had moeten maken. Eef kon moven.

Ik wou natuurlijk wraak. Ik ging in Eindhoven op mezelf werken: mensen bijstaan die door assuradeurs het vel over de neus waren gehaald. Net zo lang knokken tot ze hun schade vergoed kregen. Via-via raakte ik ook in het opsporings- en detectivewerk verzeild. Daarnaast ging mijn bedrijf Toetanchamon incassowerk doen. Ik zette me bijvoorbeeld in voor garnalenvissers die met gevaar voor eigen leven op zee hadden gedobberd en dan - enorme kankerstreek - niet betaald kregen door handelaars.

Op den duur werden de incasso-toestanden heavy. Ik zocht uit wat wanbetalers op hun kerfstok hadden en zette ze daarmee onder druk. Je moet in die wereld kunnen denken als een misdadiger. 'Schuiven of ik hang je op', bij wijze van spreken. Op een dag had ik de mazzel dat een Franse vleesfabriek die niet over de brug wilde komen de lucht in vloog. Ik zweer op het graf van mijn moeder dat ik niets had te maken met die ontploffing, maar dan heb je de naam.

Ik maakte daar gebruik van door een reclamefilmpje waarin flats omvallen en een legertank ergens naar binnendendert. Harde muziek erbij: Je kan maar beter gewoon betalen - incassobureau Toetanchamon. In de praktijk deed ik niks ontwettigs.

Ik zat ook in de schuldensanering. Die handel verdient nog beter dan drugs. Iemand staat voor 20.000 gulden rood bij Wehkamp of Otto. Ik koop het postorderbedrijf af voor pakweg 5.000 gulden op voorwaarde dat men die oorspronkelijke 20.000 in tien jaar aan míj betaalt. Doe maar navraag: met kerstmis schreef ik de bijstandsmoeders in mijn klantenkring dat ze de rest konden laten zitten. Alleen businesspeople moesten echt in hun portemonnee duiken.

Door een transactie kreeg ik wat Brabantse horeca-zaken in handen. Dat breidde zich razendsnel uit. In no time had ik tachtig café's, danstenten, snackbarren en een hoerenkast. Wat denk je? Vliegt discotheek Cintonjo een paar keer in de brand. En een café. En mijn woning twee keer. Zelf gedaan? Zit nou niet te zeiken, die zaken liepen als een tiet. Bovendien kon ik me op een gegeven moment niet eens meer verzekeren. De hele handel opgegeven en in '84 met Toetanchamon verhuisd naar Den Haag. Fikte daar óók een pand af! Het bleek te zijn gedaan door een lichtdebiele man die bij mij in dienst was, een soort zoon, een dommekracht die niks liever deed dan slopen en bouwen. Hij dacht dat ik hem de laan uit zou sturen als er een eind kwam aan dat werk. Zodoende stak-ie om de zoveel tijd wat in de hens.

Ondertussen was Toetanchamon een waanzinnig succes, een multimiljoenenbedrijf, wereldwijd actief, ingehuurd door buitenlandse regeringen en ik weet niet wat. Ik haalde alle kranten toen ik in de VS voor enkele tientallen miljoenen aan verduisterde Nederlandse kunstschatten wist op te sporen. Spul van die Spaanse gek, Dali.

Maar in '89 werd ik plotseling gearresteerd. Wegens brandstichting bij de Haagsche Courant, het plaatsen van bommen en poging tot moord op PvdA-wethouder Duijvestein. Ik heb daar nooit de volledige waarheid over verteld; nu zal ik precies uitleggen hoe het zat. Toetanchamon wilde indertijd uitbreiden met een beveiligingstak. Er kwam een rechtszaak: verdienden wij daar wel vergunningen voor? De Haagsche Courant suggereerde in een verslag dat sommige van mijn bewakers ex-criminelen waren. Nou werkte er toevallig maar één ex-crimineel: de voormalige inbreker Eef Hoos.

