Ontzuiling is luxeverschijnsel

Integratie is het doel waarnaar allochtone burgers moeten streven en de autochtone samenlevingsverbanden moeten dat proces vergemakkelijken. Daarbij moet de culturele eigenheid van de diverse minderheidsgroeperingen zo veel mogelijk worden gerespecteerd, zonder dat dit leidt tot los van elkaar staande en langs elkaar heen levende subculturen. Zo ongeveer luidt de boodschap die spreekt uit allerlei campagnes ter bestrijding van discriminatie.

Voor het woord 'subcultuur' kan ook het woord 'zuil' ingevuld worden, want de zuilen van vroeger waren subculturen. En speelt bij dit type campagnes nu niet een naijlende afkeer van verzuiling mee?

De Nederlandse samenleving is inmiddels al weer ontzuild en er heerst een mentaliteit waarbij het als vanzelfsprekend geldt dat je niet meer hoeft te discussiëren over de vraag of dat niet een hele vooruitgang is. Verzuiling is een verschijnsel waarnaar op z'n minst met enige spot wordt verwezen als naar iets uit een achterlijke tijd en waarop in het hevigste geval met afschuw wordt teruggekeken.

De vraag is, hoe terecht dit is.

Meewarig doen over de zuilen van weleer is een ontkenning van de enorme mogelijkheden die zij hun leden uit lagere echelons hebben geboden voor emancipatie.

Behalve de horizontale verdeling in niveaus van sociale klasse, was er ook een verticale, op levensbeschouwelijke grondslag. De sociale klassen hebben in het door en door burgerlijke Nederland nooit de fijnmazige nuances gekend als bijvoorbeeld in Engeland. En een uitgebreid adellijk stelsel van prinsen, hertogen en graven als in veel van de omringende landen heeft hier al helemaal nooit voet aan de grond gekregen. Al die mooie titels zijn bijeen gevoegd en aan de koninklijke familie toegekend, waar ze in veilige handen zijn. En bovendien waren in Nederland de standsverschillen minder groot dan elders in Europa. Misschien komt het daardoor dat het zuilenstelsel zo'n grote vlucht kon nemen en dat mensen van diverse komaf elkaar konden treffen onder die ene paraplu van eenzelfde geloofsovertuiging, politieke visie of mensbeschouwing.

Iedere zuil had zijn eigen school, vakbond, omroep, ziekenhuizen, opiniebladen, gehandicaptenzorg, sportverenigingen en kranten. Zinloze verspilling? Integendeel. Al deze verschillende subculturele instituties waren van lokaal tot landelijk niveau even zovele kweekvijvers voor talent. Via de hiërarchie van besturen kon men zich opwerken. Juist ook de getalenteerden uit de lagere sociale milieus. De kleine luyden bevonden zich heus niet alleen binnen protestants-christelijke kring, al werden ze daar wel zo genoemd. Omdat de zuilen zich ieder voor zich sterk moesten maken, had men belang bij een breed en goed ontwikkeld middenkader en was er ruimte voor vorming. Dat betekende dat de leden zich niet louter op eigen kracht in een vreemde wereld hoefden te ontplooien, maar gesteund door de zuil hun leerschool kregen in de vertrouwde eigen kring. Velen van de huidige, oudere leidslieden in politiek, handel en nijverheid zijn daaruit afkomstig.

Eigenlijk is de ontzuiling een luxeverschijnsel dat kon plaatsvinden toen grote groepen binnen de zuilen zo ver waren geëmancipeerd dat ze zich daarbuiten konden presenteren. De bescherming van de eigen subcultuur was niet meer nodig. Zo beschouwd hebben we aan het zuilenstelsel een groot deel van onze democratie te danken, doordat het de sociale emancipatie van grote bevolkingsgroepen heeft bevorderd. Niet de ontkerkelijking leidde tot de ontzuiling, maar omgekeerd bracht de ontzuiling mee dat ook een eigen kerk niet meer zo nodig was.

Het is een ontwikkeling die je de allochtone burgers in Nederland ook zou toewensen. Soevereiniteit in eigen kring met als enige beperking de eisen van de Grondwet. Maar verder eigen scholen, eigen verenigingen, eigen feestdagen, eigen omroepen en al datgene waarop men zich met zielsverwanten wil verenigen. Via het moeten bemannen van bestuurs- en beleidsorganen brengt dat een vanzelfsprekende emancipatie van onderaf. Zo men wil, op den duur leidend tot assimilatie.

Binnen de eigen kring en met steun van het eigene is het makkelijker zich te ontwikkelen dan wanneer men dat op individuele kracht in de andersdenkende buitenwereld moet doen. De sterken zal dat wel lukken. Voor emancipatie van een minderheidsgroep heb je echter niet zo veel aan een paar uitzonderlijk begaafden, maar meer aan een breed draagvlak van degenen die gewoon, redelijk en goed genoeg functioneren. Nog steeds is het middenkader de ruggengraat van de samenleving. Mensen met deze mogelijkheden gedijen voor hun ontplooiing beter binnen de beschutting van het vertrouwde dan daarbuiten.

Dit alles afgezien van een heel andere vraag, namelijk of men zo negatief moet doen over langs elkaar heen levende subculturen. Het samen met z'n allen één grote familie vormen moet men ook niet willen overdrijven. Zolang de zuilen evenwaardig zijn, elkaar waar mogelijk met rust laten en waar nodig met elkaar tot compromissen komen, is er weinig te vrezen. En dat was de situatie in het vroegere verzuilde Nederland, waar een goed functionerend netwerk van overleg bestond op het niveau van bestuur en beleid van de diverse levensbeschouwelijke subculturen.

Wat is er op tegen als binnen de heterogene meerderheidssamenleving nieuwe homogene minderheidszuilen ontstaan met ver in de volgende eeuw een nieuwe ontzuiling?

    • Rita Kohnstamm