Vol van Oedipus

F. Koenraadt: Ouderdoding als ultiem delict. Deventer, Gouda Quint, 420 blz., Promotie 29 november 1996, Universiteit Utrecht. Promotores: Prof.mr. C. Kelk, prof.dr. F.H.L. Beyaert.

Ik kende het woord niet. Parricide, het doden van je vader, van één of beide ouders, van een naaste bloedverwant of van een sociaal gelijke. De etymologie van het begrip is duister. Par, pater of parens liggen nog het meest voor de hand, maar er zijn ook nog veel avontuurlijker oorsprongen van het begrip gesuggereerd. Het begrip ouderdoding beperkt het gebied, zoals in de internationale literatuur inmiddels gebruikelijk, tot het doden van de ouders (ook pleeg- of stiefouders) of de grootouders ('aviolicide' in criminologisch jargon). Ouderdoding klinkt misschien minder erg dan vadermoord, maar dat is dan ten onrechte, want het gaat er meestal nogal heftig aan toe. Veel geweld en veel bloed.

Ouderdoding is een delict dat in de fantasie van kinderen een grote rol kan spelen, al zal dat meestal niet eens bewust zijn. Het Oedipuscomplex, dat Freud op 15 oktober 1897 bij zichzelf onderkende en meteen van toepassing verklaarde op alle kinderen, is mede op dat inzicht gebaseerd. Dat het verhaal van Oedipus begint met de poging van de vader van Oedipus zijn zoon te doden, was voor Freud geen reden, zoals sommige analytici later wel deden, ook een Laioscomplex te postuleren. Het ging hem niet om het abjecte gedrag van een volwassen man, maar om een essentieel ontwikkelingspsychologisch conflict. Kindermoord komt in de werkelijkheid ook veel meer voor dan ouderdoding, maar dat maakt Laios niet interessanter dan Oedipus. Dat was hij in de legende trouwens ook al niet.

De fascinatie voor de ouderdoding is een opvallend thema in zowel de Griekse mythologie als de hele Westerse toneel- en romanliteratuur. De fascinatie sluit aan op de fantasie - de interpretatie van Freud maakt begrijpelijk waarom dat zo is - en niet op de werkelijkheid van de oudermoord. Het drama op het toneel heeft veel met onszelf te maken, maar heel weinig met de drama's tussen ouders en kinderen die de tussenkomst van een rechter nodig maken. Frans Koenraadt, psycholoog en criminoloog, laat beide aspecten zien, maar het essentiële verschil tussen beide wordt bij hem toch pas bijna toevallig zichtbaar. De grootsheid van het klassieke drama blijkt in de werkelijkheid een grotesk tafereel op te leveren, de krachtige lijnen van het conflict zijn verzand in eindeloze ruzies en bovenmenselijk leed blijkt niet meer te zijn dan uitzichtloze ellende.

'Maar doodslaan deed hij niet, want tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren.' Koenraadt plaatst deze uitspraak van Willem Elsschot, waarvan overigens alleen het deel na de komma algemeen bekend is geworden, boven het empirische deel van zijn proefschrift. Terecht, want ouderdoding komt toch maar weinig voor. Zelfs de 'gewone' moord is gelukkig nog altijd zeldzaam. Ik ging er altijd van uit, dat het aantal moorden in Nederland ongeveer gelijk zou zijn aan het aantal zelfmoorden of het aantal verkeersslachtoffers, zo'n 1200 tot 1500 per jaar dus. Het blijken er echter nog geen 300 te zijn en dat is al veel meer dan tien of twintig jaar geleden. Het aandeel van de ouderdodingen daarin is naar verhouding en dus ook absoluut heel erg klein. We praten dan over hoogstens enkele gevallen per jaar. Dat geldt voor de meeste Westerse landen, met uitzondering van de Verenigde Staten, waar moord gemiddeld veel vaker voorkomt: naar verhouding zeker zeven keer zoveel als in Nederland. Toch is ook in Amerika het aandeel van de ouderdodingen erg laag, het gaat om enkele procenten van het totaal aantal moorden.

Bij de werkgever van Frans Koenraadt, het Pieter Baan Centrum in Utrecht, de kliniek voor observatie en onderzoek van mensen wie een ernstig strafbaar feit ten laste gelegd wordt en die mogelijk verminderd toerekeningsvatbaar zijn, heeft men in een periode van 45 jaar nog geen 100 dossiers (op een totaal van bijna 6500) op dit gebied kunnen vormen. In een derde van de gevallen ging het dan nog om een niet geslaagde poging tot parricide. Alles bijeengenomen komt vadermoord - of de poging daartoe - wat meer voor dan moedermoord, waarbij moet worden aangetekend dat het in 20 procent van de gevallen om een pleeg-, stief- of adoptief-ouder ging. Aviolicide of een poging daartoe komt ook in Nederland voor, in 10 procent van de bij het Pieter Baan Centrum bekende gevallen was de grootmoeder het slachtoffer. Bijna altijd ging het dan om geld.

Hoewel bij het Pieter Baan Centrum niet alle gevallen van oudermoord in Nederland bekend zijn, betreft de daar onderzochte populatie toch het overgrote deel van de gevallen waarin het duidelijk is wie de dader is. Het Pieter Baan Centrum is een psychiatrische observatiekliniek en geeft mede een oordeel over de mate waarin de beklaagde geacht kan worden ten tijde van de daad verminderd toerekeningsvatbaar geweest te zijn op grond van de psychische conditie waarin hij (90 procent van de daders zijn mannen) zich toen bevond. In geen enkel geval werd de dader geheel toerekeningsvatbaar geacht, in meerderheid was er naar het oordeel van het Pieter Baan Centrum zelfs sprake van sterk verminderde of geheel ontbrekende toerekeningsvatbaarheid. De rechter heeft dat oordeel ook meestal overgenomen. In bijna de helft van de gevallen werd een tbs opgelegd (dwangverpleging voor langere tijd, eventueel samen met een lange gevangenisstraf), in een kwart alleen een lange gevangenisstraf.