Afijn, de jongens over wie het ging, waren zó razend dat ze besloten een paar bezorgershokjes van de Haagsche Courant in lichterlaaie te zetten. 'Godver', zei ik tegen die gasten, 'wat zijn jullie voor mafkezen? Ik sta bekend als een onderwereldfiguur die complete gebouwen in de lucht laat vliegen en jullie steken een paar lullige krantenkioskies in brand! Jullie degenereren mijn reputatie!' Zo ging ik door: 'Als je mensen bang wil maken, moet je het professioneler aanpakken. Dan zeg je tegen die dagbladuitgever dat er een auto met een bom voor zijn deur zal verschijnen.' Wat gebeurt er vervolgens? Ze flikken het nog ook! De politie pakt die jongens op en die zeggen dat ze het commando van mij hebben gekregen. Dat wordt geloofd. Nouja!

Ik beken dat ik wel de hand had in de Duijvestein-bom. Maar - en nou effe opletten - dat was in opdracht. Vanuit de politiek. De lokale politiek. Er was 250 miljoen gulden zoek in de gemeente Den Haag en Duijvestein voerde met jan en alleman oorlog over de vraag wie dat op z'n geweten had. Mijn cliënt wilde hem laten schrikken. Mij werd het verzoek gedaan een explosief te versturen, en daar ben ik op ingegaan.

Ik had een voorraad schemerlampen in de vorm van een mannetje dat tegen een lantaarnpaal stond geleund. Die kregen mensen van me cadeau zonder te weten dat er een microfoon in zat waarmee mijn detectivebureau van alles kon afluisteren. Ik heb mijn technicus zo'n ding laten volstoppen met Semtex en een ontstekingsmechanisme. Het werd een bom in cadeauverpakking, met een kaartje erbij: 'Een beetje licht in donkere tijden'. Dat wil zeggen: een bom die het niet deed, en die het ook nooit zou kúnnen doen. De belangrijkste draad was namelijk doorgeknipt. De stoppen in het gemeentehuis zouden doorslaan op het moment dat die lamp werd aangesloten op het elektriciteitsnet - meer niet.

Nee, ik vind niet dat ik te ver ben gegaan. Als jij me vraagt een bom op het dak van de minister-president te plaatsen, komt dat voor elkaar. Jóuw verantwoordelijkheid, niet de mijne. Ik was gewoon leverancier en uitvoerder. Er zijn toch ook mensen die revolvers maken?

Ik heb de grootst mogelijk bullshit gelezen over de achtergrond van de zaak-Duijvestein. Ik zou het hebben gedaan omdat ik wat tegen zijn 'kaviaarsocialisme' had. En omdat ik ontevreden was over onderhandelingen met hem. We voerden overleg over een tweehonderd meter hoge molen die ik aan de kust van Scheveningen wilde neerzetten, een soort Nederlands Vrijheidsbeeld van vijfhonderd miljoen, met onderin een FC Den Haag-stadion, een Efteling, Van der Valk-hotels, noem maar op. Dat we niet met elkaar uit de voeten konden is geouwehoer. Maar het kwam me wel goed uit, dat een politieke opdrachtgever zich bij me meldde voor die bomaanslag. Hij vroeg me tijdens een ontmoeting in winkelcentrum Babylon die klus op me te nemen. In ruil daarvoor zou hij zijn politieke invloed aanwenden om mijn molenproject door de gemeenteraad te krijgen en hij zou proberen mijn beveiligingsbedrijf aan vergunningen te helpen. Wie die man was? Ik heb altijd mijn smoel over hem gehouden; om bepaalde redenen was het te gevaarlijk om te praten. En als ik anno 1997 alsnog zijn naam noem, ga ik wéér de bak in.

