Van Goma tot Ottawa

OTTAWA, 30 NOV. Meer dan vijftien landen hebben deze week overeenstemming bereikt over voedseldroppings voor de vluchtelingen in Zaïre. Het is nu ruim een maand geleden dat de zwerftocht begon van meer dan een half miljoen Rwandese en Burundese Hutu-vluchtelingen en Zaïrese ontheemden door het oosten van het land.

28 oktober: Meer dan een half miljoen Rwandese en Burundese Hutu-vluchtelingen en Zaïrese ontheemden zwerven rond in Oost-Zaïre, op de vlucht voor de gevechten tussen rebellen van de Banyamulenge (Zaïrese Tutsi's) en het Zaïrese leger. De Tutsi-rebellen worden, aldus hulpverleners in het gebied, gesteund door Rwanda. De 'sterke man' van dat land, Kagame, ontkent echter elke betrokkenheid. De actie van de Tutsi-rebellen komt het regime in Kigali goed uit, omdat hun opmars Rwandese Hutu-extremisten bij de grens met Rwanda verjaagt.

29 oktober: Het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de Verenigde Naties (UNHCR) besluit zijn medewerkers te evacueren uit Goma. Meer dan 300.000 vluchtelingen verlaten hun opvangkampen in de buurt van deze stad. De Zaïrese regering plaatst Noord- en Zuid-Kivu onder militair bestuur.

1 november: Zaïre verbreekt de diplomatieke betrekkingen met zijn buurlanden Oeganda, Rwanda en Burundi, omdat deze de Tutsi-rebellen zouden steunen.

4 november: Kinshasa erkent dat de rebellen Goma en Bukavu hebben veroverd. Frankrijk stelt een internationaal spoedberaad voor over het sturen van een buitenlandse troepenmacht naar Zaïre. Deze zou onder de vlag van de VN moeten opereren. De macht zou als taak moeten krijgen het garanderen van de veiligheid in Oost-Zaïre en het helpen van de vluchtelingen. Rwanda laat onmiddellijk weten tegen zo'n macht te zijn, zeker als die onder Frans bevel zou komen te staan. In Kigali heerst nog steeds grote woede over de Franse interventie in Rwanda in 1994, die - aldus Kagame - slechts tot doel had de aftocht van Hutu-extremisten naar Zaïre te dekken.

12 november: Overleg tussen de Verenigde Staten en Canada over de vorming van een vredesmacht van acht- tot tienduizend man.

13 november: De VS zeggen 5.000 militairen voor een vredesmacht toe.

14 november: De Canadese generaal Baril wordt aangewezen als bevelhebber van een mogelijke vredesmacht.

15 november: De VN-Veiligheidsraad vaardigt een mandaat uit voor het opzetten van een multinationale troepenmacht in het oosten van Zaïre, om de vluchtelingen te helpen. Honderdduizenden Rwandese vluchtelingen uit opvangkampen bij Mugunga en Saké stromen Goma binnen.

16 november: Ook de rebellen spreken zich uit tegen een buitenlandse interventie.

19 november: In vier dagen keert een half miljoen mensen terug naar Rwanda. Washington brengt zijn bijdrage aan een vredesmacht terug tot minder dan 1.000 soldaten, met een ondersteunende en logistieke taak. De Canadese premier, Chrétien, bevestigt dat een militaire interventie “niet meer nodig” is. De Franse president, Chirac, onderstreept dat een interventiemacht nog wel nodig is, om de vluchtelingen te beschermen.

24 november: Militaire vertegenwoordigers uit twintig landen stellen in Stuttgart (Duitsland) een aantal scenario's vast voor een humanitaire missie.

25 november: De Rwandese regering kondigt aan dat zij een multinationale troepenmacht niet zal toelaten op haar grondgebied. Canada spreekt zijn voorkeur uit voor een beperkte troepenmacht van 1.000 tot 1.500 soldaten.

26 november: Canada stelt voor een internationaal hoofdkwartier op te richten op Entebbe, het vliegveld van de Oegandese hoofdstad Kampala. Van daaruit zouden voedseldroppings boven Zaïre kunnen worden georganiseerd. Het UNHCR vindt 40.000 Rwandese vluchtelingen, die wekenlang verdwenen leken in Oost-Zaïre, terug. Het UNHCR schat dat mogelijk nog 700.000 Rwandese vluchtelingen en ontheemde Zaïrezen rondzwerven.

27 november: De VS spreken zich uit voor het Canadese voorstel.

28 november: Twintig landen bereiken overeenstemming over de vorming van een afgeslankte troepenmacht van 1.000 tot 2.000 man. Zaïre, dat nog steeds vasthoudt aan een internationale interventiemacht, verklaart zich tegen het idee van voedseldroppings.