BOM-moeder Margo Andriessen over mannen, vrouwen en kinderen; Geen onderdrukker aan de keukentafel

Als een van de eerste vrouwen in Nederland besloot Margo Andriessen achttien jaar geleden een bewust ongehuwde moeder te worden. Vooral getrouwde vrouwen vonden het een schande, maar sommige feministen ook. 'Het was onfeministisch als je een man had, en ook als je geen man had.' Een 'nieuwe man' heeft ze van haar zoon niet willen maken. Thomas: 'Mijn hoofdtaak in het huishouden is het bijvullen van het suikerpotje.'

Bij zo'n schooldeur staan, dat wou ik ook. Ik wilde weten hoe het was om zwanger te zijn, te bevallen en op te voeden.” Niet lang nadat de Dolle Mina's de straat opgingen om te protesteren tegen de 'vloek der vruchtbaarheid', die vrouwen belemmerde carrière te maken, werd Margo Andriessen moeder. “In een huwelijk zag ik niets. Moest ik dan geen kind willen?” Achttien jaar geleden werd ze een BOM: een bewust ongehuwde moeder.

Andriessen (50) woont nog altijd samen met haar zoon Thomas, in een houten huis aan een slootje vlakbij Amsterdam. Zij is consultant geworden, hij doet havo-eindexamen. Thomas had de term 'BOM' nooit gehoord. Hij vindt het “een beetje maf woord, zo overdreven. Dat Margo geen grote fan van trouwen is, had ik natuurlijk wel door.”

Met Thomas in haar buik schreef Andriessen in 1978 een artikel voor deze krant over haar beweegredenen om zonder echtgenoot zwanger te worden. Ze vroeg zich af of het haar zou lukken in haar eentje een kind groot te brengen, maar ze kon zich niet onttrekken, schreef ze, aan die 'innerlijke drang'. Vrouwen willen zich volgens haar nu eenmaal “opgenomen voelen in de omringende wereld”, terwijl mannen over de natuur willen heersen en het bewuste van het onbewuste kunnen scheiden. In de Amsterdamse Vrouwenkrant las ze dat dit inzicht blijk gaf van een 'matriarchaal bewustzijn'.

Inmiddels is Andriessen nuchter over al deze jaren-zeventig retoriek. Toch gelooft zij nog steeds dat vrouwen door het vermogen om kinderen te baren een andere instelling hebben dan mannen: “Hedy d'Ancona zei eens tegen me: 'Al die mannen hebben een foto van hun vrouw en kinderen op hun bureau staan, dat hoeven wij niet, wij denken toch wel de hele dag aan ze'.”

Andriessen was niet enig in haar soort, merkte ze snel. Naar aanleiding van een interview in Het Parool met een ongehuwde moeder vormde zich een groep van vijftien vrouwen. Om zich te onderscheiden van het zo meelijwekkende 'gevallen meisjes' van voorheen, bedachten ze de term BOM. Aanvankelijk was het een Amsterdamse aangelegenheid, maar binnen tweeëneenhalf jaar vormden zich ook in andere steden BOM-groepen. Margo Andriessen werd lid van de Groningse groep.

Op het moment dat ze besloot zwanger te worden, had ze een vriend. Aan trouwen dacht geen van beiden. Hij had net een huwelijk achter de rug, zij kreeg het al benauwd bij de gedachte. Haar vriend, die al twee kleine zoontjes had, schrok aanvankelijk toen zij hem vroeg vader van haar kind te worden. “Ik respecteerde hem, hij leek me een leuke vader”, zegt ze. “Ik had nooit zomaar zwanger willen worden van de buurman of de melkboer.” Op voorwaarde dat zij de verantwoordelijkheid zou dragen, stemde hij in. “Ik koos de vroedvrouw, de dokter, de oppas, de crèche en later de school. En ik droeg de financiële lasten. Hij vond dat ik het op mijn manier moest doen, al was hij verbaasd dat ik Thomas uit de wieg viste en bij me in bed nam als hij huilde.”

