Het EMU-dwangbuis moet de prullenbak in

De weg is vrijgemaakt voor de totstandkoming van de Economische en Monetaire Unie (EMU) met een gemeenschappelijke Europese munt, de euro, aldus de conclusie na afloop van de topontmoeting van de staats- en regeringsleiders van de Europese Unie, eind vorige week in Dublin. Maar Alman Metten is er niet gerust op. Het compromis, in de vorm van het zogenoemde stabiliteitspact, kan zich gemakkelijk tegen de Euopese Unie keren.

Het stabiliteitspact voor de Economische en Monetaire Unie (EMU), waarvan de regeringsleiders eind vorige week de grote lijnen hebben vastgelegd, is in de ogen van zijn bedenker, Duitslands minister van financiën Waigel, de garantie zijn dat de euro net zo hard wordt als de Duitse mark. Hoewel aanvankelijk geen van de andere lidstaten voor zo'n stabiliteitspact voelde, is het er dus toch van gekomen. Moeten we daar blij mee zijn? Ik ben dat in elk geval niet.

In de eerste plaats, de doelstelling: de harde euro. De meetlat voor hoe hard of zacht de euro zal zijn, is de dollar. Een hardere euro betekent een zachtere dollar, en vice versa. Momenteel juicht echter iedereen de stijging van de dollar toe. Zelfs president Tietmeyer van de Duitse Bundesbank is voor een verdere stijging. De dollar is namelijk ondergewaardeerd, anders gezegd, de Duitse mark is te duur. De prijs daarvoor betaalt Duitsland in de vorm van een steeds oplopende werkloosheid. Bij een duurder wordende munt kan de concurrentiekracht alleen worden behouden door òf drastisch te saneren (wat Duitsland nu doet), òf de lonen te matigen (wat Nederland al 15 jaar succesvol doet).

De loonmatigingsoptie is echter vooral geschikt voor kleine landen met veel buitenland dat voor instandhouding van de vraag kan zorgen. Forse loonmatiging in grote landen als Duitsland zelf, maar ook in de EU als geheel, heeft door afremming van de binnenlandse vraag veel meer negatieve effecten op groei en werkgelegenheid. Niet alleen de Fransen roepen daarom dat de euro niet te hard mag worden, ook bestuursvoorzitter Michael Perry van Unilever heeft voor een te harde euro gewaarschuwd.

Maar bestaat dan niet het gevaar dat de euro te zacht wordt, en is een stabiliteitspact daarom toch nodig? Volgens mij gaat het hier om ongefundeerde bangmakerij. Het Verdrag van Maastricht heeft er reeds voor gezorgd, dat de lidstaten van de Europese Unie hun begrotingstekorten niet meer monetair mogen financieren ('de geldpersen laten draaien'). Hierdoor, en door een aantal andere structurele factoren (zoals de vorming van de interne markt), is de inflatie in de hele Unie nu op het laagste niveau sinds 1961!

Daarnaast moeten de landen die aan de euro mee willen doen zich kwalificeren door aan een vijftal heel strenge criteria te voldoen (waaronder lage inflatie). Hoewel Duitsland model heeft gestaan voor de criteria, zijn ze zó streng, dat dit land zelf er momenteel geenszins aan voldoet.

Moeten we dan bang zijn, dat de landen die aan die strenge normen zullen voldoen, een zwakkere munt zullen vormen dan de Duitse mark? Ik denk eerder dat het tegendeel het geval zal zijn, en dat we ons daar eerder zorgen over zouden moeten maken.

Maar als de euro er eenmaal is, zouden bepaalde landen hun tekorten onbekommerd kunnen laten oplopen, en daarmee de sterkte van de euro in gevaar kunnen brengen? Het Verdrag van Maastricht heeft er al voor gezorgd, dat noch andere landen noch de Unie zelf zo'n lidstaat te hulp hoeft te komen (de no bail out-clausule). Zo'n lidstaat moet dus zelf op de blaren zitten van hoge schuldenlasten en hogere kosten voor het aantrekken van geld.

