Eerste proces Rwanda voor volkerenmoord

KIBUNGO, 28 DEC. Tegen twee mannen die een leidende rol zouden hebben gespeeld in de moordpartijen in Rwanda in 1994, is gisteren door de openbare aanklager van het district Kibungo in Rwanda de doodstraf geëist.

De twee mannen staan als eerste terecht voor de genocide in Rwanda in 1994. De geëiste doodstraf legt een belangrijk verschil bloot tussen de vervolging door de Rwandese autoriteiten en het VN-tribunaal voor Rwanda dat in Tanzania is gevestigd. Het VN-tribunaal heeft het mandaat om enkele tientallen hoofdverdachten van de genocide te berechten, waarbij echter hoogstens levenslang kan worden opgelegd. De 'kleinere' moordenaars, die door het Rwandees openbaar ministerie worden vervolgd, hangt waarschijnlijk de doodstraf boven het hoofd.

Rwandese Hutu-extremisten richtten tweeënhalf jaar geleden een bloedbad aan onder de Tutsi-minderheid en gematigde Hutu's. Ten minste 500.000 mensen kwamen daarbij om het leven. De berechting van de verdachten heeft veel vertraging ondervonden. De eerste rechtszaak door de Rwandese autoriteiten begon in april 1995, maar werd al na een dag voor onbeperkte tijd uitgesteld. De rechtsgang werd gehinderd door een aantal problemen. Zo bleek Rwanda na de genocide nog maar over enkele tientallen advocaten te beschikken en waren de meeste rechtszalen en juridische archieven vernietigd. Het gevolg hiervan was dat meer dan 87.000 verdachten al meer dan tweeënhalf jaar lang opgesloten zitten in gevangenissen die bedoeld zijn voor maar 20.000 mensen. En naar het zich laat aanzien zullen de rechtszaken tegen de bedenkers en de uitvoerders van de genocide nog verscheidene jaren gaan duren. De twee verdachten die gisteren moesten voorkomen in Kibungo, een prefectuur in de buurt van de grens met Tanzania, zijn Déo Bizimana, een ex-brandweerman, en Egide Gatanazi, een voormalige plaatselijke bestuurder. Bizimana is aangeklaagd wegens deelname aan moordpartijen in de plaatsen Birenga en Saké. Hij zou daar een groep moordenaars hebben geleid. Gatanazi moet voor de rechtbank verschijnen omdat hij een bloedbad zou hebben georganiseerd in de deel-prefectuur Rwamagana. Ook wordt hij verdacht van verkrachtingen. Maandag beginnen in Kigali rechtszaken tegen twee andere verdachten. De Rwandese radio zal de eerste hoorzittingen live uitzenden. Verwacht wordt dat de honderdduizenden Hutu-vluchtelingen die de afgelopen weken zijn teruggekeerd uit de buurlanden Zaïre en Tanzania, de processen met grote belangstelling zullen volgen. De eerste rechtszaken zullen beginnen in een gespannen atmosfeer. Volgens het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties (UNHCR) zijn meer dan 1.600 Hutu-vluchtelingen na hun terugkeer in Rwanda gearresteerd op verdenking van deelname aan de genocide. De meeste aanhoudingen hadden plaats in Kibungo. In deze prefectuur worden de autoriteiten overspoeld door de massa vluchtelingen die recentelijk zijn teruggekeerd. In sommige plaatsen overtreft het aantal repatrianten zelfs de bevolking die na de genocide is achtergebleven.

Ook het VN-tribunaal kampt met uitstel, onder meer wegens een tekort aan personeel. Volgens aanklager Louise Arbour, de Canadese juriste die ook aanklager is bij het VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden in voormalig Joegoslavië, is het moeilijk personeel te vinden voor de werkzaamheden. (AFP, AP)