Bekenden

Thomas woonde altijd bij haar, maar zag zijn vader regelmatig. Toen Thomas klein was, zorgde zijn vader een vaste dag per week en af en toe een weekeinde voor hem. Tot zijn vijfde hadden zijn ouders een lat-relatie. “Ik zag het zo: ze wonen wel samen, alleen hebben ze allebei een eigen huis”, zegt hij nu. Hij herinnert zich niet dat het voor hem veel verschil maakte toen het uitging: “Ik pendelde altijd al heen en weer. Als getrouwde ouders scheiden, is dat moeilijker voor hun kinderen.”

'Bekenden' noemt Thomas zijn ouders nu - goede vrienden zijn het niet. Met mes en vork eten leerde hij van zijn vader, maar verder heeft die zich met zijn opvoeding niet bemoeid. Sinds Thomas met zijn moeder op zijn achtste naar Amsterdam verhuisde, voelt hij zich meer op bezoek dan thuis bij zijn vader. “Hij is meer betrokken bij de opvoeding van mijn twee halfbroers. Met hun moeder is hij getrouwd geweest. Ik deelde met hen een kamer in zijn huis. Maar hij ging met hen wel op vakantie en met mij niet. Dat vond ik moeilijk.”

Thomas vond het 'wel lekker' dat hij soms alleen thuis was: “De meeste kinderen gingen om twaalf uur naar huis en dan zat hun moeder klaar met thee. Nou, dat was bij mij dus niet zo. Maar ik doe graag dingen in mijn eentje.” Hij heeft een man in huis nooit gemist. 'Seksonderwerpen' zou hij met zijn halfbroer bespreken: “Het is tot nu toe alleen niet nodig. Ik ben op school goed voorgelicht. Mijn biologieleraar liet de hele klas een condoom omdoen, bij een banaan.” Maar als het Thomas op school niet goed ging, kwamen onderwijzers zijn moeder onveranderlijk melden dat ze een man moest vinden en haar baan moest opzeggen.

Met de mannen die zijn moeder had na de relatie met zijn vader, had hij soms moeite. “Af en toe was het een beetje maf. Ik ging naar bed en dan was hij er niet. Of hij zou weggaan en dan was hij er 's ochtends nog. Als ik hem niet aardig vond, ging ik klieren. Ik werd pissig als ze dachten dat ze iets over mij te zeggen hadden.” Zijn moeder is later nooit meer met een man gaan samenwonen.

Mannenhater

Toen Thomas geboren werd, was Andriessen gepromoveerd als criminologe. Na een baan aan de Groningse universiteit werd ze voorzitter van het college van bestuur aan de Hogeschool van Amsterdam en later directeur van de dienst welzijn van de gemeente Den Haag. Sinds een jaar werkt ze bij een organisatie-adviesbureau. Haar werk beschouwt ze nog steeds als haar 'mannelijke kant'. “Mannen leven met hun hoofd in de wolken. Ze richten zich op hun werk. Ik vind dat ook belangrijk. Maar ik wilde meer zijn dan hersens op sterk water. Mede daarom kreeg ik een kind.”

Na het artikel dat Andriessen in 1978 publiceerde, kreeg ze stapels woedende brieven. Vooral getrouwde vrouwen reageerden: het was een schande, wat zij haar kind aandeed. Ze werd beschouwd als een mannenhater. “Mensen gebruikten mij als uitlaatklep voor hun frustraties. Ik heb alle brieven meteen verscheurd. Het bracht me niet aan het twijfelen, nee. Juist niet.” Uit de brieven bleek dat mensen dachten dat ze haar kind exclusief voor zichzelf wou houden: “Terwijl ik toch ook altijd dacht: een moeder helemaal alleen met een kind, da's niet fris.”

Toch schreef ze destijds in het artikel over haar vriend: 'Wanneer onze relatie af zou lopen, zal hij het kind waarschijnlijk niet meer zien. Maar het zal ook niet zo zijn dat de wereld van het kind dan in elkaar stort, want het heeft zich nooit volledig op die ene man hoeven vastpinnen.' Dat licht ze nu toe: “Toen ik eenmaal moeder was, ging ik er anders over denken. Hij moest zich ook aan hem kunnen spiegelen. Mijn eigen vader stierf toen ik dertien was. Onze relatie heeft zich niet kunnen ontwikkelen. Daarom heb ik ervoor gezorgd dat zij elkaar bleven zien. Tot het moment dat Thomas zelf een treinkaartje kon kopen en hem kon bellen. Toen dacht ik: nu zoeken de heren het verder zelf maar uit.”

