Liever doof zijn?

Onlangs vroeg ik aan een groep prominente scheidsrechters wat men allemaal naar het hoofd geslingerd kreeg tijdens een wedstrijd? Pikante antwoorden kreeg ik niet, maar dat het niet veel moois was, werd wel toegegeven. Vrezende dat de heren hun vreselijke geheimen mee in het graf wilden nemen besloot ik zo goed mogelijk verder te leven.

Maar in het afgelopen weekeinde is de ban gebroken. Tijdens het duel tussen Volendam en FC Twente hield arbiter Hugo Luyten de Volendammer Marcel Valk de rode prent onder de neus: niet om iets wat hij gedaan had, maar om iets wat hij gezegd had. En wat was dat dan? De geachte sportman noemde de arbiter, die zojuist een overtreding van hem had bestraft, “een blinde kankerlul”. Vervolgens kwalificeerde Valk de heer Luyten als “een blinde kankerhomofiel”. Daarop werd de speler weggezonden.

Laten we eens onderzoeken, wat nu eigenlijk het verschil tussen beide kwalificaties was. In de eerste uitdrukking wordt gesproken van blindheid, van kanker en van het mannelijk voortplantingsorgaan. Het laatste woord, lul, is destijds door de Feyenoord-speler Piet Romeijn tot te accepteren spraakgebruik geïntroduceerd en als zodanig in de loop van enkele jaren min of meer aanvaard. Deze term mag de heer Valk vermoedelijk anno 1996 niet meer worden nagedragen. Ook het feit dat de speler bij de arbiter blindheid veronderstelde zonder aan deze handicap een gevoel van medelijden te verbinden, is in het vuur van het spel wellicht te excuseren. Blijft over het begrip kanker. Je kunt betogen dat Valk de arbiter deze vreselijke ziekte niet echt heeft toegewenst, maar dat hij de symptomen meende te kunnen constateren. Dat zou alleen dan gekund hebben, indien hij gespecialiseerd arts ware en de heer Luyten tot zijn patiënten mocht rekenen. Zo niet, dan was hij in dit opzicht zwaar in de fout gegaan.

Niettemin had de scheidsrechter zich naar eigen zeggen “begripvol doof” gehouden. Hij deed dit met een beroep op de emotie die bij een voetballer komt bovenborrelen als de zaken voor hem een ongunstige wending nemen. Maar de tweede opmerking van Valk was de arbiter in het verkeerde keelgat geschoten. Opnieuw werd hem blindheid verweten, alweer had hij kanker en ditmaal was hij ook nog homofiel. Het woord lul was vervangen door het woord homofiel en die tweede kwalificatie vond Luyten erger dan de eerste. Maar hoe zorgvuldig kon hij al deze scheldwoorden uit elkaar houden en subtiel beoordelen in die seconde waarin hij besliste over tolereren of wegzenden?

Merkwaardig lijkt de kritiek van de Volendam-trainer Van der Zee. “Een scheidsrechter moet niet alles willen horen”, zei hij. Inderdaad. Dan speel je straks met achttallen. Maar bedoelt Van der Zee wel wat hij zegt? Of wenst hij dat de scheidsrechters niets moeten willen horen? Een fluitist moet niet bang zijn voor een krachtterm hier en daar. Maar wie een ander de verschrikkelijkste ziektes toewenst mag voor mij net zo vaak rood voorgeschoteld krijgen tot hij met die ellendige gewoonte ophoudt.

Er is ooit door de burgerrechter iemand vrijgesproken die tegen een ander had gezegd: “U kunt doodvallen”. Hij ontkende de dood van die ander te hebben gewild. Hij had slechts op de mogelijkheid willen wijzen, dat - zijn wij niet allen sterfelijk? - die ander ooit door een noodlottige val om het leven zou kunnen komen. Dit soort vrijspraak lijkt voor Valk cs. niet aan de orde. Nu zegt Van der Zee dat schelden geen pijn doet. Nee? Weet hij dat zeker? In mijn jongensjaren riepen we dat ook. Om flink te lijken. Maar schelden deed heel erg pijn. Al verbood onze trots dat te laten merken.