Onnodige drugspaniek met goede afloop

DEN HAAG, 30 NOV. Minister-president Kok is een maand voordat Nederland Europees voorzitter wordt van een probleem verlost. Het akkoord dat de Europese ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken gisteren op de valreep sloten over een gezamenlijke aanpak van de drugsproblematiek houdt de betrokken politici in zowel Frankrijk als Nederland voorlopig weer even stil.

De manier waarop Nederland zich de afgelopen weken in het Europese politieke landschap bewoog, heeft echter de nodige vraagtekens opgeroepen, zowel in binnen- als buitenland. “We zullen de coördinatie de komende tijd gaan evalueren”, kondigde premier Kok gisteravond veelbetekenend aan. Hij doelde daarmee op de wijze waarop de departementen van Justitie, Volksgezondheid en Buitenlandse Zaken hebben samengewerkt, of, in sommige gevallen, langs elkaar heen hebben gewerkt bij de behandeling van de tekst van het gemeenschappelijke optreden (action commune) inzake het drugsbeleid. In elk geval kan Kok na het onverwachte succesje in Brussel met een wat optimischer blik uitkijken naar de dag waarop Nederland de hamer overneemt van de Ierse voorzitter. Dat gebeurt op 1 januari.

Tot twee weken geleden leek alles gladjes te verlopen. De ambtelijke voorbereiding van de Europese overeenkomst was in handen van J. Demmink, de op Europees gebied zeer ervaren directeur-generaal van het ministerie van Justitie. Hij studeerde met de vertegenwoordigers van de andere EU-landen op een tekst waarin - zo verwachtte hij - zowel de Fransen als de Nederlanders zich konden vinden. Er zou meer Europese samenwerking komen bij de bestrijding van de drugscriminaliteit, terwijl de op de volksgezondheid gerichte Nederlandse benadering van het drugsprobleem geen gevaar liep. Met andere woorden: Frankrijk zou afzien van de eis dat de Nederlandse coffeeshops werden gesloten.

Na de rellerige sfeer waarin Franse en Nederlandse regeringsvertegenwoordigers zich het afgelopen jaar over elkaars vermeende zwakke kanten hadden uitgelaten, leek zo'n compromis te mooi voor woorden. Waren er geen woorden als narco-état gebruikt, had president Chirac het Nederlandse drugsbeleid niet ooit “schandalig” genoemd, had premier Kok niet gezegd dat Chirac “bezeten” was van de drugsproblematiek?

De onrust over de overwegend met Franse pen geschreven, maar door de Ierse voorzitter ingediende tekst voor een joint action ontstond ruim twee weken geleden in Den Haag. Ambtenaren van het ministerie van Volksgezondheid, die in het Europese overleg geen rol spelen omdat het onderwerp in Brussel onder de departementen van Justitie ressorteert, hadden ontdekt dat de tekst voor meer dan één uitleg vatbaar was. Op het ministerie van Volksgezondheid werden, aangespoord door Europarlementariër en oud-minister H. d'Ancona, tegelijkertijd de alarmklokken geluid. Justitie was er juist vanuit gegaan dat de tekst dusdanig multi-interpretabel was dat het Nederlandse gedoogbeleid ten aanzien van softdrugs geen gevaar hoefde te lopen.

De paniek sloeg over naar de politiek. De grote fracties in de Tweede Kamer lieten er geen misverstand over bestaan: tegen een gemeenschappelijke Europese aanpak van de drugsproblematiek is geen enkel bezwaar, zolang het Nederlandse gedoogbeleid niet behoeft te worden aangepast. Immers, de coalitiegenoten D66 en PvdA hadden nog maar enkele maanden eerder gepleit voor een nog veel liberaler Nederlands drugsbeleid, bij de behandeling van de drugsnota in de Tweede Kamer. De VVD-fractie, wat dat betreft veel strenger, zag vooral bezwaren in de Franse toonzetting van de tekst: Parijs bepaalt niet - al dan niet via 'Brussel' - hoe het Nederlandse drugsbeleid eruit ziet.

De stilte van de diplomatieke en ambtelijke voorbereiding was doorbroken. De betrokken D66-ministers Borst (Volksgezondheid), Sorgdrager (Justitie) en Van Mierlo (Buitenlandse Zaken) kregen te maken met hun eigen Kamerfractie, terwijl op premier Kok druk werd uitgeoefend door zijn eigen PvdA. Alle betrokken bewindspersonen ontkenden in alle toonaarden dat Nederland ook maar één moment van plan was geweest het eigen drugsbeleid op de tocht te zetten via welke Europese tekst dan ook. Sterker: minister Sorgdrager deelde tijdens het Kamerdebat over de kwestie, op 14 november, de wijzigingsvoorstellen uit die zij aan haar EU-collega's in Brussel zou voorleggen. De Kamer zwaaide haar uit, ongerust en enigszins argwanend achterblijvend.

Veel geluk brachten de wijzigingsvoorstellen niet. Gisterochtend kreeg Sorgdrager geen één van de EU-lidstaten achter zich. In de namiddag brak echter alsnog een zonnetje door. Sorgdrager kon instemmen met een tekst waarin stond dat de Europese aanpak van de drugsproblematiek geen belemmering mag vormen voor lidstaten die doeltreffender nationale maatregelen hebben of willen introduceren. De vraag is nog even of de Tweede Kamer daarin voldoende bescherming van het Nederlandse gedoogbeleid ziet. Een andere vraag die de Kamer van plan is te stellen, is of de Nederlandse ambtelijke, diplomatieke en politieke voorbereiding van EU-overeenkomsten op Justitiegebied de volgende keer niet wat minder lawaaiig kan verlopen.

    • Rob Schoof