Niets doen!

Als iets in één jaar wordt bedorven vergt het tien jaar om er weer wat van te maken, maar in de oude staat komt het nooit terug. Dat is een wet. Soms wordt het in twee of drie jaar bedorven en duurt het herstel maar vijf jaar. Dat hangt af van de besluitvaardigheid der betrokkenen en de grondigheid waarmee ze te werk gaan. De getallen variëren, de wet wordt er in wezen niet anders door.

Ik dacht er weer aan toen ik las dat twee experts van de gemeente Amsterdam, de heren Jos Gadet en Ronald Wiggers, na de uitkomst van het Grote Groenonderzoek een plan hebben gemaakt om de parken bij de mensen te brengen. “Het is wel druk op straat maar niemand komt in het groen”, aldus een van de onderzoekers, geciteerd in de Volkskrant. “Veel meer dan wat bankjes staat er niet.” Dat kan en, in de visie van de experts, dat moet veranderen. Het park moet naar de mensen toe. “Stadsdelen en ontwerpers moeten om de tafel gaan zitten, gaan spelen met de mogelijkheden die de parken bieden.” Stadsdelen die spelen met mogelijkheden: de formulering spelt onheil. Meer speelplaatsen voor de kinderen, gemakkelijke banken, fietspaden, een ijscokar, een theehuis, bescheiden en uiteraard geen schreeuwerige horeca. Het plan is verzadigd van goede bedoelingen. “Maar politiek is het nog niet rond”, verklaart de heer Oosterman. “Er is een sterke stroming die alles wil laten zoals het is.”

Ik beken dat ik tot deze sterke stroming behoor. Zonder een 'polemiek' met de experts te willen aangaan, verklaar ik mijn behoudzucht. Eerst in het algemeen. Amsterdam heeft de neiging om veel wat mooi is in de stad, naar eigentijdse inzichten nog mooier te willen maken. Zo zou het Damrak 'de rode loper' worden waarover het bezoek naar de rest van het moois zou wandelen. Er is veel geld en energie aan besteed, en nu is de rode loper een allee van wisselkantoortjes, patatnering, een automatenhal, nog veel meer in dit genre waartussen boekhandel Allert de Lange zich handhaaft als destijds Schokland in de Zuiderzee. Na de Bijenkorf links af, daar kunnen de bezoekers hun pillen, stiletto's en de rest inslaan. Het Rokin heeft zich totnutoe staande weten te houden maar nadat de Reguliersbreestraat een soort rodeloperbehandeling had ondergaan, heeft ook daar het imperialisme van de pret het gewonnen: automatenhal, wisselkantoortje, pornowinkels, peepshow.

Het treurige, of misschien moeten we zeggen: het tragische is dat aan deze gedaanteverwisseling in het oude centrum louter goede bedoelingen en veel geld ten grondslag liggen, en dat de goede bedoelers van toen nu niet op hun averechtse resultaten worden aangesproken. Mijn vrees is dat het met de parken die misschien op de nominatie staan om 'naar de mensen toegebracht te worden' een vergelijkbaar lot te wachten staat.

Het Bijlmerpark, het Eendrachtspark en het Vliegenbos - drie die op de nominatie staan om naar de mensen toe gebracht te worden - ken ik niet, maar wel het Oosterpark en drie anderen die respectievelijk naar Sarphati, Wertheim en Vondel zijn genoemd. Ooster, Sarphati en Wertheim bevallen me goed. Ik krijg geen trek in thee of ijs als ik daar loop, denk ook niet dat ik de fietsers mis en het bevalt me goed dat ik er niet zoveel mensen zie als in de Kalverstraat. Ik had me nooit afgevraagd wat daarvan de oorzaak is, tot ik over de bedoelingen van de gemeente-experts las. Misschien, veronderstel ik, zie je meer mensen in de Kalverstraat dan in een park omdat meer mensen naar de etalages dan naar de bomen willen kijken.

In het nieuwe toekomstbeeld, nadat de parken naar de mensen zijn gebracht, is ook een rol toebedeeld aan 'een bescheiden horeca'. Mijn eerste neiging was, iets op te schrijven dat helemaal niet bij een parkachtige omgeving past. Maar hier, in Amsterdam nog meer horeca? Maak van de hele stad één grote kroeg naar de mensen toe, dan ben je tot halverwege de volgende eeuw van het gezeur af, dacht ik. Maar dat is voorbarig.

Er is een argument dat hieraan vooraf gaat. Een bescheiden horeca bestaat niet. Ja, het Vondelpark heeft zijn paviljoen, het filmmuseum en het lommerrijk terras van café Vertigo. Die instellingen zijn bolwerken van poëtische verpozing, doen in hun beste ogenblikken zelfs een beetje denken aan een Déjeuner sur l'herbe. Maar wie weet wat op zomerse zondagen de freelance horeca in het Vondelpark plus klandizie voorstelt, wenst het volk van harte een rustige wandeling in de Kalverstraat. Zouden de parkexperts de politierapporten over het Vondelpark van de afgelopen zomers hebben gelezen?

De Amsterdamse parken zijn mooi. Sommige kunnen mooier, maar niet door er tentjes voor nog meer eet- en drinkwaar neer te zetten. De bankjes zijn comfortabel genoeg. Doe er niets aan!

    • S. Montag