Chopin

Maria João Pires: Chopin - Nocturnes (DGG, 447 096-2)

Alleen dromers spelen Chopin zoals de componist het bedoeld moet hebben. De vingers moeten over het klavier slaapwandelen. Ze moeten schijnbaar onopzettelijk de toetsen beroeren en van de ene notensliert naar de andere zwalken. Dat geldt voor alle composities van Chopin, maar nog wel het meest voor de Nocturnes.

Er is er maar één die dat, wat mij betreft, tot in de perfectie heeft gedaan, en dat is Arthur Rubinstein (wiens opname uit 1965 door RCA op cd werd gezet). Bij alle andere is er altijd wel iets wat ontbreekt - niemand weet Rubinsteins gewichtloosheid in de klank te suggereren.

Maria João Pires komt er in haar recente opname wel dicht bij. Haar tempi zijn goed, daarentegen is het rubato een enkele keer iets aan de onrustige kant. De noten hebben bij Pires de juiste losheid, nergens slibben de eindeloze klankslierten dicht. Heel af en toe krijgt een versiering net te veel nadruk. Maar het zijn slechts details. De opname is glashelder, helaas is de klank van de vleugel (vermoedelijk een Steinway, maar dat staat helaas nergens) wat aan de scherpe, metalige kant.