Mexico smult van een politieke intrige; Soap rond een lijk

Wat moet de broer van de Mexicaanse ex-president Salinas met een lijk in zijn tuin? Twee jaar geleden werden in Mexico twee kopstukken van de regerende partij PRI vermoord. Het skelet dat nu is opgegraven, is mogelijk van de moordenaar. De nieuwe president Zedillo ontsloeg deze week de top van het voor de vondst verantwoordelijke openbaar ministerie. Was de aanklager een onbekwame prutser of is hij geslachtofferd? Mysterie à la Mexicana.

Zacht tikt de regen op het dak van de manege. Even verderop klinkt een bevelende stem: “Daar blijven! Onder geen beding verlaat u die kuil.” De heer met de aktetas loopt geschrokken terug naar de plek waar vier mannen een gat in de grond aan het hakken zijn. Een grote kuil, ergens tussen het ruiterpad en een beeld van de Heilige Maagd.

“Die notaris moet er met zijn neus boven op blijven staan”, verklaart advocaat Eduardo Luengo Creel zijn bevel. “Anders gaan ze hier nog een lijk inzaaien. Jazeker ìnzaaien, plànten, in de grònd stoppen.”

Die ochtend waren vijftig zwaar bewapende politiemannen gearriveerd, vier honden, een officier van justitie, en een graafmachine voor het hek van een dure hacienda even buiten Mexico-stad. De eigenaar van het landhuis is Raúl Salinas de Gortari. De oudste broer van ex-president Carlos Salinas de Gortari, die van 1988 tot 1994 Mexico regeerde.

Nog geen half jaar was Carlos president-af, of broer Raúl werd op beschuldiging van fraude achter de tralies gezet. Sinds zijn arrestatie waren de villa's en buitenhuizen van Raúl regelmatig het toneel van huiszoekingen. Maar zo grondig als nu ging het er nog niet aan toe. “Waanzin”, zegt advocaat Eduardo Luengo nu tussen de neo-Griekse zuilen van hacienda 'El Encanto' - letterlijk 'de betovering'. “De verklaringen van twee waarzegsters en een anonieme getuige! Dat is de basis waarop de procureur hier rust van deze villa komt verstoren om naar een líjk te zoeken!” Dan beent hij weer weg naar de steeds dieper wordende kuil in de bosjes.

Het is hem! We hebben hem gevonden!'' Voorzichtig houdt een jongeman in een witte jas een bord voor zich uit. Er ligt een zwartige schedel op. Met tientallen camera's wordt de trofee én zijn drager in alle mogelijke standen vastgelegd.

“We hebben hier naar alle waarschijnlijkheid te maken met de stoffelijke resten van parlementariër Manuel Muñoz Rocha”, zegt officier van justitie Pablo Chapa Benzanilla. Inderdaad, geeft hij toe, zijn tipgevers waren twee helderzienden. 'Tovenaressen' noemen ze zichzelf.

Niemand in Mexico wilde het geloven. Op straat werden al grappen gemaakt over 'de langste opgraving van de eeuw'. Maar na twee dagen graven in de tuin van Raúl Salinas heeft Chapa Benzanilla inderdaad een echt lijk gevonden. Eerst kwamen er haren tevoorschijn. Toen de schedel. En daarna, slechts gekleed in een kort hempje, het hele geraamte. In zwarte vuilniszakken worden de botten afgevoerd naar het gerechtelijk laboratorium van Mexico-stad. Er moet immers zo snel mogelijk wetenschappelijk worden vastgesteld wat de identiteit is van 'de vondst'. “Over een dag of drie weten we zeker of het Muñoz Rocha is”, belooft aanklager Chapa Benzanilla.

Maar wat moet de broer van een ex-president van Mexico met een lijk in zijn tuin? En wie was Muñoz Rocha?

Al meer dan 65 jaar is in Mexico de 'Partij van de Geïnstitutionaliseerde Revolutie' (PRI) aan de macht. Van een linkse partij veranderde de PRI al snel in een half-dictatoriale 'éénpartijdemocratie'. Elke zes jaar zijn er verkiezingen, er is een parlement, en er zijn vakbonden. Maar alles wordt volkomen beheerst door 'de partij'. De belangrijkste figuur in dit systeem is de president. Zes jaar lang regeert hij als een absoluut monarch. Behalve staatshoofd is hij regeringsleider, partijleider en opperbevelhebber van het leger. Hij benoemt rechters, politiechefs, en vakbondsleiders. Verder stelt hij hoogstpersoonlijk de kandidatenlijst samen voor het parlement en voor gouverneurszetels van de 32 Mexicaanse deelstaten. Tenslotte wijst de president aan het eind van zijn ambtstermijn zelf zijn opvolger aan. 'El dedazo', heet dat, de vingerwijzing.

