Wagonladingen 'stradivariussen'

Deskundige 'volkskunst en gebruiksvoorwerpen' F. Laméris draait een voorwerpje van hout om en om in zijn handen tijdens de opnamedag van het programma Tussen Kunst en Kitsch. Het lijkt op een pennetje, nauwelijks vijf centimeter lang, versierd met houtsnijwerk en ivoor. Op de bovenkant ligt een leeuw van hout, één centimeter groot. Als Laméris het minuscule dekseltje licht, springt er een piepklein soldaatje op een veer tevoorschijn.

Uitzending: 21 april 1997.

Terwijl het publiek om de tafel heen dringt om een glimp van het stukje hout op te vangen, probeert Laméris erachter te komen wat het is. Hij overlegt met zijn collega F. Leidelmeijer of ze het in de uitzending zullen laten zien. “Dan is er vast wel iemand die belt om te vertellen wat het is”, zegt de eigenaresse van het staafje hoopvol.

De selectie van de voorwerpen voor de uitzending van het televisieprogramma Tussen Kunst en Kitsch van de AVRO is streng. Het mysterieuze voorwerpje moet wijken voor een kristallen glas dat versierd is met cirkels. Tegen half twee, nauwelijks drie uur na het begin van de opnamedag, is de lijst met onderwerpen voor de uitzending vol. Alleen als zich een topstuk aandient, wordt dat nog meegenomen.

De formule van het programma is al dertien jaar vrijwel ongewijzigd: de redactie kiest opmerkelijke voorwerpen uit het grote aanbod. In de studio vertelt de eigenaar waar hij het voorwerp vandaan heeft (meestal uit een erfenis) en een deskundige geeft bijzonderheden over het object. Het programma scoort nog steeds hoog: het haalde dit jaar enkele keren de top tien van best gewaardeerde programma's met een cijfer van 7,6. Het aantal kijkers is gemiddeld tien procent.

De makers van het programma willen het liefst kunst ontdekken, de eigenaar wil weten hoe oud zijn bezit is (hoe ouder hoe beter) en hoeveel het waard is. Elk item werkt toe naar een hoogtepunt: de gezichtsuitdrukking van de eigenaar als eindelijk de prijs van zijn schilderij, sieraad of gebruiksvoorwerp wordt genoemd.

De meeste mensen moeten hun teleurstelling zien te verbergen met een 'toch leuk', soms ligt het bedrag boven elke verwachting. Een vrouw in een eerdere uitzending die een tekening van Rembrandt in haar bezit bleek te hebben, barstte bijna in tranen uit toen ze hoorde dat het stuk papier dat jaren in een verfrommeld mapje op zolder had gelegen enkele tienduizenden guldens waard was. Op zo'n vondst hoopt iedereen.

Meer dan 1200 mensen vulden afgelopen maandag alle hoeken van het Groninger Museum om hun dierbare spullen te laten taxeren door de twaalf deskundigen van Tussen Kunst en Kitsch. Dromen werden gemaakt en gebroken. Op de tafel van specialist in uurwerken F. Kats staan drie hoge vaasvormen van keramiek met een klok in de middelste vaas. “Dit is nu echt kitsch”, zegt hij tegen de eigenaar, terwijl hij met zijn nagel aan een schulprandje pulkt. Het geeft een akelig blikkerig geluid.

Ondanks de Jugendstilversiering blijkt het pendulestel na de oorlog gemaakt te zijn. Het is maar een paar honderd gulden waard. Onder meewarige blikken van de omstanders wordt het pendulestel snel weer in de Albert Heijntas opgeborgen. “Jammer”, mompelt de man in zijn tas. “Maar ik vind ze nog steeds mooi.”

Wolter Braamhorst, redacteur van Tussen Kunst en Kitsch vertelt dat hij het soms wel zielig vindt: mensen komen binnen met een doos vol rotzooi en hopen als miljonair weg te gaan. Een kitschbezitter was zo teleurgesteld dat hij zijn waardeloze schilderij achter de coulissen achterliet. Ook in Groningen wordt veel rommel aangeboden: de geur van vochtige kelders stijgt op uit de meegebrachte dekbedhoezen, kinderwagens en vuilniszakken vol met voorwerpen.

Naast de opnamestudio zit presentator Cees van Drongelen. Hij rookt nog snel een sigaret voordat de opname van het eerste voorwerp begint. Hij erkent dat Schadenfreude een van de redenen is dat het programma zo populair is. Uit een enquête onder kijkers die een paar weken geleden gehouden is, blijkt dat mensen graag wat meer kitsch in het programma zouden zien.

De waarde van het voorwerp wordt altijd helemaal aan het eind van het verhaal van de deskundigen genoemd. Van Drongelen zegt dat dat niet gebeurt om de spanning zo hoog mogelijk op te voeren: “We kwamen erachter dat mensen in de huiskamer meeraden naar de waarde van het voorwerp. Daar houd je rekening mee bij de opname”.

Van Drongelen hoopt dat mensen door het programma onderscheid leren maken tussen kunst en kitsch. Die opzet slaagt niet altijd. Van Drongelen noemt het voorbeeld van de wagonladingen 'stradivariusviolen' die de deskundigen elke opnamedag aangeboden krijgen. “Daar wilden we eens een eind aan maken. We hebben toen iemand in de uitzending laten uitleggen dat het bijna onmogelijk is dat je een echte stradivarius in bezit hebt. De week daarna kregen we nóg meer violen van mensen die dachten: die van mij is vast en zeker echt.”

In Groningen is geen Rembrandt ontdekt. Wel een schilderij van de hand van W. Verschuur uit 1847. Het schilderij is 35.000 gulden waard. Dergelijke bedragen waren niet weggelegd voor mevrouw en meneer Staal, die hun schilderij, een portret van een man met een hoed, vijfenveertig jaar geleden op de visclub ruilden voor twee pakjes shag. Het bleek waardeloos, maar de enthousiaste zeventigers zijn er nog steeds dolgelukkig mee. “Hij hangt trots bij ons in de kamer”, zegt meneer Staal. Voorzichtig schuift hij het doek in een vuilniszak. Op het invalidenkarretje van mevrouw Staal rijdt het het museum weer uit.

    • Martine van Eck