Het nieuws van 4 januari 1997

Douglas' septet bestaat uit tien man

Concert: De Douglas Seven met o.a. Eric Boeren (trompet) en Ernst Reijseger (cello). Gehoord: 2/1 BIMhuis, Amsterdam.

Dat 'nieuwheid' een betrekkelijk begrip is, was te zien tijdens het nieuwjaarsconcert in het BIMhuis, waar de 'nieuwe' formatie de Douglas Seven grotendeels bemand bleek door oudgedienden. Niet zo verwonderlijk eigenlijk: wie een nieuwe bezetting nog eens vernieuwt komt licht weer bij het oude uit. Zeker iemand als gitarist Franky Douglas voor wie het samenstellen van een band geen zaak is van nuchter personeelsbeleid maar een emotionele daad, vergelijkbaar met het stichten van een commune. Hij koestert al jaren een stel muzikale vertrouwelingen en stelt daar op het laatste moment een groep uit samen.

Douglas, winnaar van de Boy Edgarprijs 1994, is een musicus van het type dat wel móet improviseren omdat organiseren op termijn zijn fort niet is. Hij speelde mee op een flinke stapel platen van anderen maar kwam pas op zijn 46ste met zijn eigen eersteling, The Visions Project, die hij echter vergat te (laten) distribueren, omdat andere zaken zijn aandacht vroegen. Aan dit on-Hollandse pluk-de-daggedrag kleven ook voordelen, zo blijkt in het BIMhuis. De cd is drie jaar na dato nog steeds te koop. Verder heeft Douglas toch ook een aantal verrassingen in petto: een contrabassist met de naam Rashim, die 'hier op vakantie is', een Deense basgitarist uit New York die in een duet met collega Eric Calmes de sterren van de hemel speelt en als niet over het hoofd te ziene gast de Nederlandse Zuidafrikaan Sean Bergin op dwarsfluit en tenorsax. Een septet dat uit tien man bestaat, het is typisch Franky Douglas.

De in een rode overall geklede gitarist doet niets om de show te stelen, maar hij verleidt zijn vrienden wel precies tot wat hij wil: nerveuze bebop-unisono's van de blazers, deinende Caraïbische 'golven' van bas en keyboards en van tijd tot tijd jazzy solo's van Eric Boeren op trompet of Wolter Wierbos op trombone.

Opvallend is dat de muziek ondanks de rusteloosheid op het podium - de ene musicus komt en de andere gaat - voortgaat alsof het spoorboek het zo heeft bepaald. Ballads gaan moeiteloos over in 'funky grooves', en al is er wel eens een lijntje dat rafelt, door het doorgaande ritme stoort het niet.

Franky Douglas, gitarist, maar misschien in de eerste plaats componist, ziet het, hoort het en besluit dat het goed is. Niet volmaakt, maar goed genoeg voor een wereld die voortdurend beweegt. 'Sunchild' heette zijn vorige groep met vrijwel dezelfde musici. Een goede naam voor een band met een 'zondagskind' aan het hoofd. In elk geval romantischer dan het koele en beperkende 'Seven', een aantal dat bovendien toch altijd groeit omdat Douglas van het Hollandse 'benauwde' niets moet hebben.