Om te voorkomen dat het systeem uitdraait op een echte dictatuur, mag een president maar één ambstermijn vervullen. Daarna moet hij zich terugtrekken uit de politiek. Iedere president zorgt er daarom voor dat hij vóór het einde van zijn 'sexenio' financieel binnen is. Hij zet met staatsgeld eigen bedrijven op. Hij plundert de staatskas voor eigen inkopen. Het is een praktijk die in Mexico bij het presidentschap 'hoorde', zoals de president ook altijd voor een minimum aan sociale zekerheid zorgde. Dankzij de stabiliteit van deze democratie 'à la Mexicana' kon de PRI altijd rekenen op steun van de Verenigde Staten.

In het verkiezingsjaar 1988 liep het spaak. Voor het eerst in de geschiedenis dreigde de PRI te verliezen. De kandidaat van de rechtse oppositiepartij PAN versloeg PRI-kandidaat Carlos Salinas als president, zo bleek uit de eerste prognoses op televisie. Zoiets was nog nooit voorgekomen. Mensen gingen juichend de straat op. Onmiddellijk daarop viel de centrale computer van de door de PRI gecontroleerde Electorale Commissie uit. Pas vier dagen later was hij weer gemaakt. En toen kwam toch opeens Salinas als winnaar uit de bus. Ondanks de protesten van de oppositie werd hij met een krappe meerderheid van 50,7 procent van de stemmen de zoveelste PRI-president van Mexico. En zo ging de onpopulairste president die het land ooit heeft gehad aan het werk. Salinas voerde een rigoreus privatiseringsprogramma door. De logge staatsbedrijven werden uitverkocht. De sociale zekerheid werd uitgekleed. En op monetair gebied hield Salinas rigoreus huis.

De Mexicaanse economie bloeide op. Zo maakte Salinas Mexico zich populair in de VS, bij het Internationaal Monetair Fonds en bij de Wereldbank. “Mexico wordt het eerste land in de geschiedenis dat de overstap maakt van de Derde Wereld naar de Eerste”, jubelde Henry Kissinger toen hij in 1991 een bezoek aan Salinas bracht. Tegen het eind van zijn ambtsperiode kon Salinas niet meer stuk. Hij benoemde Luis Donaldo Colosio tot zijn opvolger als president. Die stond binnen de partij bekend als een 'vernieuwer'.

Maar op 23 maart 1994, een maand na zijn benoeming, werd presidentskandidaat Luis Donaldo Colosio vermoord. Na een verkiezingsbijeenkomst van de PRI kreeg hij op een plein in de stad Tijuana twee kogels in zijn hoofd. De schok voor Mexico was vergelijkbaar met die in Amerika na de moord op Kennedy. Presidenten waren nu eenmaal corrupt. En de staat was nu eenmaal een zelfbedieningswinkel voor hoge PRI-functionarissen. Maar vermoord? Dat had Mexico niet eerder meegemaakt.

Chapa Benzanilla was de 'speciale aanklager' in het onderzoek naar de moord op Colosio. Hij ontdekte dat een van de twee kogels op de kandidaat was afgevuurd door een lid van de geheime dienst van Carlos Salinas. De schutter loopt nog steeds vrij rond, want Chapa Benzanilla werd prompt van het onderzoek afgehaald. Een paar dagen later werd de politiechef die hem tijdens zijn onderzoek had bijgestaan, met kogels doorzeefd. Een paar weken later werd de procureur die het onderzoek naar de moord op deze politiechef leidde eveneens vermoord. En nog geen zes maanden na de moord op Colosio, werd opnieuw een PRI-kandidaat vermoord.

Nu was het de secretaris-generaal van de partij, de machtige José Ruiz Massieu, kandidaat voor het voorzitterschap van het parlement. Net als Colosio een 'vernieuwer'. Geschrokken van de bijna-nederlaag van de PRI bij de laatste verkiezingen, hadden beiden paal en perk willen stellen aan de corruptie. Ze hadden de macht van de partij en de president willen beperken, en een onafhankelijk justitieapparaat instellen. In een ingezonden brief aan de kranten suggereerde José Ruiz Massieu nog dat niet een terrorist of buitenstaander, maar zijn eigen partij - en wel de clan rond Salinas - verantwoordelijk was voor de moord op Colosio. Meer heeft hij er niet meer over kunnen zeggen.

Hij leefde nog een dag. Met aan zijn ziekenhuisbed El Presidente, Carlos Salinas. De hele familie Salinas was aanwezig. Ook broer Raúl en zus Adriana, die jarenlang José Ruiz Massieu's echtgenote was.