Campingbedje

Op de BOM-groepen werd, blijkt uit de notulen, vooral gesproken over wat het doel van de bijeenkomsten moest zijn. Ging het om gezelligheid, zelftherapie, het maken van voorlichtingsmateriaal voor instanties als het Rutgershuis? Of moesten er thema-avonden gehouden worden? De vrouwen, die eens per maand bij iemand thuis bijeenkwamen, hielpen elkaar aan crèches, vingen elkaars kinderen op of praatten over opvoeden. Andriessen was vooral geïnteresseerd in de juridische omstandigheden van bewust ongehuwde moeders en stuurde stukken rond over het afstammings- en erfrecht.

Op twee landelijke BOM-dagen en in een in 1979 verschenen BOM-boekje kwamen verschillende vormen van 'BOMschap' aan de orde. Zowel de reden om BOM te worden, als de manier waarop, stond ter discussie. Sommige vrouwen hadden, zoals Andriessen, een lat-relatie. Anderen waren in de steek gelaten door hun vaste vriend, zwanger geworden van de verkeerde man, of lesbisch (ook wel 'BLOM' genoemd). Weer anderen kregen het kind omdat ze tegen abortus waren, waarna discussie ontstond of ze dan wel een echte BOM waren. De meest radicale types zochten een verwekker in plaats van een vader, of kozen voor kunstmatige inseminatie.

Lang heeft de BOM-beweging niet bestaan: de groepen kwamen samen van ongeveer 1979 tot 1982. “Wij in Groningen hoorden dat in Amsterdam de pleuris was losgebroken. De ene groep sommeerde ons niet meer met de andere groep te praten.” Door te grote meningsverschillen - over de aard en het doel van de beweging, maar ook over opvoedingsmethoden - vielen de groepen uiteen.

Open gezin

In 1978 droomde Andriessen van een 'open gezin', waarin haar kind temidden van meerdere volwassenen en kinderen op zou groeien. Haar idealisme had een praktische noodzaak: het hebben van een kind èn een baan had ze zwaar onderschat. Een vriendin uit de buurt heeft haar het meeste bijgestaan in de opvoeding. Thomas beschouwt die nu als een 'extra moeder' en haar dochter als een zus. Even heeft Andriessen overwogen nog een kind te nemen, “als speelkameraad, want nu moest ik zelf onvermoeibaar met hem over de grond kruipen. Maar ik vreesde dat het toch niet zou gaan met mijn loopbaan.”

Ze zucht een beetje als ze denkt aan de drukke begintijd: “Ik regelde allerlei opvang: een crèche, een oppas, mijn zussen, vriendinnen. Ik voelde me schuldig omdat ik zoveel weg was. Toch denk ik nog steeds dat het goed is voor een kind om zich breed te focussen in de wereld. Thomas gaat makkelijk met mensen om.” Haar collega's, bijna uitsluitend mannen, toonden begrip: “Ik kreeg de grootste kamer, die eigenlijk voor de hoogleraar bestemd was. Daar stond een campingbedje in. Studenten wiegden de baby terwijl ze hun scriptie bespraken.”

Ondanks de steun van haar omgeving viel het haar soms zwaar. “Toen Thomas geboren was, kreeg ik een kaartje van mijn oudtante. 'Ja, nu zit je in de problemen, maar je hebt het zelf gewild', stond erop. Ik moest lachen, maar ik heb er vaak aan gedacht. Het is weleens gebeurd dat ik doodmoe van mijn werk thuiskwam en dacht: 'hè, hier klopt iets niet. Ach Jezus, Thomas is er niet!' Dan was ik hem vergeten van de crèche te halen. Ik schaamde me dood. Later ontdekte ik dat zelfs moeders die de hele dag thuis zitten, denken dat ze hun kind te weinig aandacht geven.” Ook sommige feministen reageerden afwijzend. Bewust ongehuwd moederschap zou in strijd zijn met de emancipatie omdat de BOM-vrouwen zichzelf vrijwillig driedubbel belastten - met het huishouden, een baan en een kind. Van die kritiek heeft Andriessen weinig gemerkt. “Dat schreven ze misschien in hun blaadjes, nou, die las ik dan gewoon niet.”

