Verwoed borstelen; Tandsteen is een hardnekkige vijand

B.G. Loos: Tandsteen. Prevalentie, Pathofysiologie en Preventie. Huidige stand van zaken. Nederlands Tijdschrift voor Tandheelkunde, 1996; nr. 103, pag. 142-5.

OVER TANDSTEEN en de gevolgen daarvan voor de mondhygiëne wordt al zo'n 2500 jaar geschreven. Voor zover bekend was de Griek Hippocrates (460-377 v.Chr.) de eerste die wees op de schadelijke werking van de kalkachtige substantie welke thans, voor volwassenen, een van de meest voorkomende redenen is voor het regelmatige bezoek aan de tandarts.

Tot ver in onze eeuw nam men voor zeker aan dat de aanwezigheid van tandsteen de belangrijkste oorzaak was voor het ontstaan van tandvlees- en kaakbotafwijkingen, in vaktaal parodontale aandoeningen. Dat blijkt onder meer uit een interessant overzichtsartikel, in het Nederlands Tijdschrift voor Tandheelkunde van april dit jaar, geschreven door de Amsterdamse tandarts Loos. Door veel onderzoek in de laatste dertig jaar veranderde echter de meningen. De bacteriële tandplaque - een geelwit laagje op de gebitselementen bestaande uit mondbacteriën, voedsel en speekselresten - kwam naar voren als de primaire oorzaak van de eerder genoemde gebitsziekten. Men stelde vast dat tandsteenafzetting altijd voorafgegaan wordt door plaque en dat deze kalkachtige substantie, onder meer bestaande uit brushiet, calciumfosfaat en hydroxylapatiet, in feite niets minder is dan gemineraliseerde plaque al dan niet bedekt met een laagje micro-organismen. Wel bleek tandsteen, waarvan men twee vormen onderscheidt, plaque meer vast te houden dan de gladde oppervlakken van tanden en kiezen.

Aan het eind van de jaren tachtig kwamen er echter steeds meer aanwijzingen dat tandsteen, gezien het poreuze karakter ervan, veel toxische, bacteriële stoffen bevat. Met name als het gaat om tandsteen dat onder het tandvlees in de pockets - ruimtes die zijn gevormd door terugtrekkend tandvlees en kaakbot - aanwezig is. Dit zogenoemde subgingivaal gelegen tandsteen, in tegenstelling tot de meer witachtige vorm die op het tandvlees ligt, ziet er bruin en zwart uit, bezit een harde consistentie en is moeilijk te verwijderen. De laatste jaren verschijnt veel literatuur dat dit subgingivaal gelegen tandsteen invloed heeft op het ontstaan van ernstige parodontale infecties. In tandartstermen parodontitis genaamd waarvan reeds verschillende typen zijn onderkend.

Er komen intussen steeds meer aanwijzingen voor een nauw verband tussen de aanwezigheid van subgingivaal tandsteen en het terugtrekken van het tandvlees en kaakbot. Vooral onderzoek bij diabetici, mensen die bij uitstek gevoelig zijn voor paradontale aandoeningen, wijst uit hoe essentieel dit type tandsteen is bij het ontstaan van de ontsteking en de reactie van het lichaam daarop. Suikerzieken zonder tandsteen hadden weinig of geen paradontitis, zelfs als er sprake was van een slechte insuline-instelling. Daarentegen hadden diabetici met tandsteen wel veel ontsteking en sterke reductie van het kaakbot rondom hun aangetaste tanden en kiezen. De verklaring wordt gezocht in de porositeit van het tandsteen. Grondig verwijderen van dit tandsteen en de aanwezige plaque, soms operatief door het chirurgisch opklappen van dit tandvlees, wordt gezien als de basis van de parodontale therapie.

Al van het midden van de jaren vijftig worden anti-tandsteen producten getest. Onderzoekers maakten chemische producten gericht op het oplossen van tandsteen. De bijwerkingen waren zodanig - aantasting van tandoppervlakken en tandbeen die in principe eenzelfde soort samenstelling hebben - dat dit pad werd verlaten. Toen meer inzicht was verkregen in de samenstelling van de plaque, de aard en de interne structuur ervan, probeerde men deze met antiseptica, enzymen en antibiotica te veranderen. Deze middelen bleken evenmin veilig. Meer succes werd geboekt toen duidelijk werd dat met chemische middelen de verkalking of mineralisatie van plaque kon worden bestreden. Met name het gebruik van pyrofosfaten - stoffen die er voor zorgen dat calcium en fosfaat-ionen, de essentiële bestanddelen van tandsteen, niet kunnen neerslaan uit het speeksel - bleken in zekere mate effectief om de aanwas van tandsteen te voorkomen. Toch blijft tot op heden goed tandenborstelen de beste remedie om vooral tandsteen op het tandvlees aan de tongkanten van de gebitselementen te voorkomen. Tandpasta's met antitandsteenwerking zijn voorts een goede aanvulling op mondhygiënische maatregelen.

In een tijdperk waarin jaarlijks internationaal zo'n twintigduizend tandheelkundige artikelen verschijnen is het voor de (Nederlandse) tandarts vrijwel niet mogelijk bij te blijven. Er is in de tandheelkunde grote behoefte aan generalisten op deelterreinen. Loos toont met zijn artikel aan dat goede overzichten wel degelijk mogelijk zijn.

    • M.A.J. Eijkman