't Schimmeltje draagt met gemak, Sinterklaasje

Onlangs viel ik van het paard van Sinterklaas. Zachtjes galopperend gooide ze haar achterste paardenvoetjes even de lucht in; en daar lag ik. Zand in mijn oren, in mijn haar, in mijn broek en zelfs in mijn sokken. Maar de Sinterklaas die op haar rug naar Amsterdamse basisscholen zal rijden, hoeft niet bang te zijn. Zelfs niet als hij, net als ik, nauwelijks kan paardrijden, want hij hoeft alleen statig voort te stappen.

“Een sint in galop, dat gaat moeilijk”, zegt mijn instructeur Henk. De mijter zou van zijn hoofd waaien, of de wapperende tabberd zou twee ontluisterend witte mannenkuiten onthullen. Henk zelf zou met tien kanten onderrokken aan nog zonder enig gezichtsverlies kunnen galopperen, zo goed rijdt hij. Maar hij voelt zich niet geroepen. Zwarte Piet is hij in een ver verleden weleens geweest. Tegenwoordig voert hij liever in zijn gewone kleren het paard, met Sinterklaas erop, aan de hand mee. Niemand vindt dat raar, kinderen nemen blijkbaar aan dat hij sints persoonlijke stalhulp is.

In de prachtige manege aan de Overtoom, geopend in 1882, doen twee schimmels sinds een jaar of tien dienst als paard van Sinterklaas. Scholen betalen daarvoor rond de ƒ 100. Het paard wordt gebracht door iemand van de manege en sint hoeft maar een klein eindje te rijden. Als hij de aftocht blaast, is het paard meestal alweer terug in zijn stal. De kinderen zijn dan zo in de ban van hun cadeautjes, dat ze niet zien dat de goedheiligman de auto neemt. Of ze denken dat de schimmel, onder de hoede van de paardenpiet, alvast is gaan slapen.

De zestienjarige sinterklaas-merrie waar ik afviel heet Vina. Ze heeft, zoals het hoort, glanzende donkere ogen. Haar hoofd, zegt Henk, is 'mooi droog': de huid is strak gespannen, waardoor ze een slimme, ranke indruk maakt. Negen jaar geleden kwam ze op de manege en was aanvankelijk 'een beetje verlegen'. Vroeger was ze een springpaard, nu is ze bereid stuntelige beginners rond te dragen. Als ze maar geen cowboytje spelen, want bij het minste tikje van de zweep of een onhandig porretje met een teen, geeft ze een, zij het bescheiden, bokje. 'Sterke reflexen' noemt Henk dat. Sint moet zijn staf dus maar door een Piet laten dragen.

De ruin Zarras, sints andere paard, is vijftien. Hij is even wit en even groot als Vina (schofthoogte ± 1.65 m), maar heeft een wat dikker hoofd. Dat geeft hem een goedmoedige uitstraling. Zijn vorige eigenaar beweerde dat hij moeilijk buiten te berijden was. Maar een aantal jaren geleden reed Henk hem op vijf december in volle vaart, tegen het verkeer in, naar een school bij het Waterlooplein.

Volgens Claudia, die in de stallen werkt, is Zarras 'het ultieme sinterklaaspaard'. Tijdens de lessen doet hij braaf wat de instructeur vraagt, al zit zijn ruiter nog zo te klunzen (van hem ben ik dan ook nooit afgevallen). Alleen in de stal is hij, net als Vina, soms chagrijnig. Hij beet Claudia een keer in haar billen toen ze zijn buik borstelde. Als hij voor sint moet optreden, wordt hij glanzend opgewreven. Zijn staart wordt gewassen met speciale glansshampoo, zijn hoeven ingevet.

Onder jonge ruiters van de manege veroorzaakt de bijbaan van Zarras en Vina soms verwarring. “Laatst had ik Zarras helemaal klaargemaakt voor een schoolbezoek”, vertelt Claudia. “Toen kwam er een klein meisje naar me toe. 'Is hij echt het paard van Sinterklaas?' zei ze. 'Hoe kan dat, die komt toch uit Spanje?' Ik hield het er maar op dat hij last heeft van zeeziekte en daarom bij ons blijft logeren, als sint en Piet naar huis gaan.”

De vele witte ponytjes van de manege kunnen tot hun spijt sint niet vervoeren. Ze zouden helemaal schuilgaan onder de tabberd. Maar ook de grote schimmels Joost en Romano moeten thuisblijven. Ze zijn te temperamentvol voor de oude baas, en niet 'verkeersmak'. “Het sinterklaaspaard moet een groot incasseringsvermogen hebben”, zegt Henk. “Jaren geleden in Amersfoort was als enige witte paard een driejarige beschikbaar, die net ingereden was. Nou, sint wist niet wat hem overkwam toen hij de tabberd over de kont legde.” En even later, toen de fanfare begon te toeteren en te trommelen, vloog de arme oude baas er vandoor, dwars door tuintjes en over vuilnisbakken.

    • Judith Eiselin