Het goddelijke ezelsoor; De strijd om het Amsterdamse Museumplein

De ondergrondse parkeergarage en supermarkt die op het Museumplein in Amsterdam gepland zijn, krijgen van landschapsarchitect Sven-Ingvar Andersson een bovengrondse ingang bedekt met een grashelling. Dit 'ezelsoor' past niet bij de uitbreiding die Alvaro Siza voor het Stedelijk Museum ontwerpt. “Aan de Van Baerlestraat ontstaat een pijnlijk monument.”

Iedereen die de toekomst van het Amsterdamse Museumplein ter harte gaat, houdt dezer dagen de adem in. Zal het de Portugese architect Alvaro Siza lukken om een voor hemzelf en voor de gemeente Amsterdam aanvaardbaar uitbreidingsplan voor het Stedelijk Museum te ontwerpen? Halverwege deze maand moet uit Porto, waar Siza woont en werkt, het verlossende schetsontwerp komen. Overeenkomsten en afspraken dulden geen uitstel meer.

Het is onwaarschijnlijk maar niet uitgesloten dat de buiten zijn schuld in haast gebrachte Siza de handdoek in de ring zal gooien en zijn opdracht teruggeeft. Mocht dit onverhoeds gebeuren dan zal het Stedelijk Museum, dat wil zeggen de gemeente Amsterdam, voor de derde keer een andere architect voor de museumuitbreiding moeten zoeken. Eerder ondervond de Amerikaanse architect Robert Venturi dat 'Amsterdam' het tegendeel is van een voorbeeldige opdrachtgever. Hij werd als een kwajongen afgedankt omdat hij zich niet bij voorbaat en onder alle omstandigheden aan het beschikbare bouwbedrag wilde binden.

Oorzaak van de hinderlaag waaruit na Venturi nu Siza zich moet zien te bevrijden, is het eigenaardige 'Ezelsoor' van de Deense landschapsarchitect Sven-Ingvar Andersson. Het Ezelsoor heet in officiële termen 'het opgetilde maaiveld': een scherpe, driehoekige en tot zeven meter hoog oprijzende grashelling die tussen de Van Baerlestraat en de tuin van het Stedelijk Museum het nieuwe Museumplein zal begrenzen. In het 'masterplan' dat Andersson in 1993 voor het Museumplein ontwierp en dat nu wordt uitgevoerd, herbergt het talud de ingang van een grote ondergrondse parkeergarage en van een omvangrijk filiaal van Albert Heijn dat ook onder het plein wordt uitgegraven. Een supermarkt kan niet gemakkelijk onder de grond bevoorraad worden en daarom opent het oor zich in de richting van het Stedelijk Museum, en wel dermate brutaal dat het desnoods een truck met oplegger kan ontvangen. Zo deponeerde Andersson de achterkant van het nieuwe Museumplein, met alle rommeligheden vandien, in de tuin van het Stedelijk Museum.

De botte ligging van de halfpiramidale helling heeft tot gevolg dat vanaf het Museumplein het Stedelijk Museum grotendeels wordt ontkend. Aan de andere kant zullen bezoekers van het museumrestaurant regelrecht in het open oor van Albert Heijn kijken. Alvaro Siza, die vorig jaar een lezing in het Amsterdamse Paradiso begon met de vaststelling 'architectuur is kunst', vond zo'n ruw geblokkeerd uitzicht onaanvaardbaar. Hij maakte een schets waarop de dominante grashelling was ingeruild voor een eenvoudig rechthoekig huisje. Naast het huisje legde hij de ingang van de parkeergarage en deze bestond uit niet meer dan een onder het plein dalende hellingbaan met een bovengronds hekje, zoals bij de aimabele toegang van talloze Parijse metrostations. Op de schets van Siza loopt het plein-oppervlak gelijkvloers door tot aan de gevels van het uitgebreide Stedelijk Museum, zodat het museumcomplex evenzeer het plein toebehoort als de ovale uitbreiding van het Van Goghmuseum. Vanuit de oude Nieuwe Vleugel (1954), van het Stedelijk Museum aan de Van Baerlestraat - Siza laat de vleugel op zijn schetsje gelukkig voortbestaan, bijvoorbeeld ten behoeve van restaurant en museumwinkel - kan men vrij uitkijken over het Museumplein.

Zichtlijn

Door de eenvoudige oplossing van Siza werd duidelijk dat de als zachtmoedig bekend staande Scandinavische tuinprofessor Andersson niet van wijken weet als het erop aan komt. Gesteund door de Amsterdamse deelraad Zuid die het Museumplein regeert, en indirect natuurlijk door Albert Heijn - een factor waarmee alle Nederlandse steden, stadjes en dorpen zo langzamerhand terdege rekening moeten houden - verklaarde Andersson dat de grashelling een essentieel bestanddeel is van zijn pleinontwerp. Wanneer het talud van tafel wordt geveegd, verliest de zichtlijn tussen het Rijksmuseum en het Concertgebouw een deel van haar ruimtelijke bedding en daarmee wordt zijn masterplan uit de o zo delicate balans gebracht.

