Minimumontvanger

OP ZOEK NAAR speelgoed dat wat aardiger leek dan de 'real Chinese shit' die steeds hoger staat opgetast in de doorsnee speelgoedwinkels en opeens was daar de klassieke kristalontvanger van de kibboets Yasur in Israel. Dat is te zeggen: de bouwdoos, want het radiootje moest nog in elkaar worden gezet. Dertig gulden, bij de Bell Tree aan de Amsterdamse Spiegelgracht. Het proberen waard.

't Was niet zo heel veel dat er uit de plastic zak in de vrolijke doos kwam, eigenlijk niet meer dan een kant-en-klare spoel, een kristaldiode en een oortelefoon plus twee losse daadjes en een plastic kastje, maar toch nam de montage nog geruime tijd in beslag. Het gekozen bevestigingssyteem is allerellendigst en de voorschriften zijn niet altijd ondubbelzinnig. Ook overigens laat de tekst gaten vallen.

Het kwam dus goed van pas dat van AW-wege lang geleden ervaring was opgedaan met de kristalontvanger die Philips eind jaren vijftig onder de naam Pionier aan jongens verkocht. Uit die tijd stamde het inzicht dat het functioneren van dit soort radiootjes valt of staat met de aanwezigheid van een goede aarde en antenne en dat een echte kristalontvanger pas op dreef komt als de zon goed onder is. Wat nieuw was, was het schuiven met een glijcontact over een spoel bij wijze van afstemming.

Voor de rest was het een feest van herkenning. Zweeg het toestel overdag in alle talen, met het vorderen van de avond meldden zich toch minstens twee zenders. Een onverstaanbaar, maar ouderwets enthousiast Oosteuropees radiostation aan de ene kant van de spoel, een Nederlands braakprogramma aan de andere zijde. Het mirakel opnieuw beleefd! En met nog meer waardering dan destijds want de kibboetsradio is de radio-uitgekleed-tot-op-het-bot. De Pionier van veertig jaar geleden had al niet veel onderdelen, de kristalontvanger van Morgan en Sims' 'Jongens en elektriciteit' (1932) had er nog minder, de kibboetsradio heeft bijna niets meer.

Zo te zien niet eens een complete afstemkring, toch een van de twee elementaire trucs die een schakeling tot een radio-ontvanger maken (de ander is de gelijkrichter). Een afstemkring bestaat onontkoombaar uit een combinatie van een condensator (de 'capaciteit') en een spoel (de 'zelfinductie'), omdat die twee tegengesteld reageren op een opgelegde wisselspanning. De condensator laat meer stroom door naarmate de frequentie van de wisselspanning toeneent, de ander doet net het omgekeerde. De combinatie heeft daardoor een soort optimum-frequentie die het best wordt doorgelaten, een frequentie die is te veranderen door òf de eigenschappen van de spoel of die van de condensator te wijzigen. De Philips Pionier had een variabele condensator en Morgan en Sims hadden hun spoel praktisch variabel gemaakt door die van een veelheid aan aftakkingen te voorzien. De kibboets heeft die laatste oplossing aangepast en de aftakking glijdend uitgevoerd. Maar van een condensator geen spoor. Waarschijnlijk heeft het oortelefoontje de functie in zich.

Hoe oud is de kristalontvanger as such? Daar komt de plotseling geïnteresseerde niet zomaar achter. Het gebruik van allerlei meer of minder natuurlijke kristallen als gelijkrichters ('cat whiskers') was al voor het eind van de negentiende eeuw bekend. Na 1904 werd die functie overgenomen door de radiolamp, de elektronenbuis, maar wanneer de eerste afstemkringen werden ingevoerd was gisteren nog niet duidelijk. Waarschijnlijk is dat de oudste radio-ontvangers hun gevoeligheid bereikten ten koste van de selectiviteit en dat ze dus vrijwel àlle signalen uit een heel breed frequentiegebied doorgaven. De eerste radiouitzendingen, zoals die van Marconi, vonden plaats rond middengolf en lange golf.

Een jaar geleden is in New Scientist gedebatteerd over de vraag wie nu als 'de' uitvinder van radio beschouwd mag worden, maar de eindstand was dat er niet zoiets als 'de' uitvinder bestaat. Het was Marconi die in 1895 voor het eerst een intelligent bericht draadloos door de ether verstuurde: hij verzond het in morse en bracht daarmee in een nabijgelegen vertrek een bel aan het rinkelen. Telecommunicatie dus, maar geen radio-ontvangst in de gangbare zin van het woord.

In hetzelfde jaar bouwde de Rus Alexander Popov een toestel waarmee hij atmosferische elektrische ontladingen kon 'registreren' (Hoe, wordt niet helemaal duidelijk). Dat was wel radio-ontvangst, maar weer geen communicatie, want er was nog niemand in Rusland om hem een radiobericht te versturen.

Van belang is dat we spelenderwijs zijn beland bij de vraag waar een rasnostalgicus slapeloze nachten van kan hebben. Hoe klonk radio toen er nog door niemand werd uitgezonden. Wat hóórde de eerste technicus die voor zijn draadloze telegrafie een koptelefoon opzette?

Werkte hij op middengolf of lange golf, wat zeer waarschijnlijk is, dan ontbraken zeker buitenaardse radiobronnen. Signalen met golflengtes boven de tien meter dringen niet door de ionosfeer heen. Maar aan aardse bronnen was rond 1900 al geen gebrek meer: in moderne omgeving wemelde het al van elektromotoren met koolborstels en ander glijcontacten, elektrische schellen en explosiemotoren met vonkende bougies. Waarschijnlijk was het een geknetter van belang. Popov registreerde naar verluidt vooral 'elektrische storing' en een deel daarvan wist hij aan onweer toe te schrijven.

Maar of Popov ook zelf ooit geluisterd heeft naar radio, is onduidelijk. Hij stierf eind 1905, net voordat de triode-versterkerbuis van Lee De Forest ten tonele verscheen. Daarmee staat wel vast dat hij één typisch radiosignaal nooit te horen kreeg: de Mexicaanse hond. De Mexicaanse hond jankt pas als een belendende radio-ontvanger, voorzien van een flinke antenne, door een te ver doorgevoerde poging om de selectiviteit te verbeteren als zender gaat functioneren en in de buurt komt van de frequentie waarop men zelf is afgestemd. De Mexicaanse hond: dat waren de buren.