De financiële markten zullen van zo'n overheid namelijk een risicopremie bovenop het basistarief dat elders in de Unie wordt gehanteerd berekenen. Het is volstrekt onduidelijk hoe een hoge rente voor een risicovolle lidstaat de rente elders in de Unie omhoog zou jagen. Temeer omdat de hoogte van het basistarief steeds meer mondiaal bepaald wordt.

Kortom, het stabiliteitspact dient een gevaar te keren dat niet bestaat. Bovendien probeert het een verzekering aan de huidige sterke muntlanden te geven tegen mogelijk toekomstige ongedisciplineerd gedrag van landen als Italië, die het uiteindelijk niet kan waarmaken.

Het stabiliteitspact is eigenlijk een wantrouwenspact zonder dekking. Want zolang de Unie niet zelf in staat is een opgelegde boete te innen, ook tegen de wil van het beboete land in (en daarvoor is een politieke unie nodig), is er geen enkele zekerheid dat de boete ook betaald zal worden (zie de boete die Italië twee jaar geleden voor overschrijding van de melkquota moest betalen).

Een wantrouwenspact is dus geen goede oplossing (en gelukkig ook niet nodig!). Maar inmiddels is het er wel bijna. Moet het dan maar in de prullenbak? Dat zou verreweg de beste oplossing zijn. Voorzover het Verdrag van Maastricht om een uitwerking vraagt, moet dat op een manier gebeuren die lidstaten niet in een dwangbuis perst. Waarom zouden alle landen van de EMU nu ineens naar een begroting zonder tekort of met een overschot moeten?

De regeringsleiders hebben zich te veel door de Duitsers op sleeptouw laten nemen. Een begroting in evenwicht is prachtig, als je haar eenmaal hebt. Jammer alleen, dat het gemiddelde tekort nu nog 4,5 procent is, en lidstaten komend jaar waanzinnige inspanningen moeten verrichten om op of onder de 3 procent te komen. En dan verwachten, dat die lidstaten één of twee jaar later hun begroting in evenwicht hebben? Theoretisch is dat natuurlijk mogelijk, als de Europese economie met meer dan 3 procent groeit en er wordt afgezien van lastenverlichting en meer overheidsinvesteringen.

Helaas wordt er geen Europese groei van 3 procent voorzien. Evenmin is er een goede reden om van lastenverlichting en meer overheidsinvesteringen af te zien, in het bijzonder omdat lastenverlichting en meer overheidsinvesteringen nu juist goed zijn voor groei en werkgelegenheid.

Beleggers zouden een bedrijf dat investeringen zou uitstellen om eerst de schulden weg te werken snel de rug toekeren. Investeren om te groeien en uit de groei de schulden af te lossen, is ook voor regeringen een patent recept.

Mocht de groei in Europa de komende jaren inzakken, wat helaas niet uit te sluiten valt, dan dwingt het stabiliteitspact, door zijn gebrek aan flexibiliteit, de EU tot een beleid dat een neerwaartse economische spiraal in gang brengt: scherper bezuinigen om de tegenslagen op te vangen in plaats van de groeidaling afremmen door tijdelijk de tekorten via de zogenaamde automatische stabilisatoren op te laten lopen. De periode waarin de lidstaten hun tekorten geheel weg proberen te werken, zeg dus de komende vier of vijf jaar, wordt door het stabiliteitspact dus tot een levensgevaarlijke gemaakt.

Onbegrijpelijk derhalve, dat veertien lidstaten zich door de Duitsers tot zoiets hebben laten dwingen. Onbegrijpelijk ook, dat zoiets zonder behoorlijke maatschappelijke discussie - ja zelfs zonder nauwelijks enige wetenschappelijke discussie - besloten kan worden. Het is volstrekt irrationeel.

Het stabiliteitspact is bedoeld om het Duitse publiek ervan te overtuigen dat het de euro niet hoeft te vrezen. Er zijn helaas weinig politici en industriëlen geweest die het Duitse publiek hebben durven zeggen dat Duitsland het uitblijven van de euro nog meer zou moeten vrezen.

Het Duitse trauma van de twintiger jaren - hyperinflatie - hoort echt tot de geschiedenis. De exploderende werkloosheid in Duitsland is echter de realiteit van de negentiger jaren, maar heeft een omgekeerde oorzaak: een opwaarderende mark. Wie brengt de Duitsers terug in het heden? - en redt de EMU?