Zaak-Hakkelaar prestigegevecht van justitie en topstrafpleiters

AMSTERDAM, 30 NOV. De aanhouding bij zijn schoonmoeder in Hilversum verliep nogal eigenaardig. Achter een dampend bord zuurkool met worst, terwijl op de televisie nog een ouderwetse Studio Sport te zien was, werd in januari van dit jaar een man opgepakt die volgens justitie de grootste hasjbende van Nederland runde.

Vanaf dat moment is de vervolging van Johan V. - de zogeheten Hakkelaar, die verantwoordelijk wordt geacht voor de smokkel van een kleine 400.000 kilo hasj - met enige regelmaat in het nieuws geweest. Elke pro-formazitting, waar wordt besloten over de verlenging van de voorlopige hechtenis, de wijze van gevangenhouding en ieder nieuw bewijsmiddel, werd het afgelopen jaar in de media, vakliteratuur en soms zelfs nog in de Tweede Kamer besproken.

Het echte proces begint dinsdag voor de Amsterdamse rechtbank en het belooft een ongebruikelijk spektakel te blijven. In de streng bewaakte zittingszaal zal achter de rechters een dossier pronken met de niet alledaagse omvang van acht meter. Om het materiaal te kunnen bespreken, is nu al het voor Nederland ongewone aantal van zeventien zittingsdagen uitgetrokken. Het wordt een gevecht tussen juridische gladiatoren waarbij het OM wordt vertegenwoordigd door de officieren van justitie F. Teeven en M. Witteveen, die sinds begin jaren negentig aan deze zaak werken en die als hun levenswerk beschouwen. Tegenover hen zit de top van de Nederlandse balie: de strafpleiters G. Spong, P. Doedens, en pa en jongste zoon Moszkowicz.

De strafzaak is veel meer dan alleen de berechting van een uit de kluiten gewassen hasjhandelaar die aan het hoofd zou hebben gestaan van wat in de volksmond het Octopus-syndicaat is gaan heten. Voor het in 't enquêtetijdperk toch al zo geplaagde openbaar ministerie is het een prestigegevecht waarin men een klinkende veroordeling zoekt.

Bij justitie bestaat bovendien nogal wat ongenoegen, omdat men het idee heeft onheus te worden behandeld door de media, die in haar ogen voortdurend de indruk wekken dat de echte boeven toch vooral bij justitie werken. Een scherp contrast met het beeld dat in het algemeen wordt geschetst van de gelouterde strafpleiters, die worden geportretteerd als toffe jongens die door hun wakkere optreden weten te voorkomen dat de rechtsstaat definitief het ravijn in lazert.

Bij justitie wordt de Hakkelaar-zaak daarom met nadruk gepresenteerd als een schoolvoorbeeld van klassiek recherchewerk. Niks doorleveren van drugs, infiltratie of inkijkoperaties - Johan V. kon worden opgepakt dankzij ouderwets degelijk speuren. Het laatste waar het OM behoefte aan heeft is een niet-ontvankelijkheidsverklaring door de rechtbank wegens het gebruik van grensoverschrijdende opsporingsmethoden.

Toch zullen de advocaten de rechtbank er juist van proberen te overtuigen dat justitie haar bevoegdheden ver te buiten is gegaan. Met name het gebruik van twee kroongetuigen die op grond van een justitiële voorkeursbehandeling bereid bleken de drugshandel van Johan V. te schetsen, is volgens de verdediging ontoelaatbaar. De Nederlandse wet kent het gebruik van kroongetuigen niet, en bovendien is volgens de strafpleiters één van deze getuigen à charge, een Pakistaan, een grotere drugshandelaar dan Johan V.

De advocaten beschikken, aldus Spong, inmiddels over een eigen 'kroongetuige', die als belangrijkste wapen zal worden ingezet om het OM dwars te zitten. Het gaat om de ontslagen CID'er F. van der Putten uit Hilversum. Hij raakte in opspraak toen het Amsterdamse OM vorig jaar te kennen gaf niet meer met deze politieman te willen werken, omdat hij informatie zou hebben achtergehouden. Van der Putten kan, naar verluidt, aantonen dat justitie gebruik heeft gemaakt van opsporingsmethoden die zo ontoelaatbaar zijn dat de magistraten hiervoor zelf zouden kunnen worden vervolgd. Of de CID'er ook iets gaat vertellen is de vraag: justitie dreigt hem te vervolgen wegens schending van zijn ambtsgeheim.

Een tegenvaller voor justitie is hoe dan ook dat zelfs bij een geheel succesvolle vervolging Johan V. nooit langer dan een jaar of vier achter de tralies zal verdwijnen. De maximumstraf voor handel in softdrugs is laag, ook als je er heel veel van smokkelt. De afgelopen jaren is getracht bewijsmateriaal te verzamelen om de Hakkelaar ook voor handel in harddrugs te kunnen vervolgen, maar dat is niet gelukt. Ook de vermoedens dat het Octopus-syndicaat de hand heeft gehad in liquidaties, kan justitie niet staven met bewijs.

In februari van dit jaar leek Teeven - die na bedreigingen al maandenlang 24 uur per dag wordt bewaakt - nog even hulp te krijgen uit België. Hij hoorde toen in Amsterdam de Belgische hasjhandelaar Swennen, die bereid bleek al zijn ervaringen met de Nederlandse hasjhandelaren en de hulp die ze kregen van Belgische gezagsdragers te schetsen. Swennen was woedend op zijn criminele handlangers, omdat ze hem naar eigen zeggen eind 1994 zes weken lang in een koelcel geboeid hadden opgehangen aan een vleeshaak. Zijn ontvoerders braken zijn vingers en tenen, omdat ze Swennen ervan verdachten de politie te hebben getipt over een container met hasj.

Op 15 maart van dit jaar zou Swennen foto's, documenten en bandopnames overhandigen aan justitie over de handel in hasj. Twaalf uur voor de afspraak werd hij in een Amsterdams café doodgeschoten. De schutter die voor het neerknallen van Swennen hem in het openbaar verweet met de politie te praten, staat maandag, een dag voor de Hakkelaar, eveneens voor de Amsterdamse rechtbank terecht.

    • Marcel Haenen