Ze was nu van hem gescheiden - 'een vrouwenversierder én een homoseksueel', hadden haar broers hem bij die gelegenheid genoemd. Maar de stervende was nu eenmaal de vader van haar twee dochters. En ook al hadden haar broers na de scheiding gezworen de ondankbare zwager 'zijn familieverraad betaald te zetten' , ze hadden voor de buitenwereld nog wel iets op te houden tegenover de illustere partijgenoot.

Als José Ruiz Massieu overlijdt, benoemt president Salinas zijn broer, procureur-generaal Mário Ruiz Massieu, tot 'speciale aanklager' in het onderzoek naar de moord. Al snel wordt de schutter inderdaad gepakt. De moordenaar bekent: zijn opdrachtgever zou een middelmatige parlementariër uit de provincie zijn, genaamd Manuel Muñoz Rocha. “Híj heeft me betaald”, luidde de beschuldiging van de moordenaar. Muñoz Rocha vreesde dat Ruiz Massieu de partij wilde moderniseren en zo zijn carrière zou dwarsbomen, aldus de moordenaar. Dus moest de secretaris-generaal uit de weg worden geruimd.

W aar is Muñoz Rocha gebleven? Die vraag heeft Mexico sindsdien bezig gehouden. Eén dag na de dood van José Ruiz Massieu werd Muñoz Rocha voor het laatst gezien bij één van de villa's van Raúl Salinas. Sindsdien heeft nooit meer iemand iets van de parlementariër gehoord of gezien. “We stopten voor de villa van Raúl Salinas op Reforma 973 in Mexico-stad”, vertelt een vriend van Muñoz Rocha in zijn getuigenververklaring aan het openbaar ministerie. “Wacht op me in het restaurant om de hoek”, zou Muñoz Rocha tegen zijn vriend hebben gezegd. “Ik moet even met Raúl praten.”

Ingenieur Muñoz Rocha en ingenieur Raúl Salinas kenden elkaar al sinds hun studententijd. Ze waren goede kameraden. Sinds broer Carlos president was, had de carrière van Muñoz Rocha dan ook een flinke duw omhoog gekregen.

“Na de moord op Ruiz Massieu was Muñoz Rocha uiterst nerveus”, verklaarde de vriend tegenover het openbaar ministerie. De parlementariër durfde niet meer naar huis en dacht dat hij werd gevolgd. Daarom zou hij zijn 'beschermer' Raúl Salinas om advies hebben willen vragen. Met de zijn draadloze telefoontje kondigde Muñoz Rocha vanuit de auto zijn komst aan, vertelde de vriend. Hij draaide zelf het nummer en gaf het apparaat aan Muñoz Rocha: “Ja, we rijden nu de stad in”, zou Muñoz Rocha tegen Raúl hebben gezegd. “Je moet uitzoeken wat er in godsnaam aan de hand is.” Urenlang zat de vriend in het restaurant te wachten. Maar Muñoz Rocha heeft hij nooit meer teruggezien.

Carlos Salinas benoemde een nieuwe presidentskandidaat, en in oktober 1994 werd de kleurloze ex-minister van onderwijs, Ernesto Zedillo tot president van Mexico gekozen. Om enige opheldering te verschaffen rond de moorden, benoemde Zedillo de fractievoorzitter van de rechtse oppositiepartij PAN, Antonio Lozano Gracia, tot procureur-generaal van de Republiek. Die fungeert in Mexico ook als minister van justitie. Zo was het de eerste keer in de geschiedenis van de PRI dat een lid van de oppositie werd toegelaten tot een PRI-kabinet.

Het eerste waarmee Zedillo te maken kreeg was de diepste economische crisis die Mexico ooit kende. Voorganger Salinas bleek zijn hand grof te hebben overspeeld . Miljoenen mensen waren van de ene op de andere dag tot de bedelstaf veroordeeld. Het was in dit klimaat dat een familielid van een ex-president Salinas wegens corruptie in de gevangenis belandde. Uniek in de geschiedenis van Mexico, maar van een echte 'operatie schone handen' naar Italiaans model kan men niet spreken. Salinas zelf gaat nog steeds vrijuit. De zogeheten 'dinosaurussen', de machthebbers van de PRI, zitten nog steeds op hun oude plek.

Toch was met de crisis de reputatie van ex-president Salinas in Mexico geknakt. In PRI-kringen werd het chic om op hem af te geven. En in de pers verschenen steeds meer aanwijzingen over de vermeende drugsconnecties van de Salinas-clan. Hoe Raúl op feestjes van de beroemde Mexicaanse drugsbaronnen werd gesignaleerd. En dat zus Adriana de eigenaresse was van een neergestorte Learjet vol cocaïne.

