Palest. man zkt. vrouw met Isr. pasp., hoge prijs

BANI NA'IM, 30 NOV. “Ik wil met een Israelische vrouw trouwen.” Het lijkt bizar wat Walid zegt. Walid is immers een Palestijn, en voor Palestijnen is een huwelijk met een Israelische vrouw not done. Nu het vredesproces met Israel in een moeilijk stadium verkeert, zou je verwachten dat dat trouw-taboe alleen maar sterker wordt.

Maar Walid trekt zich van de oplevende anti-Israelische sentimenten niets aan. In zijn dorp, Bani Na'im, bij Hebron, is het taboe allang doorbroken. In een half jaar tijd zijn negen mannen uit het dorp met Israelische vrouwen getrouwd. Elders op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza gebeurt hetzelfde. De mannen trouwen met het oog op het Israelische paspoort dat zo'n transactie oplevert. Een paspoort betekent werk, brood op de plank, en bewegingsvrijheid.

Die drie dingen zijn Walid, een 45-jarige Palestijn met een gegroefd gezicht, meer waard dan het Palestijnse nationalisme. Hij verloor een jaar geleden zijn baan in Israel. Toen schroefde Israel na een serie bomaanslagen het aantal Palestijnse arbeiders dat over de grens mocht, drastisch terug. Walid, die een vrouw en acht kinderen moet onderhouden, heeft nog geluk. Hij heeft een stukje rotsachtig land. Daar hakken ze nu steen uit, dat ze bij de Israelische controlepost aan Israelische aannemers verkopen. Walids probleem is dat zijn landje uitgeput raakt. In Bani Na'im is geen industrie, er zijn nauwelijks akkers. Walid vreest dat hij binnenkort geen inkomsten meer heeft.

“Ik heb het er met Sana'a over gehad, en ook zij vindt dat ik snel met een Israelische moet trouwen.” Sana'a is zijn vrouw, al bijna 25 jaar. Ze heeft een sluier om, en zit naast hem in het huis van de buren. “Wij willen als mensen leven”, zegt ze, “niet als ezels”. Iedereen in de kale kamer knikt. Niemand toont gêne. Behalve haar oudste zoon. Die is 22, en van Hamas.

“Ik ben er principieel tegen, pa”, zegt hij. “Een Israelische trouwen is heulen met de vijand. Zodra je je Israelische paspoort hebt, wil je weer van die vrouw scheiden. Dat mag niet van de Koran.” Walid zegt scherp: “Wie betaalt jouw universiteit, zoon? Wie geeft jou geld voor sigaretten? Van wiens geld eet jij?”

Walid kan twee dingen doen. Hij kan een joods-Israelische vrouw trouwen, en een beroep doen op de zogenaamde 'Wet op Terugkeer'. Dan krijgt hij binnen twee, drie maanden bijna automatisch een Israelisch paspoort. De wet gaat ervan uit dat er kinderen komen, en aangezien de moeder joods is zijn de kinderen dat ook. Als Walid een Arabisch-Israelische vrouw trouwt, kan hij geen beroep doen op deze wet. Dan moet hij jaren wachten voor zijn paspoortaanvraag wordt behandeld. Omdat uit dit soort huwelijken niet-joodse kinderen voortkomen, ondermijnen ze het joodse karakter van Israel.

Ondanks die onzekerheid kiezen de meeste Palestijnen voor de laatste optie. Een Israelisch-Arabische vrouw beschouwen zij toch een beetje als 'een van ons'. Dat is acceptabeler voor de familie en de buren. Maar bovenal: Palestijnen betalen de vrouw duizenden dollars voor zo'n nep-huwelijk. Als er onenigheid ontstaat stappen Arabisch-Israelische vrouwen zelden naar de politie. In de Arabische samenleving worden geschillen vaak ondershands geschikt. Joodse vrouwen schakelen in zo'n geval wel de politie in. En iedere Palestijn weet wat de politie dan doet: die stuurt je terug naar de plek waar je juist aan wilde ontsnappen.

Pag.5: Een bruid voor Walid

Walid wil liefst een joodse vrouw. Hij heeft geen zin om jaren op een paspoort te wachten. Maar nu heeft hij gehoord dat er een bemiddelingskantoortje bestaat, gerund door Russische onderwereldfiguren in Tel Aviv. Dat zoekt joodse vrouwen die in zijn voor een nep-huwelijk, speciaal voor Palestijnen als hij. Ook Filippijnse en Roemeense gastarbeiders die bang zijn dat ze binnenkort het land uitgezet worden, maken tegenwoordig gebruik van de diensten van dat 'bemiddelingsbureau' om een Israelisch paspoort te krijgen. De meeste bruiden zijn recente Russische immigranten.

“Ik word plotseling bestookt door Palestijnen die met Israelische vrouwen willen trouwen”, bevestigt Mohamed Dahla, een Arabisch-Israelische advocaat in Oost-Jeruzalem. “Je kunt rustig spreken van een trend.” Palestijnse bruidegommen-in-spe moeten de hulp van een advocaat inroepen. In Israel worden alleen religieuze huwelijken gesloten, dat wil zeggen tussen twee joden. Joden die niet-joden wil trouwen, moeten een burgerlijk huwelijk sluiten. Dat kan alleen in een ander land, zoals Cyprus. Omdat niet iedereen zin of geld heeft om daarvoor op reis te gaan, kan het ook per post, via een advocaat in Israel. Die bereidt de papieren voor, stuurt ze naar een rechtbank in Paraguay en krijgt binnen twee weken de trouwacte teruggestuurd. Per post scheiden kan niet via Paraguay. Dat gebeurt, ook weer via een Israelische advocaat, bij een Mexicaanse rechtbank.

Als er iemand is die weet hoe simpel dat is, is het wel Ahmed. Hij is 32, en woont in Ramallah. Twee jaar geleden raakte hij na een auto-ongeluk op de Westelijke Jordaanoever zwaar gewond. Later diende hij bij de verzekering in Israel een schadeclaim in, om de kosten terug te krijgen. Toen Ramallah vorig jaar autonomie kreeg, werd Ahmeds zaak overgeheveld naar het Palestijnse zelfbestuur. Daar is hij intussen in het gelijk gesteld. Maar volgens het Palestijnse vergoedingssysteem krijgt hij niet de hele ziekenhuisrekening terug, terwijl hij in Israel het volle pond zou hebben gekregen. Ahmed liet er geen gras over groeien. Hij belde een joodse vrouw, een mede-patiente die hij in het ziekenhuis had leren kennen en die volledig verlamd is. Hij bood haar 10.000 dollar, en ze ging akkoord. Hij heeft intussen een Israelisch paspoort, en is alweer van haar gescheiden. Ahmed heeft zijn doel bereikt: zijn schadeclaim loopt nu weer in Israel.

Als Walid zijn plannen doorzet, moet hij eerst van zijn vrouw scheiden. Al mogen moslims volgens hun geloof vier vrouwen hebben, voor Israelische moslims is dat bij wet verboden. “Maar als ik mijn Israelische paspoort eenmaal heb”, zegt Walid, “trouw ik opnieuw met Sana'a. Geen haar op mijn hoofd die eraan denkt om aan een Israelische vrouw te blijven hangen.”

    • Caroline de Gruyter