Een tank te ver

Op 24 december 1944 werd de waardin van het 'Pavillon Ardennais' in Celles, een dorp in de Belgische provincie Namen, in alle vroegte gewekt door een explosie: een Duitse tank was voor het café op een mijn gelopen. Even later kwamen twee Duitse officieren bij haar informeren hoe het met de weg naar Dinant stond.

De 2de Pantserdivisie, speerpunt van het Ardennenoffensief, popelde om de Maas over te steken en door te stoten naar Antwerpen. Zonder blikken of blozen zei Madame Monrique dat de Amerikanen de hele acht kilometer naar Dinant ondermijnd hadden. In werkelijkheid waren de Amerikanen er bij de nadering van de Duitsers in allerijl vandoor gegaan, en hadden slechts een paar mijnen achtergelaten. Maar de voorhoede van de gevreesde tanktroepen, die toch al geplaagd werden door een chronisch benzinetekort, nam geen risico, en besloot na de desinformatie van Madame Monrique halt te houden en dekking te zoeken in de omgeving. Op Eerste Kerstdag zette evenwel een geallieerd tegenoffensief in dat de Duitse opmars in een paar weken zou oprollen. In het nietige Celles was het Ardennenoffensief van generaal Von Rundstedt doodgelopen.

Wie Celles vandaag binnenkomt kan de Duitse Tiger-tank niet missen die de kruising voor, nog altijd, het 'Pavillon Ardennais' bewaakt. Tegenwoordig is de tank in anachronistische camouflagekleuren beschilderd, maar een groot bord laat er geen twijfel over bestaan: 'Ici fût arrêtée l'offensive von Rundstedt'. Misschien is het wel het exemplaar dat net op die ene Amerikaanse mijn liep.

Een paar jaar geleden zaten een vriend en ik in het café, wachtend tot de nachtmis in Celles zou beginnen. Jawel, het was Kerstmis. Sentimentaliteit had ons van het behaaglijke haardvuur in het buitenhuis verdreven, en we zochten het gezelschap van dennengroen, kaarsen en kerstliedjes. Er zaten er meer, stoere mannen met stevig Belgisch bier in hun knuisten, maar ook met steelse blikken op hun horloge. De deur zwaaide open en liet een ijskoude tocht binnen tegelijk met twee mannen in loden jassen. Met ferme tred liepen zij op de tap af, en vroegen na een luid 'Frohe Weihnachten', in dezelfde taal aan de caféhouder of 'die tank buiten te koop was'.

De kleinzoon van Madame Monrique verstond geen Duits, en mijn vriend was zo vriendelijk de vraag in het Frans te vertalen. Na een kort moment van verbijstering begon de gehele aanwezige clientèle door elkaar te schreeuwen. “Weet u wel wat dat voor tank is”, zei de man achter de tap enigszins dreigend. Maar de Duitsers kenden hun geschiedenis uitstekend, en in vlot tempo disten zij de details van de Duitse race naar de Maas op. Ze lieten ook fijntjes doorschemeren dat hun 'vaders', want de opkopers bezaten de leeftijd der 'zonen', alleen vanwege de krijgslist van Madame Monrique niet verder doorgestoten waren. De Duitsers bezaten naar hun zeggen in de buurt van München een museum waarin vele aandenkens aan het laatste offensief bewaard werden, en die historische 'Panzer' zou daar niet misstaan.

De eerste horde was genomen, en er tekende zich een klein begrip af onder de gasten. Nu waren de Duitsers wel benieuwd naar het eigenaarschap van de tank. Die vraag zorgde voor nieuwe beroering in de Waalse gelederen. Spijtig schudde de waard het hoofd toen verscheidene vingers in zijn richting priemden. Nee, hij had er wel de zorg voor, en de gemeente betaalde hem een kleine huur voor de plek, maar hij wist niet eens of de gemeente wel eigenaar van het geval was. Misschien de Amerikanen of de NAVO.

Toen een van de Duitsers glimlachend opmerkte dat de tank natuurlijk eigenlijk van hén was, vond mijn vriend het welletjes geweest, en maakte aanstalten te vertrekken. Maar nu wilden de cafébezoekers wel eens weten wat de Duitsers voor die roestbak overhadden. Nou, die keken niet op een paar duizend mark, vertaalde mijn vriend nog onwillig. Daarna moest de vriendschap der volken het zonder tolk stellen. Terwijl wij het lokaal verlieten werd er tussen de tanden gefloten en druk overlegd.

Een aantal van de gasten zagen we even later terug in het Romaanse kerkje tijdens de mis. Zelfs onder het toeziend oog van de gebeeldhouwde Heren van Celles, die hun graven in de kerkwand hebben, wierpen zij nog veelbetekenende blikken naar ons, misschien overwegend dat onze bemiddeling hun een lief voordeeltje had kunnen opleveren. Maar wij bepaalden ons tot de kerstliedjes en zongen triomfantelijk het Gloria in excelsis Deo mee waarin de engelen de geboorte van Israels Bevrijder verkondigen. Een uur later drukten alle kerkgangers elkaar ontroerd de hand op het koude pleintje voor de kerk. Over de tank werd niet meer gesproken.

    • Samuel de Lange