Vier jaar onenigheid over drugs en grenzen

1 december 1992. De Franse minister van Binnenlandse Zaken Quiles verklaart dat “Frankrijk het akkoord van Schengen zal blokkeren” zolang het Europese drugsbeleid niet is geharmoniseerd.

26 april 1995. Presidentskandidaat Chirac noemt op de Franse radio het Nederlandse gedoogbeleid “hypocriet”, “schandalig” en “absoluut onacceptabel”.

21 maart 1996. De Franse senator Masson noemt Nederland in een rapport een 'narcostaat'. Nederland eist dat de Franse regering zich distantieert van de kwalificatie 'narcostaat'. De Franse regering voldoet aan dat verzoek.

16 april 1996. De Franse parlementariër Myard kondigt aan dat 62 van de 989 leden van de Franse Assemblée en senaat een boycot van Nederlandse produkten steunen. Het Franse kabinet distantieert zich van de boycot.

15 november 1996. Ministers Dijkstal (Binnenlandse Zaken) en Sorgdrager (Justitie) maken bekend dat in Brussel wordt onderhandeld over een Franse tekst voor een gezamenlijk Europees optreden inzake het drugsbeleid. Ierland, voorzitter van Europese ministerraad, steunt dit streven. De 'action commune' mag niet leiden tot aanpassing van het eigen drugsbeleid, schrijven de bewindslieden.

19 november 1996. Op ambtelijk niveau blijkt Nederland de 'action commune' te hebben onderschreven.

20 november 1996. Het Nederlandse kabinet maakt bekend toch niet met de Franse tekst in te stemmen en komt met een serie amendementen. In een eerder stadium zou een 'voorbehoud' zijn gemaakt. De andere EU-leden kunnen zich dat niet herinneren.

26 november 1996. Frankrijk wijst de amendementen af.

27 november 1996. De Nederlandse EU-vertegenwoordiger Bot komt hard in aanvaring met zijn ambtsgenoot Boisseau tijdens diplomatiek overleg.

29 november 1996. Frankrijk en Nederland bereiken overeenstemming over de tekst van een 'action commune'.