Netwerk van Nix in PvdA wil losse betrokkenheid

Jongeren zijn heus wel geïnteresseerd in politiek. Als hun betrokkenheid maar vrijblijvend en ad hoc kan zijn. 'Het mag van mij zo gek en wild mogelijk.'

DEN HAAG, 30 NOV. Misschien dat er een moment komt dat ze de macht wel moeten grijpen. Maar liever niet. “Dat geeft zoveel ellende.” Ze zien meer in samenwerken met de oudere generatie. “Je moet de macht niet grijpen, je moet de macht delen. Maar als de PvdA zegt: fuck it, ik heb geen zin in al die onzin waar die jongeren mee komen, dan gaan we toch gewoon iets anders leuks doen.”

Aan het woord zijn Erik van Bruggen (27) en Lennart Booij (25) - representanten van een nieuwe stijl van politiek bedrijven in de PvdA. Ze worden vaak afgedaan als 'schoothondjes' van vertrekkend partijvoorzitter Felix Rottenberg. Ook bij hen ligt het woord 'vernieuwing' voor in de mond. Nadat ze een aantal debatten met PvdA-bewindslieden hadden georganiseerd, werden ze door Rottenberg - die de vergrijzing van de PvdA wilde stoppen en bezig was de partijcultuur drastisch te vernieuwen - ruim twee jaar geleden aangesteld als 'medewerker jongerenprojecten'. Door een informeel netwerk op te zetten van jonge leden pogen ze nu de PvdA weer wat jeugdig elan te geven.

Booij en Van Bruggen zijn verantwoordelijk voor het PvdA tijdschrift Vlugschrift. Ze richtten vijf PvdA-jongerenwerkgroepen op - georganiseerd rond thema's als milieu, economie en cultuur - en organiseerden vorig jaar in Tilburg en dit jaar in Amsterdam een PvdA-jongerenconferentie. Waren er in Tilburg nog 500 jongeren aanwezig op de manifestatie, in Amsterdam waren dat er al tweeduizend. De discussies van de werkgroepen resulteerden in het pamflet Niet Nix, ideeën voor de Partij van de Arbeid, dat maandag in de Rode Hoed in Amsterdam wordt aangeboden aan kandidaat-partijvoorzitter K. Adelmund.

Ze willen een nieuwe generatie bij de politiek betrekken, zeggen ze zelf. “Generatie Nix en wat daarna komt.” En daarvoor moet je jongeren op een nieuwe manier benaderen. Want, zegt Booij, “we hebben geconstateerd dat jongeren op een informele basis regelmatig ad hoc willen praten over politiek”.

Voor de PvdA-jongerenwerkgroepen geldt het adagium dat niets moet. Je hoeft zelfs geen lid te zijn van de partij.“Vroeger was het zo dat je eerst maar eens lid moest worden van de partij en dat er daarna eens gekeken werd of je iets kon doen”, zegt Booij. “Dan moest je eerst een hele tijd folders van de PvdA gaan rondbrengen. Wij hebben dat omgedraaid. Als mensen zin hebben om te komen, zeggen wij: kom erbij. Dan kun je later altijd nog zien of je lid wilt worden.”

Booij en Van Bruggen studeren beiden nieuwste geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Booij heeft wel een historische verklaring, waarom jongeren behoefte hebben aan de lossere, informele manier van politiek bedrijven. Er is een nieuwe generatie opgestaan die volstrekt niet meer in een zuil past, vertelt hij. “Die moet door trial and error zijn eigen identiteit bepalen. De traditionele, quasi-verzuilde PvdA spreekt hen niet meer aan. Ze willen niet hun hele identiteit aan de partij ontlenen.”

Het informele netwerk van de PvdA-jongeren is op een bepaalde manier a-politiek, vertelt Booij. “We richten ons heel erg op inhoudelijke thema's, op ideeën. Jongeren die bij ons in dat netwerk zitten ambiëren niet meteen een carrière die doorloopt tot in de Tweede Kamer. Ze willen discussiëren over de issues die zij belangrijk vinden.”

