'Hoe zat dat nu toch ook al weer?'

Aldith Hunkar (Paramaribo, 1962) is presentatrice van het Jeugdjournaal. Voor kinderen van tien tot twaalf net zo'n instituut als het Acht-uur Journaal voor volwassenen. Even was er sprake dat uit bezuinigingsoverwegingen de uitzendingen in de zomer gehalveerd moesten worden.

Dat plan is inmiddels van de baan. Ook in de zomer zal de redactie de kijkers van het Jeugdjournaal op volle sterkte informeren. Dat zijn overigens niet alleen kinderen. De helft van de ruim 400.000 kijkers is ouder dan zestien jaar. Onder hen veel bejaarden en hoogopgeleiden.

“Het gebeurt vaak dat we bij iemand langs gaan voor een quote en dat zo iemand opeens heel debiel gaat praten. Die heeft het dan bijvoorbeeld over 'de jongens en de meisjes van de Tweede Kamer'. Nou ja zeg, dan val je toch van je stoel? Frits Bolkestein bijvoorbeeld. Terug uit Cyprus gaf hij een persconferentie op Schiphol. Het Jeugdjournaal was daar uiteraard bij. Voor ons ging hij echt helemaal op zijn hurken zitten. 'Uh, kunt u het ook gewoon vertellen?', heeft de verslaggever toen gevraagd. Maar minister Pronk is weer fantastisch. En staatssecretaris Terpstra is ook geweldig. Die kennen dat trucje: Praten in korte zinnen. En als ze zichzelf op een moeilijk woord betrappen, zeggen ze niet 'stop, kunnen we dit even over doen', maar leggen ze gewoon even uit wat het betekent. Personen die ongeschikt of te saai zijn, doen we niet live in de uitzending. In de studio kun je ze tenminste nog een beetje sturen.

“Het maken van een journaal voor kinderen is veel ingewikkelder dan het maken van een volwassenenbulletin. Van niets kun je aannemen dat het bekend is. Als ik het over de Consumentenbond heb, moet ik er even bij vertellen dat dat een organisatie is die ervoor zorgt dat mensen geen verkeerde spullen kopen. Dat soort dingen. Overigens zou het geen kwaad kunnen als andere media dat ook zouden doen. Gewoon - wat was dat ook alweer, de UNHCR? Het is niet voor niets dat zoveel volwassenen naar ons kijken. Ik hoor vaak dat ze het Jeugdjournaal gebruiken om erachter te komen hoe iets ook al weer zit. Wekenlang is bijvoorbeeld Tsjetsjenië groot nieuws, dan maanden niet, tot er weer iets opborrelt. Het Jeugdjournaal praat je dan even bij. Zo van: Tsjetsjenië wil een zelfstandige staat zijn, maar van Rusland mag dat niet. Voor de rest van het verhaal kijken volwassenen dan naar de andere bulletins.

“Als presentatrice van het Jeugdjournaal moet je kinderen het idee geven dat je bereikbaar voor ze bent. Dat doe je met de toon van je stem en met je mimiek. Het nieuws over Dunblane (waar een man dertien schoolkinderen doodschoot, red.) vertel ik rustig, serieus, een beetje gedragen zelfs. Maar het nieuws over een kat op een motor moet juist weer vrolijk klinken. Soms zit tussen die twee uitersten een buffertje van drie seconden. In die tijd moet je opeens een heel andere mevrouw zijn. Dat maakt het ook leuk. Ik mag er mezelf in stoppen.

“Een onderwerp is geschikt voor het Jeugdjournaal als het relevant is voor kinderen, of als het in andere media het gesprek van de dag is. Er zijn ook moeilijk te vertellen kwesties. Dutroux en Dunblane zijn voor kinderen heel onaangenaam. Met maag- en hoofdpijn werk je dan de hele dag aan zo'n onderwerp. Maar we vertellen wel alles. Al maken we keuzes. Bij de affaire-Dutroux hebben we het opgraven van de lijken niet laten zien. Wel wilden we uitleggen wat dat nou is, een pornofilm. Dus hebben we een aantal shots met vieze plaatjes getoond. Daar kwamen toen wel een paar reacties van bezorgde ouders op. Hoewel we dezelfde beelden ook hadden gebruikt bij het nieuws over de Stockholm-top over kindermishandeling. Toen werden ze wel geaccepteerd. Misschien hadden we het in het geval van Dutroux net iets te abrupt gebracht. Daar trek je dan lering uit. Over het algemeen komen er weinig reacties van ouders. Al is het wel voorgekomen dat een moeder uit de omgeving van Staphorst zich beklaagde over mijn korte rokje.

“In Groot-Brittannië is seks in het Jeugdjournaal taboe. Laat staan verkrachtingen of incest. Ook aids is niet bespreekbaar. Maar kinderen worden toch wel met die onderwerpen opgescheept. Ze lezen het in de krant of horen hun ouders erover praten. Dan kun je het beter voor ze in een kader plaatsen. Ik herinner me nog van toen ik twaalf was de berichten over Jonestown, de secte in Guyana. Daar snapte ik de ballen van. Ja, ik wist dat een heleboel mensen dood waren omdat iemand daar de opdracht toe had gegeven. Maar wat er nou echt aan de hand was...

“Kinderen wìllen geïnformeerd worden. Ik herinner me een reportage over kindermishandeling in het Chinese staatscircus. We toonden beelden waarop flinke klappen te zien waren. Na afloop wisten we niet goed het op de kijkers was overgekomen. Dus zijn we naar een basisschool gegaan om de reacties van kinderen te peilen. Veel kinderen vonden het schokkend. Sommige vertelden dat ze de handen voor de ogen hadden geslagen. Maar, zeiden ze: 'We willen het wel weten'.

“Zelf had ik als twaalfjarige wel andere dingen aan mijn hoofd: buiten spelen, sporten, verliefd worden. Dat doen ze nu natuurlijk ook nog allemaal, maar kinderen zijn wel mondiger geworden. En geëngageerd. Het milieu, dieren, oorlog - het houdt ze allemaal erg bezig. Nee, ik heb geen somber beeld van de jeugd. O jee - hoor mij nou...

“We moeten bij het Jeugdjournaal goed uitkijken voor betutteling. Sommige onderwerpen zijn op het randje. Laatst hadden we een verhaal over een Amerikaans restaurant waar in de chili con carne een muis was aangetroffen. Die beelden zagen er ontzettend gek en vies uit en we hàdden toevallig een gat. Maar laten we eerlijk zijn: Als er in een Hilversums restaurant een muis in de soep zit, gaan we er toch ook niet op af.