Weinig toezicht op uitgaven omroep

DEN HAAG, 11 DEC. Het financiële toezicht van het Commissariaat voor de Media op de omroepverenigingen vertoont gebreken. De groeiende eigen vermogens van de omroepen worden tegen de afspraken onvoldoende besteed aan het maken van programma's. Bovendien maakt het commissariaat te weinig gebruik van zijn mogelijkheden sancties op te leggen.

Dit concludeert de Algemene Rekenkamer in een vandaag gepubliceerd rapport over het financieel toezicht op omroepverenigingen. De omroepverenigingen worden voor het grootste deel gefinancierd uit de publieke middelen. Het Commissariaat voor de Media verdeelt het geld dat de overheid beschikbaar heeft gesteld en stelt de vergoedingen vast op grond van de jaarrekeningen. Het commissariaat dient er toezicht op te houden. Uit een onderzoek van de Rekenkamer blijkt dat de publieke omroepverenigingen in 1994 gezamenlijk, naast 642 miljoen gulden uit de algemene middelen, over 446 miljoen gulden aan reserves beschikten. Deze inkomsten komen uit abonnementen op omroepbladen, sponsorbijdragen en van het Stimuleringsfonds Nederlandse Culturele Omroepprodukties. Tegen de afspraken in zijn deze reserves ten opzichte van 1993 gegroeid met ruim twintig miljoen gulden per jaar.

Volgens de Rekenkamer controleert het commissariaat onvoldoende welke nevenactiviteiten de omroepen ontplooien en de inkomsten die daarmee zijn gemoeid. De omroepen zijn verplicht een deel van de reserves te besteden aan het maken van programma's, maar dit gebeurt onvoldoende. “Het commissariaat accepteert dat bepaalde posten als voorzieningen worden opgenomen, terwijl ze tot het eigen vermogen behoren. Het maakt niet goed gebruik van zijn wettelijke sanctiemogelijkheden”, aldus de Rekenkamer.

Het Commissariaat voor de Media moet volgens de Rekenkamer beter gebruik maken van de mogelijkheid de vergoedingen van de omroepen lager vast te stellen, wanneer ze zich niet aan de afspraken houden. Het commissariaat bestrijdt dat het de wettelijke bevoegdheid heeft toezicht te houden op het vermogensbeheer door de omroepverenigingen. Het gaat om private instellingen die al lang voordat er een omroepwet bestond over eigen geld beschikten, meent het commissariaat.