Rust

Een van de meest invloedrijke mannen in het Nederlandse kunstcircuit, oud-directeur van een toonaangevend museum voor moderne kunst (nou weet u het toch wel?) heeft eens verklaard dat hij zich bij grote kunst regelmatig verveelde. En inplaats van hinnikend van het lachen over elkaar heen te vallen - of op z'n minst de man te verlossen uit zijn functies in allerlei aankoop- en adviescommissies - deed het circuit er beleefd het zwijgen toe.

Zo breed is dus het scala van acceptabele antwoorden op de eeuwige vraag wat nu eigenlijk kunst is. Je kunt er bijna alles op zeggen. Hoewel geen van de auteurs in het lopende nummer van Kunstschrift (dat deze vraag stelde) het zo bont maakt als de genoemde kunstbons, vertonen ook hun antwoorden grote variëteit. Er zijn verrassende verschillen in benadering, van heel concreet tot algemeen. Daarbij wordt met het grootste gemak overgestapt van de vraag 'wat is kunst?' naar 'wat is goede kunst?' Sommigen schieten met evenveel gemak door naar de aller-algemeenste vraag: 'wat is mooi?'

Het is een beetje alsof een congres van voedingskundigen, bijeen om zich te buigen over de kwestie van wat nu eigenlijk groente is, almaar discussieert over wat lekkerder is, postelein of bloemkool, en of peultjes nu wel of niet het allerfijnste zijn, en waarom. Terwijl de vraag of aardappels er ook bij horen als een beetje plat terzijde wordt geschoven, weidt een spreker onder veel belangstelling uit over wat hij zelf het lekkerste vindt.

Nu is kunst natuurlijk een interessanter thema dan groente, en mag een debat erover zich ook op een wat abstracter niveau afspelen. Maar het blijft opmerkelijk dat haast iedereen die begint over de afpaling van het terrein, weer hopeloos vastloopt in de vraag naar deugdelijkheid, naar wat met zo'n vervelend woord 'kwaliteit' heet. In de literatuur gebeurt dat ook: horen Van 't Hek en de Intiem-romans er nu wel of niet bij? Terwijl muziekkenners bij mijn weten zelden of nooit redetwisten over de vraag of house nu wel of geen muziek is.

Maar ja, met de mededeling dat alles kunst is wat als kunst bedoeld is heb je weliswaar de vraag beantwoord, maar niet zoveel belangwekkends gezegd. Waarom het gaat, is het verschil tussen goede en slechte kunst, en op die afgeleide vraag zijn de interessantste antwoorden (zoals op bijna alle vragen) de uitersten; in concreetheid of in algemeenheid. Van de concreetste kun je leren, de tweede soort kan je aan het denken zetten. Het veld daar tussenin, bezaaid met persoonlijke ontboezemingen, is een beetje rommelig.

Heel concreet is bijvoorbeeld het antwoord van Ernst van de Wetering, die probeert uit te zoeken wat het precies is in de tekeningen van Rembrandt, dat hem zo veel genoegen, ja, lust bij het kijken verschaft. Hij zoekt het in iets fysieks, in gestolde spontane bewegingen van de kunstenaar - maar dan in combinatie met zeer grote geoefendheid. En, voegt hij er haast ontwapenend aan toe, iets met de horizontaliteit in Rembrandts voorstellingen, die ze 'een soort weldadige stevigheid' geeft. Ik doe het artikel hiermee geen recht; maar nooit las ik iets wat zo dicht in de buurt kwam van een invoelbare beschrijving van wat er gebeurt als een kunstenaar kunst maakt.

Aan het andere eind van het scala zitten gedachten over kunst die weinig of niets met de tastbare hoedanigheid ervan te maken hebben. Dat een kunstwerk ons treffen moet op een moment - een plaats? - waar wij er gevoelig voor zijn. Dat er een geheimzinnige overeenkomst met de liefde bestaat.

Maar waar je zo zelden iemand in het openbaar over hoort is de troostende werking van kunst. Het feit dat een groot kunstwerk, in zijn ongenaakbaarheid, rust uitstraalt (alleen de dichter Herman de Coninck heeft het in zijn Kunstschrift-artikel even over rust). De rust van 'zoek niet verder, dit is het'. Er zit iets onmiskenbaar religieus in die gewaarwording, en zelfs in het slechte geweten dat je hebt als je je, na een tijdje kijken of luisteren naar zo'n kunstwerk, toch weer tot aardse beslommeringen wendt. Maar daar zit ook de troost in: dat die aardse beslommeringen toch eigenlijk weinig voorstellen, en dat je je altijd weer tot de kunst kunt wenden.