Via de PPR, waarin ze rond 1974 actief werd, kwam Andriessen in aanraking met het feminisme. In de eerste fase van de emancipatie ging het puur om gevoel, zegt ze nu. “Later bedachten meer intellectuele types hoe ze de maatschappij konden veranderen. Zij richtten bladen op, maakten programma's voor radio en televisie en zetten vrouwenstudies op aan de universiteiten.” Er vond ook een emotionele doorbraak plaats: “Vrouwen durfden thuis aan de keukentafel kwaad te worden.” Omdat er aan haar keukentafel geen onderdrukker zat, voelde zij zich minder aangesproken door dit soort feminisme. “Ik beschouwde mannen niet als onderdrukkers, zij waren net zo goed onderdeel van het benauwde systeem als wij.”

Door haar jeugd had zij de strijd voor onafhankelijkheid al achter de rug. “Nadat mijn vader op mijn dertiende was gestorven, deed ik in huis de mannendingen, de belasting, de giro. Het gezin bestond toen uit vier dochters en een moeder. Wij rooiden het met alleen vrouwen, dat steunde me in mijn beslissing een kind te nemen.” Haar moeder stierf toen ze eenentwintig was. “Zij vond het nooit goed dat ik niet trouwde. Ik kom uit een degelijk CHU-milieu.”

Op de vergaderingen in het Vrouwenhuis liep iedereen te schelden. “Het was onfeministisch als je een man had, en ook als je geen man had. Of je moest ineens allemaal lesbisch zijn en het krijgen van een kind was verboden. Want daarvoor moest je vrijen met een man, dat was niet best. KI was al iets beter, maar o jee, je liep de kans een zoon te krijgen. Ik was niet kosjer, want ik vond niet alleen vrouwen leuk.”

Strikken rond urinoirs

Intussen legden Dolle Mina's strikken rond urinoirs - “maf, maar onvergetelijk” - en las Andriessen overal over de emancipatiebeweging. In het begin stond die ver van haar af, het ging immers goed met haar werk en haar vriend. “De vrouwen in de partij zeiden: 'Kijk om je heen, met andere vrouwen gaat het niet zo goed'. Ik kon niet wegkomen door te zeggen dat ze het dan maar anders moesten doen. Als je er eenmaal oog voor had zag je vrouwenonderdrukking op elke straathoek. Ik heb me er ingestort. Er is nog een foto uit een krant waarop je mij met andere vrouwen op de deur van de bestuurskamer op de universiteit ziet bonzen. We hebben allemaal een kind op onze arm: 'Hallo, wij moeten werken, kunt u even oppassen?' Dat was de actie voor de eerste Nederlandse bedrijfscrèche.”

Thomas: “Margo en ik delen een interesse in de politiek. Ik ben iets rechtser, zweef tussen D66 en de VVD. Wel ben ik voor uitkeringen aan alleenstaande moeders, zodat vrouwen kunnen kiezen voor een carrière als moeder. Bijstand voor mensen zonder opleiding is ook belangrijk, maar misbruik moet worden bestraft.” Zijn moeder is geen anarchiste meer, wel zat ze tot voor kort nog in het bestuur van feministisch maandblad Opzij. Thomas bladerde het weleens door: “Ze kunnen zich zo langzamerhand wel opheffen. Vroeger waren vrouwen absoluut achtergesteld, maar nu is het wel enigszins gelijk.”

Margo Andriessen heeft van haar zoon geen 'nieuwe man' willen maken. “Alsjeblieft niet zeg. Ik kocht heus geen speciale poppen voor hem.” Ze vindt wel dat ze hem te weinig laat doen in het huishouden. “Mijn hoofdtaak is het bijvullen van het suikerpotje”, zegt Thomas lachend. “Margo doet zelf ook niet zo bijster veel in het huishouden hoor. Ze stofzuigt nooit.”

Hij weet zeker dat hij geen kind zou verwekken zonder het op te voeden. “Ik wil altijd klaarstaan voor mijn kinderen.” Maar als 'BOV' helemaal in zijn eentje een kind grootbrengen, zou hij ook niet willen. “Als je samen een kind krijgt, kun je af en toe eens op adem komen.” Zijn moeder bereidt zich er intussen op voor, “zoals alle ouders die het jaren zeventig syndroom hebben uitgebuit”, dat hij misschien gewoon gaat trouwen.

    • Judith Eiselin