Na twee jaar stilte rond de dood van José Ruiz Massieu, wordt begin dit jaar in de Verenigde Staten zijn broer, 'speciale aanklager' Mário Ruiz Massieu, aangehouden. Op een bankrekening in Houston blijkt de ambtenaar 93 miljoen dollar te hebben. De FBI denkt dat het geld afkomstig is van grote Mexicaanse drugsbaronnen. Voordat hij de moord op zijn broer mocht onderzoeken, was Mário Ruiz Massieu onder Salinas de hoogste baas van de Mexicaanse narcoticabestrijding.

In Mexico gaan de alarmbellen af. Had Mário het onderzoek naar de moord op zijn broer wel naar behoren uitgevoerd? Had hij niet teveel te verbergen? Onder druk van de publieke opnie benoemt president Zedillo een nieuwe 'speciale aanklager' : Pablo Chapa Benzanilla.

“Mário Ruiz Massieu heeft de naam van de familie Salinas bewust buiten zijn onderzoek gehouden”, constateert Chapa Benzanilla. Raúl Salinas zou de opdrachtgever van de moord op zijn zwager José Ruiz Massieu zijn. De familiekwestie met zus Adriana, maar ook pogingen van Ruiz Massieu om de partij te hervormen, zouden zijn motief voor de moord geweest zijn. Raúl zou de moord hebben laten plegen door zijn studievriendje Muñoz Rocha, en deze vervolgens eigenhandig uit de weg hebben geruimd. Maar wat kon Chapa Benzanilla bewijzen?

Dan verschijnen er zomaar drie vrouwelijke getuigen op het toneel. María Bernal, de Spaanse minnares van Raúl Salinas die zich door haar geliefde verraden voelt. En twee waarzegsters: de gezusters Francisca en Patricia Zetina, die Raúl Salinas met raad en daad bijstonden. Zij raadpleegden de kaarten, lazen zijn hand, en pleegden ze voodoo op op tegenstanders van de familie. Voor Mexicaanse begrippen een normale zaak. “De laatste keer dat ik Raúl zag hadden we grote ruzie. Toen vertelde hij me van de familieplannen om Ruiz Massieu te vermoorden. Onze spiritistes waren getuige van dat geprek”, aldus María Bernal.

Raúl had minnares María na twee jaar opzij gezet voor een ander. In de Mexicaanse kranten zijn de wanhopige brieven die ze daarop aan haar geliefde schrijft, uitgebreid gepubliceerd. “Raúl, wat moet een eenzame en verlaten vrouw buiten haar eigen land?” Op dat moment vraagt aanklager Chapa Benzanilla haar te getuigen tegen haar ex. Ze brengt de twee 'tovenaressen' mee. Een van hen, Francisca Zetina, vindt begin oktober een anonieme brief in haar praktijk, die Chapa Benzanilla in Mexico de bijnaam 'openbaar ministerie van het hogere' bezorgt.

Mijn geachte Meesteres”, luidt de aanhef van de brief. “Ik wend mij tot u omdat ons land elke dag dieper in het slijk zakt. Als goede patriot geef ik u toestemming mijn relaas naar het openbaar ministerie te brengen”. Volgt een opmerkelijke beschrijving van de moord op parlementariër Manuel Muñoz Rocha in de villa van Raúl Salinas. Dezelfde villa waar twee jaar geleden het spoor naar de parlementariër doodliep. “Om vijf uur 's middags kwamen majoor Antonio Chávez Ramírez (het hoofd van de veiligheidsdienst van Raúl Salinas,red.) en ik aan op Reforma 975. De majoor deed de garage open met een de afstandsbediening, en wat een verrassing viel mij ten deel toen ik eenmaal binnen was. Daar zag ik twee individuen. Eentje met een baseball-bat in de hand, en de ander liggend op de grond met zijn hoofd onder het bloed.” De getuige beschrijft hoe hij in de man met het slaghout Raúl Salinas herkent. Die dag was hij met de majoor naar de villa van Raúl Salinas gegaan “omdat ik hoopte dat ingenieur Salinas me een handje zou willen helpen met mijn politieke carrière”. Eerst rijdt de majoor Raúl Salinas naar zijn eigen huis. Even later keert hij terug met een dokter. De dokter constateert dat de man op de grond dood is. “De majoor zegt tegen hem: 'doe je werk zoals de chef je heeft opgedragen' ”, schrijft de getuige. De dokter ontdoet de dode van zijn kleren. Dan hakt hij in het naakte lichaam. “Hij sneed brokken vlees weg, scalpeerde het lijk, hakte de vingers eraf, en sneed de onderkaak eruit. Hij reduceerde hem tot een homp als een slager”, schrijft de getuige. Verlamd van angst ziet hij de scène aan. “Toen hij klaar was zei de dokter: Zo, nu herkent zelfs zijn eigen moeder hem niet meer.” Van wie was het lichaam, wilde de getuige weten toen hij zich weer hersteld had. “Van een politieke verrader”, zou de majoor daarop hebben geantwoord. Toen de getuige een paar maanden later weer eens glaasje dronk met zijn vriend de majoor, zou deze hem hebben bekend dat het lichaam van Manuel Muñoz Rocha was. “De majoor bedankte me voor mijn zwijgen en zei dat Raúl mijn loyaliteit zou weten te compenseren. En met een spottende lach beschreef hij me toen precies de plek waar Manuel Muñoz Rocha begraven lag.”