Ik ben al een paar keer doodgegaan. In de gevangenis. Omdat de medische hulp er nog slechter is dan in de Derde Wereld. Ik heb al sinds mijn jeugd suikerziekte, kreeg later hartproblemen en trombose. Nou, in sommige gevallen werd mij achter de tralies ijskoud insuline of bloedverdunners geweigerd. Net zolang tot ik in een coma raakte of een longembolie kreeg. Er zijn ook goeie artsen, hoor. Maar vaak komen ze pas als iemand de pijp uit dreigt te gaan. Ik heb dat zelf een keer gehad met een infarct: veels te laat naar de ziekenboeg overgebracht. Er sterven mensen in Nederlandse gevangenissen die gered hadden kunnen worden als ze op tijd medische verzorging hadden gekregen.

Hier, de dossiers: iemand met een geperforeerde blindedarm die werd verwaarloosd omdat ze alleen maar 'buikpijn' had, iemand die anale kanker had en die zogenaamd met 'aambeien' zat. Enzovoorts. Allemaal dood en begraven, die lui.

Ik ben er van overtuigd dat een verpleger mij heeft geprobeerd te vermoorden. Door me expres verkeerde medicijnen te geven. Ik werd 's morgens om vijf uur wakker gemaakt, kreeg een handje pillen onder mijn neus geduwd: 'Innemen.' Ik zeg: 'Nee, ik slik alleen uit de originele verpakking.' Die troep bleek levensgevaarlijk voor hartpatiënten als ik. Als ik dat had ingeslikt, dan was ik nu hartstikke dood geweest. Hebben ze hun excuses voor gemaakt: sorry, vergissing. Zeven jaar heeft de overheid geprobeerd mij te breken - tevergeefs. Ik ben een wrak, maar toevallig wel een sterk en slim wrak.

Neem nou het gevangenisziekenhuis in Scheveningen. Technisch is het goed, maar de zalen zijn beestachtig, zo goor. Door de tinnef kom je daar altijd met een infectie vandaan. Ik heb eens tegen een bewaarder gezegd: 'Laat me er even door, ik ga hier foto's van maken voor Panorama.' In de gordíjnen natuurlijk. Daar kwam de ME: 'Geef op dat fototoestel!' Ik zeg: 'Rustig maar, want ik heb het van zeep en zwarte verf gemaakt. Vandaag is het 1 april. Maar als jullie de beestenbende niet snel opknappen, wordt het ernst. Dan smokkel ik een echte camera naar binnen.'

De seks is ook een ramp. Aan de ene kant vragen psychiaters je in de cel het hemd van het lijf over je vroegere seksleven - omdat mensen volgens Freud crimineel worden als ze gefrustreerd zijn - aan de andere kant máken ze je gefrustreerd. Door gebrek aan intimiteit. Je hebt het maandelijkse recht op Bezoek Zonder Toezicht in de relatieruimte - vaak een soort peeskamer, vuil, stinkend en met spermavlekken op het bankstel - maar dat is een druppel op een gloeiende plaat. Dus zit je voortdurend te handkarren. Ik heb me echt een lamme arm getrokken. Masturbatie is in veel gevangenissen officieel verboden, omdat het shockerend kan zijn voor bewaarders als ze door het luikje kijken en jou zien rukken.

Blaaspoppen idem dito: niet toegestaan, hygiënegevaar. Vrouwelijke gevangenen mogen meestal geen vibrators kopen. Bij die meiden komt zelfs geen elektrische tandenborstel over de drempel, want... snappie? Mannen hebben die dingen wèl, en dat is dus rechtsongelijkheid. Voor knappe koppen die vrij rondlopen, klinkt het als iets kleins, maar tussen de muren krijgt zo'n lichamelijk kwestietje flinke proporties.