Om het geschil tussen de Deen en de Portugees op te lossen werd, naar goed Amsterdams gebruik, een bemiddelaar aangesteld. De ex-Rijksbouwmeester, ervaren supervisor en stedebouwkundige klusjesman Tjeerd Dijkstra. Na veel moeizaam gependel verzocht Dijkstra om ontheffing van zijn lastige missie toen het Amsterdamse ambtelijke hoofd kunstzaken zich persoonlijk tot Siza had gewend met de boodschap dat aan het Ezelsoor niet viel te ontkomen. Het cultuurhoofd had verzuimd de mede door hem gekozen bemiddelaar van zijn rauwe mededeling aan de Portugese architect op de hoogte te stellen. Dus Dijkstra wist wat hem te doen stond.

Het Ezelsoor had nu een goddelijke status gekregen. En zo zal straks vanaf het nieuwe Museumplein gezien het gladgestreken graskussen de ingangen van Albert Heijn en de parkeergarage aan het zicht onttrekken, waardoor de schepping van Andersson zich geheel overeenkomstig het origineel kan voltooien. Daarentegen zie je van de kant van de Van Baerlestraat een onooglijk driehoekig bouwsel. Architect Kees Spanjers ontwierp in het talud de ingang van de supermarkt en de garage met een overdreven liefde voor de driehoekige vorm. Dit modieuze ontwerp geeft het geheel de uitstraling van een permanente noodvoorziening. Wanneer Siza erin slaagt om een bevredigend ontwerp te maken voor een museumuitbreiding die zich, door het Ezelsoor gedwongen, van het Museumplein zal afkeren, ontstaat aan de Van Baerlestraat een pijnlijk monument. De toekomstige Siza-vleugel, waarvoor de gemeenteraad verantwoordelijk is, en het Andersson-oor van stadsdeel Zuid zullen straks, vijandig naast elkaar, feilloos de gebreken van het splitsen van de verantwoordelijkheden van het stadsbestuur illustreren.

Waarom is er tegen vrijwel elk onderdeel van het ontwerp van Andersson geageerd en heeft zich geen enkele publieke oppositie tegen de grashelling aangediend?

Omdat het Ezelsoor tot nu toe geheim is gebleven. Hoe paradoxaal het ook klinkt, maar het gewraakte talud heeft tot voor kort een ondergronds bestaan geleid. Alleen direct betrokkenen wisten hoe onvermijdelijk het hieruit zou opstijgen en welke wurgende gevolgen het zou hebben voor de steeds maar uitblijvende uitbreidingsplannen van het bekendste museum voor moderne kunst van ons land. Er is heftig geprocedeerd over het kappen van de bomen en over de uitbreiding van het Van Goghmuseum. Het elegante, ovale paviljoen - een cadeau van de Japanse Van Gogh-fanaat Yasuo Goto van 37 miljoen gulden - werd ontworpen door Kisho Kurokawa en heeft tijdens rechtszaken de vreselijkste verwensingen moeten slikken als 'barbaars Japans koekoeksei' en 'monsterlijke Japanse klaagmuur'. Al deze tegenwerpingen hadden het karakter van de rituele dans die steevast in Amsterdam wordt opgevoerd als er ook maar één boom dreigt te verdwijnen of wanneer zich in het stadspanorama de nietigste nieuwe architectonische verschijning aandient. Dan wrijft de protestant zich vergenoegd in de handen en woedt de oorlog in de stad waar de cultuur van inspraak en medezeggenschap een ongekende vlucht heeft genomen. Urenlange rechtszittingen met gekmakende juridische haarkloverijen zijn nodig om de maatschappelijke bezwaren naar behoren af te handelen. Het is door dit soort tijdrovende en vaak mismoedige procedure-kwesties dat nieuwbouw in Amsterdam zoveel moeizamer verloopt dan in andere steden.

Hemel

Het masterplan van Sven-Ingvar Andersson voor het Museumplein werd in 1993 zonder fundamentele tegenstand aanvaard. De tuin- en landschapsarchitect Andersson (1927) was, en is eigenlijk nog steeds, alleen in heel kleine kring bekend door stille, poëtische werken als het stadspark in het Zweedse plaatsje Ronneby, de Karlsplatz in Wenen en de daktuin van de reusachtige Grande Arche in de Parijse zakenwijk La Défense. De teksten waarmee hij vier jaar geleden bij de presentatie zijn gevoelige 'groene' ontwerp voor het Museumplein toelichtte, waren in een bijna bijbelse toonzetting gesteld: 'De hemel. Amsterdam is een stad van cultuur, vreugde en intimiteit, maar in zijn smalle straten is er een grote afstand tot de hemel. Hier, op het Museumplein is de hemel vlak boven je hoofd, open, met wolken die naar de hemel stijgen. Tastbaar en verdwijnen...' En: 'de vlakte. Iemand rust uit op het gras - twintig kinderen rennen rond de bomen - tweehonderd jongeren genieten van de zon - tweeduizend mensen luisteren naar een concert - honderdduizend demonstreren voor vrede. Het Museumplein is open voor iedereen. Altijd.'

