Bitter en heftig debat in VS over 'zwart Engels'

WASHINGTON, 31 DEC. Het besluit van de Californische stad Oakland om op openbare scholen 'zwart Engels' te erkennen als taal, heeft in de Amerikaanse media tot heftige en bittere debatten geleid. En zoals zo vaak met discussies die draaien om raciale verschillen - de open zenuw van de Amerikaanse samenleving - is het een op luide toon gevoerde dialoog der doven.

Alle commotie begon toen het schooldistrict van Oakland in de week voor Kerstmis bekendmaakte dat openbare scholen het dialect dat veel zwarten spreken voortaan zullen beschouwen als een taal, ebonics - een samentrekking van ebony (zwart) en phonics (klanken). Leraren zouden met 'zwart Engels' vertrouwd gemaakt moeten worden om zwarte leerlingen beter te kunnen begeleiden bij het leren van correct Engels. Leerlingen die het zwarte dialect spreken moeten in Oakland niet langer alleen maar gecorrigeerd worden alsof ze fouten maken. Met respect voor hun 'moedertaal' moeten docenten hen wijzen op de juiste 'vertaling' in correct Engels. Van het begin af aan heeft het bestuur van het schooldistrict duidelijk gesteld dat er geen sprake van is dat 'zwart Engels' op school onderwezen zal worden. Maar die nuance ging snel verloren in het tumult dat over de kwestie losbarstte. In de nogal nieuwsstille dagen voor kerst bleek 'invoering van ebonics' een dankbaar discussie-onderwerp voor columnisten en praatprogramma's op radio en televisie.

Blanke en zwarte tegenstanders van het besluit verweten Oakland een neerbuigende opstelling tegenover zwarte leerlingen. Het ministerie van Onderwijs liet meteen weten dat er geen geld voor ebonics vrijgemaakt zou worden - ook al had het schooldistrict daar helemaal niet om gevraagd. Het Witte Huis noemde Oaklands besluit “een grote fout'. En de zwarte dominee Jesse Jackson sloot zich op de televisie aan bij blanke conservatieven als de voormalige minister van Onderwijs William Bennett, en ontkende dat ebonics een aparte taal is. Hij waarschuwde tegen het hanteren van lagere normen voor zwarte kinderen. Ook de dichteres Maya Angelou en Kweisi Mfume, voorzitter van de zwarte belangenorganisatie NAACP, voegden zich bij het koor van critici die de erkenning van ebonics onder vuur namen.

De autoriteiten in Oakland blijven er op hameren dat hun voornaamste doel is om zwarte leerlingen correct standaard-Engels bij te brengen. De zwarte leerlingen in het schooldistrict, veelal uit arme gezinnen, blijken op school onevenredig slecht te presteren en vaak af te haken. Een commissie van taalkundigen, leraren, ouders en leerlingen was na een onderzoek van zes maanden met de aanbeveling gekomen om de betrokkenheid van de kinderen bij de school te vergroten door gebruik te maken van de manier waarop ze zich thuis en in hun vriendenkring uitdrukken. Als die aanbeveling in zulke algemene termen was overgenomen, zou de publieke opinie waarschijnlijk niet zo over Oakland zijn heengevallen. Maar de resolutie die het bestuur van het schooldistrict aannam was gesteld in uitdagende termen, die associaties opwekten aan zwarte nationalisten die gekant zijn tegen integratie van zwart en blank.

Niet alleen werd de linguistisch zeer omstreden stelling als uitgangspunt genomen dat ebonics geen dialect is maar een taal, en wel met Afrikaanse wortels. Bovendien zou het gebruik van die taal “erfelijk bepaald' zijn. In feite echter blijken veel jongeren op straat 'zwart Engels' op te pikken, ook als hun ouders het nooit hebben gesproken. In verpauperde binnensteden, die door de blanke en zwarte middenklasse zijn verlaten, onderscheidt het taalgebruik van de maatschappelijk geïsoleerde zwarten zich in toenemende mate van standaard-Engels.

'Zwart Engels' wordt echter ook in de zwarte middenklasse wel gesproken, zij het meestal niet in gesprekken met blanken. Het taalgebruik - waarbij werkwoorden vaak worden weggelaten of niet vervoegd, en dat veel gebruik maakt van dubbele ontkenningen - staat maatschappelijk in laag aanzien. In tekenfilms spreken apen nog al eens zwart Engels. Zwarten die een baan zoeken bij een blanke werkgever kunnen maar beter 'blank spreken' als ze een kans willen maken. Blanken die praten over basketball doorspekken hun taalgebruik graag met zwarte zinswendingen en grammaticale fouten.

Een nevengevolg van de verwarde discussie over ebonics is dat opeens de deplorabele toestand van het Amerikaanse openbare onderwijs, vooral in de binnensteden, sterk in de aandacht staat. In de verkiezingscampagne speelden die problemen nauwelijks een rol, maar nu zijn ze in heel Amerika aan de orde.