Hirsch Ballin zei eens dat een gezonde liefdesrelatie essentieel is voor gedetineerden. Dan komen ze bij vrijlating niet in een zwart gat terecht, met alle gevolgen van dien. Maar het Nederlandse strafsysteem zorgt ervoor dat veel gevangenen door hun vrouw worden verlaten. Na drie, vier jaar knapt er iets. Mij gebeurt dat niet, dacht ik. Zilveren huwelijksfeest gevierd, àlles met elkaar overleefd... die vrouw was mijn koningin. Plotseling bleef ze weg. Ze verhuisde, nam een geheim telefoonnummer, hield de kinderen bij me weg en liet scheidingspapieren naar me sturen. Van de ene op de andere dag was het over. We zaten kort voor mijn eerste verlof. Ik denk dat ze na zo'n lange periode van zelfstandig leven niet meer terugwilde naar het oude bestaan, waarin ik alles dicteerde. Het was een klap, hoor: alleen op de wereld. Mijn moeder zei wel dat ze van me hield, maar in die zeven jaar is ze drie keer langs geweest. Ik werd depressief, at nauwelijk meer, kreeg zelfmoordfantasieën. Het heeft toen verdomd weinig gescheeld.

Doemdenkerij kan je nekken. Je ziet geen kans meer de narigheid weg te relativeren, omdat je geest dood is. Dat komt door het afstompende werk: wasknijpers maken, Jifdoppen in elkaar schroeven, diaraampjes monteren. De meeste jongens raken in een neerwaartse spiraal. Je viert je ellende regelmatig bot op pedofielen en kindermoordenaars, de laagste kaste van de gevangenishiërarchie. Ik heb daar zelf ook aan meegedaan: schelden, treiteren, spugen, schoppen, verkrachten en in het ergste geval volkomen tot moes slaan. Dat gebeurt in de douche. Je neemt als aanvaller een stuk zeep mee en zegt na afloop dat het slachtoffer uitgleed. Het is een schofterige vorm van stoom afblazen, hè. Ik ben niet te misselijk om dat nu als Themis-voorzitter te bestempelen als een misdaad, die bijdraagt aan de wanhopige sfeer. Ze zeggen vaak dat de Nederlandse gevangenis een hotel is, een soort Hilton, maar ik ken geen hotel waar zo vaak suïcide wordt gepleegd.

Achter de tralies heb ik de bijbel gepakt en van A tot Z bestudeerd. Bij dat verhaal over Job, een rechtvaardige man die zwaar moet lijden, dacht ik: jezus, hij óók! Dat heeft me geholpen om uiteindelijk met rechte rug naar buiten te wandelen. Het geloof en de liefde, dat is de ideale combinatie.

Een kennis van me kwam op bezoek met haar vriendin Jeanette. Leuk wijffie, dacht ik, stoer, vrolijk. We gingen brieven schrijven, beetje bellen, na wat heen en weer gepraat de relatiekamer in... Nou, en als dat in zo'n setting van 'brandzalf erop en gaan met die banaan' nog lukt ook, dan betekent het nogal wat. We wonen inmiddels samen. Wat we gemeenschappelijk hebben is dat we allebei zijn belazerd, gedumpt.

Ik ben slechter uit de gevangenis gekomen dan ik erin ging. De overheid pretendeert dat straf en wraak heropvoedend werken, maar als die stelling klopte zou het niet zo zijn dat zeventig procent van de vrijgelaten gedetineerden in oude fouten vervalt.

Ik ben voor constructieve hervormingen van het strafrecht. We moeten veel meer de richting uit van beloningsstraffen. Als we een hond kunstjes willen leren, moeten we hem geen trappen geven maar brokjes. Zet mensen korter vast, laat ze diploma's halen, geef ze onderdak als ze vrijkomen, een baantje - voor mijn part vrijwilligerswerk met behoud van uitkering in ziekenhuizen en bejaardenbunkers waar ze een schreeuwend gebrek hebben aan mensen. Dàt is resocialiseren, dàt is in het belang van de samenleving. Voor de kassaneukers op het Binnenhof zeg ik erbij dat zo'n aanpak veel goedkoper is dan het huidige strafrechtsysteem, want een gevangene kost tussen de vijfhonderd en duizend piek per dag. Ik zou Winnie Sorgbrenger wel een pak op haar blote kont willen geven: doe je ogen hier toch eens voor open, blinde vink!