Een klein deel, minder dan een kwart van Anderssons Museumplein, is nu voltooid. De oostzijde voor het Amerikaanse consulaat heeft een lindenlaan, een lichtcirkel en een bloementuin tussen evenwijdige hardstenen banen en bankenrijen gekregen. Het monument Vrouwen van Ravensbrück is naar de oostelijke kant van het plein verhuisd en daarnaast is een plaats van Hollandse klinkers tussen het gras aangelegd. Wie nu over dit gedeelte van het Museumplein loopt, moet vaststellen dat geen haarbreed van de oorspronkelijke tekening is afgeweken. Het is onrechtvaardig om het eerste resultaat van de herinrichting van het Museumplein in dit ijskoude jaargetijde kritisch te beoordelen. Natuurlijk ziet een 'bloementuin' er in de Hollandse maand januari miserabel uit. Dat geldt ook voor het gras, voor de kale lindenlaan die nu wel heel erg opvallend naar het niets gaat en voor 'de cirkel van licht' die bibberend smeekt om tenminste als cirkel herkend te worden. Bovendien staan in de zitvlak-uitsparingen van de hardstenen banken aandoenlijke ijsvijvertjes. Het winterse tafereel met het witberijpte, geknakte gras, de schrale bomen en de tussen stenen spoorbanen geklemde bloembedjes die slechts uit bevoren aarde bestaan, sluit aan bij kritiek die het Museumplan van Andersson steeds meer en steeds duidelijker ondervindt.

Hoewel er in 1993 een duidelijke keuze is gemaakt die in 1995, ondanks de buurtbezwaren, definitief bestuurlijk is bevestigd, schrikken sommige culturele gezagsdragers er niet voor terug om te suggereren dat het Andersson-plan helemaal nog niet zo definitief is. Op de laconieke toon van een onschuldige buitenstaander oreert directeur van het Stedelijk Museum Rudi Fuchs bijvoorbeeld dat het parkachtige beginsel voor het Museumplein een verkeerd uitgangspunt is dat zo snel mogelijk moet worden verlaten. Het plein zou niet een grasplein moeten zijn dat het midden houdt tussen het laantje bij Middelharnis (1689) van Hobbema en de Piazza del Duomo in Pisa, maar een werkelijk grootstedelijk plein. En dat is van steen.

Autobanden

Zeker in deze tijd van het jaar lijkt de 'halfzachte' herinrichting van het Museumplein inderdaad een grandioos misverstand en is het verleidelijk om de quasi naïeve bespiegelingen van Fuchs over te nemen. Dat de werkelijkheid de bespiegelingen niet onmiddellijk zal volgen, ligt geheel in de lijn van de lange geschiedenis van het Museumplein. Geen plein heeft meer plannen uitgelokt, meer ontwerpersdromen losgewoeld. Maar zowel progressieven als conservatieven hebben zich altijd tegen ingrijpende verandering van het Museumplein gekant. Daarom is in 1993 voor het plan van Andersson gekozen. De landschapsarchitect liet de ruimte intact. In zijn ontwerp handhaafde hij het grasveld en het gravel-gebied met de basketbalterreinen en de halfcilinder voor de rollerskaters. Alleen de Museumstraat, 'de kortste snelweg van Nederland' zal in het tweede kwartaal van 1997 definitief tot het verleden behoren, inclusief dat doffe ratelende geluid van dikke autobanden die met grote snelheid over kleine straatstenen gaan. Het is die uitsproken grootstedelijke muziek die ook klinkt op de Parijse boulevards en de Place de la Concorde - ongeveer even groot als het Museumplein - plekken waar de negentiende-eeuwse stad blijft triomferen.

Met het aanleggen van de lichtlijn die in het gras een recht spoor over de Museumplein zal trekken tussen het Rijksmuseum en het Concertgebouw, zal de herinrichting van het Museumplein in het derde kwartaal van 1998 zijn voltooid. Dan kunnen Rudi Fuchs cum suis actief beginnen aan de verwezenlijking van hun wensdroom om het gras op het Museumplein door steen te vervangen. Pas dan zal het onpersoonlijk geschil tussen Andersson en Siza zijn weggenomen. Want de kern van de onvrede schuilt erin, dat een architect voor deze landschaps- en tuinontwerper heeft moeten buigen.