Booij en Van Bruggen willen geen “politiekje spelen”, zoals volgens hen de politieke jongerenorganisaties doen. “Ze zitten daar vaak zwaarwichtig te praten over een compromis hier en een procentje daar. Dat moet vervolgens ook nog allemaal in moties en resoluties worden gegoten. Dat spreekt niet veel jongeren meer aan.”

Booij en Van Bruggen maken school. Zowel in de VVD als in het CDA zijn soortgelijke netwerken van jongeren aan het ontstaan. Ze vormen een geduchte concurrent van de traditionele jongerenorganisaties van de politieke partijen. Die jongerenorganisaties worden weliswaar formeel erkend door de moederpartijen, maar ze hebben een eigen structuur en zijn volledig zelfstandig. Van Bruggen zet daar vraagtekens bij.

De politieke jongerenorganisaties hebben het moeilijk. Bij de Jonge Socialisten (1.100 leden), de Jonge Democraten (850) en het CDJA (2.800) staan de ledenaantallen onder druk. Alleen de JOVD (2.000 leden) maakte de laatste jaren een lichte stijging van het ledental mee. Van alle leden is gemiddeld zo'n vijftien procent daadwerkelijk actief. Het kost soms grote moeite om de verschillende lokale en afdelingsbesturen te vullen. Een van de manieren waarop de jongerenorganisaties proberen om de negatieve trend te keren, is door in te spelen op de behoefte aan een meer vrijblijvende manier van politiek bedrijven. “Het mag van mij zo gek en zo wild mogelijk”, zegt Teusjan Vlot (20), voorzitter van het CDJA. “Binnen het CDJA worden veel discussies doodgeslagen met het argument: een debat is leuk, maar er moet wel besluitvorming komen.”

CDJA'ers moeten er volgens hem enorm aan wennen dat ze ook weleens iets mogen zeggen “dat niet genuanceerd is en dat niet meteen consequenties heeft”. Wim Rampen (24), voorzitter van de Jonge Democraten, de jongerenorganisatie van D66, zegt dat hij toe wil naar een 'JD à la carte', zodat leden zelf kunnen kiezen aan welke activiteiten ze deelnemen.

Ook al besloten de Jonge Socialisten (JS) - na het succes van de eerste PvdA-jongerenconferentie in Tilburg - om dit jaar mee te gaan doen aan de organisatie van de tweede jongerenconferentie in Amsterdam, JS-voorzitter Fanny Bod (24) is wel sceptisch over het jongerennetwerk in de PvdA. “Dat netwerken is een randstedelijk fenomeen. Het is een typisch stedelijke gedachte dat allerlei mensen bij elkaar aanschuiven om wat te babbelen, zonder echt een vaste kern vormen.” Ook zijn de werkgroepen volgens haar een elitaire aangelegenheid. “Het niveau is dusdanig dat je eigenlijk wel zo'n beetje afgestudeerd moet zijn om mee te kunnen praten”, meent Bod. Inderdaad zijn vrijwel alle auteurs van het pamflet Niet Nix jonge academici.

De JS-voorzitter:“Als de PvdA jongeren aan zich wil blijven binden, moet ze jonge mensen niet alleen in werkgroepen en op jongerenconferenties de kans geven om gezellig mee te debatteren, maar ze ook echt op verkiesbare plaatsen zetten en laten meebeslissen. Je kunt op een hele open manier over van alles discussiëren, maar er moet ergens een orgaan zijn waar je gewoon via saai stemmen besluiten neemt.” Over één ding zijn de nieuwlichters en de traditionelen in de jongerenpolitiek het in ieder geval eens: demonstreren en bezetten is uit, lobbyen is in. “We hebben een megafoon, maar die ligt al jaren in een kast onder het stof”, vertelt CDJA-voorzitter Vlot. “Mijn voorgangers gingen nog met hun geitewollensokken en baarden de straat op om te demonstreren tegen kernwapens. Dat was echt de CDJA-stijl. Je krijgt nu geen jongeren meer op de been om met een megafoon op het Binnenhof te gaan staan roepen. Maar als je zegt dat je een afspraak hebt met een Kamerlid om bijvoorbeeld over het drugsbeleid te praten, dan staan ze in de rij.”