Ministers pogen ruzie over EMU bij te leggen

DUBLIN, 12 DEC. De ministers van Financiën van de Europese Unie ondernemen vanmiddag in Dublin een laatste poging om een slepend meningsverschil tussen Duitsland en Frankrijk over de Economische en Monetaire Unie te overbruggen voordat morgen daar de top van Europese staats- en regeringsleiders begint.

Het was vanmorgen nog onzeker of de onenigheid over het stabiliteitspact, waarmee de landen die tot de EMU toetreden tot strenge begrotingsdiscipline worden gedwongen, tijdig kon worden opgelost.

Als de ministers van Financiën vandaag niet slagen wordt de discussie naar verwachting doorgeschoven naar het Nederlandse voorzitterschap van de EU, dat op 1 januari begint. Aangenomen wordt dat de Europese staats- en regeringsleiders in dat geval tijdens hun top een verklaring zullen uitgeven om te voorkomen dat het vertrouwen van de financiële markten in de toekomstige gemeenschappelijke Europese munt, de euro, wordt aangetast.

Duitsland wil een nauwkeurige omschrijving in het stabiliteitspact van de uitzonderlijke omstandigheden waaronder niet automatisch sancties worden opgelegd aan een land dat niet voldoet aan de vastgestelde EMU-normen over de maximale hoogte van het financieringstekort en de omvang van de overheidsschuld. Frankrijk wil daarbij ruimte laten voor een politieke beoordeling. President Chirac wil het opleggen van sancties ook niet geheel automatisch aan de Europese centrale bank overlaten. Daarom wil hij dat de toekomstige bank niet volledig onafhankelijk wordt, maar dat er ruimte blijft voor invloed van de politiek. Duitsland staat vrijwel alleen met zijn strenge opvattingen over het pact. Alleen Nederland steunt de Duitsers, maar minister Zalm heeft laten blijken te kunnen leven met een iets soepeler formulering van de 'uitzonderlijke omstandigheden' dan Duitsland wil. Bondskanselier Kohl zei vanmorgen in Bonn er van uit te gaan dat er een oplossing komt voor het conflict over het pact.

Pagina 5: Regeringsleiders buigen zich ook over drugsbeleid

De Europese leiders willen in Dublin een nieuwe stimulans geven aan de onderhandelingen over herziening van het Verdrag van Maastricht. Van veel leiders wordt echter verwacht dat zij zich beperken tot het aanvaarden van het document dat Ierland als huidig voorzitter van de Europese Unie heeft opgesteld op grond van de tot nu toe gevoerde besprekingen.

Maar diplomaten verwachten dat de Britse premier, Major, de gelegenheid zal aangrijpen om de vele verschillen van mening tussen de regeringsleiders te onderstrepen. Bovendien heeft de Franse president, Chirac, al laten weten graag een discussie te willen. Zijn minister van Buitenlandse Zaken, Hervé de Charette, heeft zich als enige negatief uitgelaten over het Ierse document, op basis waarvan in de eerste zes maanden van het volgende jaar onder Nederlands voorzitterschap de onderhandelingen moeten worden afgerond. Frankrijk is met name ongeduldig over het uitblijven van discussie over institutionele hervormingen van de EU. Al eerder deed Chirac een poging om hierin verandering te brengen. Op zijn verzoek kwamen de staats- en regeringsleiders begin oktober voor een extra top in Dublin bijeen. Achteraf zien nog steeds de meeste deelnemers de zin van hun reis naar Ierland toen niet in.

In oktober werd in Dublin vastgesteld dat over de moeilijkste punten pas volgend jaar overeenstemming bereikt kan worden, nadat de verkiezingen in Groot-Brittannië achter de rug zijn. Pas dan kunnen concessies van Londen worden verwacht over heikele punten als de omvang van de Europese Commissie, uitbreiding van voorstellen waarover met meerderheid van stemmen kan worden beslist en het scheppen van de mogelijkheid dat groepen landen op sommige gebieden sneller integreren dan andere.

De Britse premier Major heeft tot nu toe dat laatste punt volledig van de hand gewezen en ook de Labour-oppositie wil er officieel niets van weten. Maar volgens een Franse diplomaat zijn de Britten volgend jaar best bereid zijn tot deze zogeheten flexibiliteit - Frankrijk praat overigens liever over coopération renforcée en Nederland over gedifferentieerde integratie.

Als de institutionele problemen niet zijn geregeld voor de toetreding, begin volgende eeuw, van Midden- en Oost-Europese landen, dreigt de EU onbestuurbaar te worden. In een gezamenlijke brief die Kohl en Chirac deze week stuurden aan de voorzitter van de top in Dublin, de Ierse premier Bruton, worden voor de institutionele kwesties echter geen oplossingen aangedragen.

Diplomaten in Brussel veronderstellen dat Chirac niet tevreden is over het Ierse document omdat daarin niet altijd het Franse standpunt prominent is terug te vinden. Dat is bijvoorbeeld het geval bij het Gemeenschappelijk Buitenlands Beleid, dat volgens Frankrijk een gezicht en een mond moet krijgen door de benoeming van een speciale functionaris. Dit oorspronkelijk Franse voorstel is deze week nog eens herhaald in de brief van Chirac en Kohl aan de Ierse voorzitter.

In Dublin staat ook de Europese samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse veiligheid op de agenda. Het gaat om zaken als bestrijding van criminaliteit en drugsgebruik en asielrecht. Dit is een van de prioriteiten van de Ieren. Diplomaten gaan er van uit dat Chirac de gelegenheid zal aangrijpen om nog eens uit te halen naar het Nederlandse gedoogbeleid voor soft drugs, zelfs als hij geen voorbehoud meer maakt tegen de eerder binnen de EU overeengekomen tekst voor een gemeenschappelijk Europees optreden tegen drugs.

Deze tekst is een compromis tussen minister Sorgdrager van Justitie en haar Franse collega Toubon. Nederland vreesde dat door een eerdere versie van de tekst het Nederlandse gedoogbeleid in gevaar kon komen. Een Nederlandse poging om door middel van amendementen op de tekst het nationale gedoogbeleid duidelijk buiten de Europese aanpak te houden, stuitte op een afwijzing door alle andere veertien lidstaten van de EU.

Diplomaten erkennen dat Chirac niets te verwijten valt als hij - zelfs na aanvaarding van de tekst van de action commune - doorgaat met zijn kritiek op de Nederlandse drugsaanpak. Hij kan bij kritiek op het Nederlandse beleid rekenen op steun van christen-democratische regeringsleiders, onder wie Kohl. De Nederlandse regering heeft de afgelopen weken echter herhaaldelijk laten weten het gedoogbeleid te beschouwen als een belangrijke nationale zaak die niet onder druk van de Franse president wordt opgegeven.