Zijn oudermoordenaars gek? Meestal niet, al is er in de meeste gevallen wel sprake van een situatie waarin iemand ten minste tijdelijk alle controle over zichzelf heeft verloren. Echt psychotische dodingen in het kader van een waan, waarin de dader bijvoorbeeld een stem hoort die hem beveelt toe te slaan, komen zeker voor, maar in de meeste gevallen zie je toch dat er sprake is van een allang bestaande en voor de betrokkenen onoplosbare conflictsituatie. Dochters die een seksuele relatie met hun vader moesten dulden, zonen die door hun moeder ook als volwassene klein werden gehouden, soms ook kinderen die door de ene ouder tegen de andere worden opgezet, met de expliciete opdracht zelfs de ander uit de weg te ruimen. Alcoholmisbruik, een sfeer van geweld, angst voor roddel of eerverlies, het verhoogt allemaal de kans - hoe klein uiteindelijk ook - op de laatste fatale stap. In de Verenigde Staten speelt daarbij de gemakkelijke beschikbaarheid van vuurwapens nog een bijna autonome rol. In Nederland wordt slechts in een minderheid van de gevallen gebruik gemaakt van een pistool of revolver; slag- en steekwapens zijn hier in de helft van de gevallen de veroorzaker van de dood.

In de geschiedenis van de ouderdoding valt vele eeuwen lang vooral de grote aandacht voor de daad zelf op en voor de betekenis die de daad heeft voor de als natuurlijk beschouwde verhoudingen tussen de generaties in een familie. De afschuw van de daad is in sterk op familie en vaderlijk gezag georiënteerde samenlevingen heel erg groot. Geleidelijk verschuift de aandacht meer naar de persoon van de dader en in de huidige tijd is er natuurlijk vooral aandacht voor de omstandigheden die uiteindelijk tot de ouderdoding hebben geleid. De gevalsbeschrijvingen die Koenraadt geeft, zijn vaak kijkjes in levens, waar alles wat fout kon gaan, ook fout is gegaan. De wreedheid van sommige ouders ten opzichte van hun kinderen valt dan vooral op in die gevallen, waarin de ouderdoding niet de ongelukkige uitkomst is van een psychose.

Het proefschrift van Frans Koenraadt is de eerste uitvoerige Nederlandse studie naar het verschijnsel ouderdoding. De ambitie is niet gering. Het thema wordt zowel cultuurhistorisch als sociologisch en juridisch in kaart gebracht, vervolgens wordt er meer gedragswetenschappelijk naar gekeken, waarbij allerlei theorieën kort de revue passeren en tenslotte wordt er dan ook nog een analyse gemaakt van de empirische gegevens die in de dossiers van het Pieter Baan Centrum liggen opgeslagen. Dat is natuurlijk uniek materiaal, door de omvang van het bestand, maar zeker ook door de kwaliteit en de gedetailleerdheid van de dossiers. Ook in de overige hoofdstukken van het boek weet Koenraadt veel nieuw of lang vergeten materiaal boven tafel te halen. Allemaal heel boeiend en fascinerend, maar het eindresultaat is toch niet echt bevredigend, omdat het boek eenheid mist. Er staat veel in, maar het blijft allemaal toch wel erg beschrijvend en inventariserend, soms op het anekdotische af.

In het theoretische deel wordt vaak toch niet duidelijk wat de betekenis van al die verschillende theorieën nu is in de pogingen om beter grip te krijgen op het verschijnsel ouderdoding. Ik bedoel daarmee niet dat op grond van de theorie ouderdoding beter voorspelbaar zou moeten zijn - dat is bij een sociaal zo zelden voorkomend verschijnsel een uitzichtloze onderneming -, maar wel beter te begrijpen. De theorie van Girard, waar Koenraadt uiteindelijk voor kiest, verklaart erg weinig en wordt bovendien niet getoetst aan het rijke materiaal dat hij in handen heeft. Dat materiaal zelf, de bijna 100 gevallen uit het Pieter Baan Centrum, worden dan weer op zo'n simpele beschrijvende manier gepresenteerd, dat er geen zicht ontstaat op mogelijke verbanden en samenhangen.

Ik vind dat echt jammer, omdat je nu juist zou verwachten dat een clinicus - Koenraadt is zelf betrokken geweest bij de rapportage over enkele daders - tot een wat diepgaandere analyse van ook de individuele problematiek in staat zou zijn. Wat zou het toch zijn, dat het net als bij bijvoorbeeld vrijwel alle suïcide-onderzoek dat ik ken, maar niet wil lukken om de stap te zetten van een overmaat aan kwantitatieve en beschrijvende gegevens naar zelfs maar een begin van theorievorming? Is dan ieder geval toch weer zo uitzonderlijk en zozeer het gevolg van een toevallige en ongelukkige samenloop van omstandigheden, dat er niets algemeens en niet in het algemeen over gesproken kan worden? Als dat zo is, hebben we bij de plegers van parricide in ieder geval nog het voordeel van de mogelijkheid van een dieper individueel inzicht. Zij kunnen nog het verhaal vertellen, dat aan een suïcidepleger niet meer ontlokt kan worden.