In de straten van Mexico is president Carlos Salinas inmiddels een soort kop van jut. Bij elk stoplicht in Mexico-city zijn gummi maskers te koop met het hoofd van de ex-president. “Ben ik Muñoz Rocha, of ben ik het niet?', kopt een krant met daaronder een levensgrote foto van de opgegraven schedel. 'Het antwoord zit hem in een haar', weet de concurrent. De Mexicanen krijgen sinds half oktober een complete cursus anatomie. “Het lichaam is in verregaande staat van ontbinding. Wat er van zijn huid en spieren over is zit volledig aan het skelet vastgeplakt. Als je dat loshaalt gaat het weefsel naar de knoppen”, doceert de lijkschouwer Rodolfo Rojo Urquieta op de televisie.

Een paar weken later zegt hij dat het lichaam “waarschijnlijk niet pas onlangs is begraven”. Hangend op de rand van de snijtafel vertelt de patholoog-anatoom over larven en vliegeneieren in de slokdarm die erop wijzen dat het lichaam de laatste twee jaar 'waarschijnlijk niet verplaatst' is. In tegenstelling tot wat hij eerst dacht is het lichaam - ondanks de vochtigheid van de grond - toch niet geheel weggerot. “Volgens mij zijn de onderkaak en de vingers niet afgehakt zoals de anonieme getuige in zijn brief schrijft”, stelt Rojo Urquieta. “Voor mij zijn ze in het proces van ontbinding gewoon losgeraakt.”

Ze hebben het lijk gewoon uit het juridisch laboratorium gehaald”, zegt advocaat Luengo Creel een week later. Weer in een tuin, waar opnieuw wordt gespit. Dit keer is het de villa van Raúl Salinas aan boulevard Reforma 975 in Mexico-stad. “Welkom in het huis van mijn dochter”, zei de dame die zich voorstelde als de moeder van Raúls echtgenote Paulina Castañon.

Precies in het midden van het gazon wordt een kuil gegraven. Mannen lopen met kruiwagens af en aan. Anderen, in witte jassen, vertrappen de rozenperken. Vindt ze het niet vervelend, dit gewroet in de tuin van haar dochter? “Absoluut niet”, zegt moeder Castañon, en ze verschikt haar kapsel. “Van mij mogen ze het hele huis omverspitten, als ik daarmee kan bewijzen dat mijn schoonzoon onschuldig is en zo mijn familie van blaam kan zuiveren.”

Verderop, onder de pergola zit nog meer familie. Ze drinken thee en eten stukken grote taart die door bedienden in zwarte jurken met witte schortjes uit het grote huis worden aangevoerd. Een broer van Carlos en Raúl loopt rond met een fototoestel. “Ze denken dat ze hier de vingers en de onderkaak van het lijk kunnen vinden”, zegt advocaat Luengo Creel. “Maar het DNA-onderzoek dat nu wordt uitgevoerd in de Verenigde Staten zal uitwijzen dat het niet om het lichaam van de heer Muñoz Rocha gaat. Dat er een geraamte in de tuin van mijn cliënt is gevonden wil nog niet zeggen dat het ook van Muñoz Rocha is”, stelt hij kortaf. “En mijn cliënt ontkent elke verhouding tot dat lijk.”

“Als illustere families als de onze op deze manier door het slijk worden gehaald, dan gaat het slecht met Mexico”, zegt mevrouw Castañon. “U kunt erop rekenen dat dit verhaal wordt vervolgd.”

Zonder enig commentaar ontsloeg president Zedillo begin deze week procureur-generaal Antonio Lozano Gracia en zijn naaste medewerkers, onder wie aanklager Chapa Benzanilla.