Zorg over rol Kerkhof in affaire-Diekstra

ROTTERDAM, 12 DEC. Het bestuur van de faculteit psychologie en pedagogiek van de Vrije Universiteit is bezorgd over zijn pas benoemde hoogleraar A. Kerkhof. Deze specialist op het vakgebied zelfmoord meldde een geval van wetenschappelijk plagiaat door zijn leermeester R. Diekstra bij de onderzoekscommissie van de Leidse universiteit.

Nadat was uitgelekt dat Kerkhof Diekstra had aangegeven bij de onderzoekscommissie, vielen onbekenden het gezin Kerkhof lastig en werden bedreigingen geuit. Omdat de commissie niet precies heeft vastgesteld wie begonnen is met het plagiaat raakte ook Kerkhof zelf in opspraak.

Kerkhof heeft in september, na zijn benoeming tot hoogleraar, de decaan van zijn faculteit, A. Sanders, op de hoogte gebracht van het wetenschappelijk plagiaat door hun Leidse collega R. Diekstra. De onderzoekscommissie van de Leidse universiteit houdt Diekstra hier in de eerste plaats voor verantwoordelijk, maar pleit Kerkhof als betrokken auteur niet vrij. De decaan heeft gisteren namens het faculteitsbestuur verklaard dat hij vierkant achter Kerkhof staat.

“Kerkhof heeft me naar aanleiding van de onthullingen in Vrij Nederland ingelicht over een kwestie die hem al jaren bezighoudt. Hij gaf me ook de bijbehorende brieven en rapporten, die ik vervolgens goed heb opgeborgen”, aldus Sanders. Op de vraag wat volgen hem Kerkhofs eigen rol is geweest, zegt Sanders: “Ik heb toen tegen hem gezegd: natuurlijk heb je plagiaat gepleegd, maar je bent erin geluisd. Door je baas nog wel.”

Kerkhof deelt telefonisch vanuit de kamer van decaan Sanders mee niet met journalisten te willen praten omdat zulks “olie op het vuur, zout in de wonde is”. Onder meer hierom heeft Sanders de taak op zich genomen om de toedracht van het plagiaat uit de doeken doen. “De zaak is simpel. Diekstra kwam terug van een congres van de WHO in Engeland. Hij had een rapport bij zich. Kerkhof was destijds, in '86 of '87 een jonge, betrekkelijk onervaren universitair docent. Diekstra was zijn baas”.

Volgens deze versie gaf hoogleraar Diekstra het rapport aan Kerkhof met de woorden: “Dit zou een mooie wetenschappelijke publicatie zijn.” Kerkhof had zijn twijfels, maar ging het stuk dat later een werkstuk van de WHO bleek te zijn, toch bewerken. “Hij is te goeder trouw dwalende geweest”, aldus Sanders.

Daarna wordt het verhaal zeer onduidelijk. Uit het rapport van de onderzoekscommissie blijkt dat Kerkhof reeds in 1986 navraag deed over de oorsprong van het rapport en de opsteller ervan. Hij kwam er toen achter dat de eindrapporteur van het WHO-onderzoek de Schotse socioloog S. Platt was. Niettemin bewerkte Kerkhof de studie. Deze werd in januari 1988 gepubliceerd in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde. Als eerste auteur stond Diekstra vermeld, Kerkhof als tweede. “Hoe het ook zij, op alle punten zit Diekstra helemaal fout. Hij was de baas van Kerkhof, decaan van de faculteit, hij werkte voor de WHO en was aanwezig op het congres waar het onderzoeksrapport tot stand gekomen is. Hij staat bovendien vermeld als eerste auteur boven het artikel”, aldus Sanders.