Het is dieptreurig dat de verdedigers van onze rechtsstaat niet open staan voor verbeteringen. Mijn stichting geeft een blad voor gedetineerden uit, The mis-Take, en het ministerie van Justitie probeert dat op alle mogelijke manieren uit de gevangenissen te houden. Gewoon omdat wij een verzetsorganisatie zijn tegen het contraproduktieve strafrechtsysteem. Soms jeuken onze handen, dat mag je best weten. Maar ik laat me tot niks verleiden. 'Eef', zeg ik tegen mezelf, 'jouw gereedschap is de pengun, niet de stengun.' Ik heb lang gevochten tegen mijn reputatie, maar tegenwoordig laat ik me rustig bommengooier noemen. Gangster, Al Capone, godfather van een mafia-concern: mij best, ik geef het al-le-maal toe. Jeanette zegt vaak tegen me: 'Eef, laat dat matje toch uit je nek wegknippen.' Doe ik niet. Ik voldoe aan het boevenbeeld dat mensen van me hebben en gebruik dat aura in mijn voordeel. Juist door me zo op te stellen word ik uitgenodigd op scholen, en heb ik toegang tot mensen als professor Leyten. Beter een slechte adem dan geen adem.

Het is natuurlijk wel een beetje tragisch dat je als goudeerlijke kerel pas serieus wordt genomen als je de boef uithangt die mensen denken dat je bent. Dat is de kloteklus waarmee God mij heeft opgezadeld. Van binnen huil ik. Als je me vraagt of ik ergens spijt van heb, zeg ik keihard nee. Er ìs niks om spijt van te hebben. Tussen de uitreiking van mijn geboortebewijs en januari 1997 heb ik niet één leugen verteld. Wanneer criminelen worden gearresteerd - van Pietje Puk tot Klaas Bruinsma - parkeren ze vaak hun poen en hun Mercedes bij mij. Zonder recuutje. Omdat ze weten: De Professor is te vertrouwen. Ik ben hun steun en toeverlaat in deze verdorven wereld. Meer heb ik niet misdaan.

Elf was ik, toen ik meedeed aan een voetbalwedstrijd. Paastoernooi, ik stond op kiep. We kregen een penalty tegen. 'Als je 'm houdt', zei de leider, 'krijg je limonade.' Ik stòp die bal. Het was een bloedhete dag, ik zoop dat flesje Exota helemaal alleen op. Mijn broer stond achter me; hij had niks te drinken. Dat was pas een schoftenstreek.

Na dit interview is een reeks mededelingen van Hoos geverifieerd, zowel over zijn familie-achtergrond als over zijn 'criminele loopbaan'. De politie in Den Haag en Brabant bevestigt de bewering van Hoos dat hij - anders dan eerder in kranten is gesuggereerd - niet zelf brand heeft gesticht in zijn horeca-bedrijven bij Eindhoven en in een Haags bedrijfspand. Een van zijn medewerkers is daarvoor veroordeeld.

Voor de stelling van Hoos dat hij vanuit de lokale Haagse politiek opdracht had gekregen, een bom te sturen naar wethouder Duijvestein, konden geen nadere aanwijzingen worden gevonden, noch bij de politie, noch bij de lokale politieke partijen. Zijn advocaat, mr. A.H. Westendorp, reageert 'verbijsterd' op de bekentenis van Hoos. “Indertijd heb ik een man verdedigd die bij hoog en bij laag zei het niet te hebben gedaan.”

In 1990 werd Hoos in hoger beroep veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf wegens het sturen van de bomlamp, brandstichting en een bomaanslag op het gebouw van Sijthoff Pers, uitgever van de Haagse Courant. Vorig jaar kwam hij vervroegd vrij.

Prof. F.H.L. Beyaert, ex-directeur van het Pieter Baan Centrum en lid van het comite van aanbeveling van de stichting Themis, deelt Hoos' kritiek op de medische situatie in het Nederlandse gevangeniswezen. Hij “sluit niet uit dat daar inderdaad mensen sterven die bij adequatere zorg in leven zouden blijven”. Foto Rien Zilvold

    • Frénk van der Linden