Israel tussen economische 'afgrond' en 'groei'

TEL AVIV, 30 NOV. Afhankelijk voor welk forum hij spreekt schommelen de uitspraken van premier Benjamin Netanyahu deze dagen over de vooruitzichten van de Israelische economie tussen ongebreideld optimisme en waarschuwingen voor een in zicht komende economische afgrond.

In tegenstelling tot zijn voorganger Shimon Peres legt Netanyahu nog nauwelijks een verband tussen Israels economische ontplooiing en het in moeilijkheden gekomen vredesproces in het Midden-Oosten. Zijn visie op het Israelisch-Arabisch conflict blijft pessimistisch en de cijfers tonen aan dat Israel een op Europa, de VS en Azië georiënteerde economie is en nog lange tijd zal blijven ook.

Ondanks zijn harde politieke gevecht om het mes diep in de nationale begroting voor volgend jaar te zetten bepleit Netanyahu toch het laten meegroeien van de defensieuitgaven met de toename van het bruto nationaal produkt (bnp). Deze bedragen thans, de Amerikaanse militaire hulp van 1,8 miljard dollar per jaar niet meegerekend, zeven procent van het bnp. Als ook de uitgaven voor geheime militaire operaties worden ingecalculeerd gaat volgens het blad Haarets van deze week 12,5 procent van het bnp naar de defensieinspanning.

Het economisch optimisme van Netanyahu wordt gedragen door enerzijds het groeipotentieel van de industrie, in het bijzonder de high-tech, en anderzijds de gedachte dat zijn regering in staat zal zijn de Israelische staatshuishouding snel te privatiseren. Daarvan verwacht hij “een spectaculaire economische groei” die in 1998 al een positieve omslag van het nu zorgwekkende beeld van de economische stand van zaken te zien zou kunnen geven.

Volgend jaar zullen volgens de plannen van Netanyahu banken en overheidsondernemingen voor een bedrag van 1,25 miljard dollar worden geprivatiseerd. De zeer moeilijke en onzekere tijden doormakende beurs van Tel Aviv is echter nu niet de aangewezen plaats om de privatisering te kunnen realiseren. Netanyahu vertrouwt echter op “in de rij staande buitenlandse investeerders” die het privatiseringsproces zouden kunnen aantrekken.

Of dit optimistische toekomstbeeld werkelijkheid zal worden hangt af van twee vragen : breekt er een nieuwe oorlog in het Midden-Oosten uit en is de regering Netanyahu in staat de gevaren die de economie thans bedreigen te bezweren?

Netanyahu is Israels eerste premier die een graad heeft in de economie en dus goed weet wat hem voor ogen staat als hij het over de “economische afgrond” heeft waarvoor Israel, naar zijn zeggen, staat wegens het onverantwoordelijk economisch gedrag van de vorige regering. Israel kampt niet alleen met een enorm begrotingstekort o.a. als gevolg van dalende inkomsten uit belastingen, wegens snelle economische afkoeling, maar wordt ook belaagd door een steeds groter wordend tekort op de betalingsbalans, dat zich in de richting van 12 miljard dollar dit jaar beweegt.

Het grootste gevaar voor economische stabiliteit schuilt echter in de enorme spanningen op de kapitaalmarkt als gevolg van de kunstmatige overwaardering van de shekel ten opzichte van de dollar en het daarvoor mede verantwoordelijke extreem hoge rentepeil van rond de twintig procent.

Professor Yaacov Frenkel, de directeur van de bank van Israel, is al enkele jaren de koppige architect van het hoge rentebeleid dat zijns inziens het enige doeltreffende medicijn is om de Israelische inflatie onder de tien procent per jaar en liefst naar Europees niveau om te buigen.

Waarschuwingen van industriëlen dat deze monetaire politiek Israel in een economische crisis stort, doordat exportmarkten wegens de duurte van de shekel verloren gaan, worden door hem genegeerd.

Economische afkoeling is voor professor Frenkel een weloverwogen gekozen instrument ter bestrijding van de inflatie. Voor deze bij het IMF hoog aangeslagen Israelische econoom is inflatie nog steeds het grootste gevaar dat de Israelische economie bedreigt.

Zijn strak beleid heeft inderdaad de inflatiecurve met enkele procenten tot omstreeks de 11 procent per jaar naar beneden gebogen. Maar de professor is in de rol van de machtige directeur van de bank van Israel er niet gerust op dat het inflatiespook wegens de grote liquide middelen niet snel weer de kop kan opsteken. Alles wijst er op dat hij vastbesloten is geen krimp te geven, totdat premier Netanyahu er in slaagt zijn regering een grote bezuiniging op de nationale begroting op te leggen van ver over de twee miljard dollar.

Israel is echter een economie van communicerende vaten. Het monetaire beleid, vooral de spectaculair hoge rente, heeft een rampzalig effect op de beurs, heeft tot het leeglopen van beleggingsfondsen geleid en miljarden dollars buitenlands kapitaal aangetrokken. Een gigantisch kapitaal van tegen de 100 miljard shekel (32 miljard dollar, ongeveer drie maal de grootte van de valutareserves) zit in liquide vorm in de startblokken om als een orkaan in de dollar te vluchten als gevolg waarvan de rente snel moet stijgen om dit proces te stoppen en de shekel in een neerwaatse spiraal komt.

Dit domino-effect op de kapitaalmarkt kan op gang worden gebracht, indien er in Israel een nieuwe bankcrisis uitbreekt. Niet zoals in de jaren tachtig het geval was door het kunstmatig opvoeren van de beurskoersen door de banken maar ditmaal door buitensporig bankkrediet aan grote aannemers ten tijde van de “dolce vita” in onroerend goed sedert 1992. Nu de “boom” in onroerend goed, gekenmerkt door extravagante prijzen voor flats en huizen, over is beschikken tal van aannemers niet over de financiële middelen om de opgenomen bankleningen af te lossen.

De controleur op de banken Zeev Ablas heeft vorige week gewaarschuwd dat het gevaar reëel is dat de banken in elkaar storten en de Israelische belastingbetaler opnieuw, zoals in 1983 het geval was, de banken moet redden.

Het scenario van een bankcrisis als katalysator voor het uitbreken van een snel om zich heen grijpende economische crisis moet Frenkel duidelijk voor ogen staan. Het is één van de redenen dat hij een oplossing zoekt, met steun van Netanyahu, in het besnoeien op de overheidsuitgaven en het handhaven van de hoge rente om zoveel mogelijk stabiliteit aan de economie te geven.

Of Netanyahu en Frenkel erin zullen slagen tussen de klippen door te varen wordt door ex-premier Shimon Peres betwijfeld. Als er één reden is waarom hij denkt dat er toch nog wel een regering van nationale eenheid komt dan is het niet de Palestijnse kwestie, maar ernstige economische moeilijkheden die Likud en de Arbeidspartij weer samen achter het roer van staat zullen brengen.

Onder andere politieke omstandigheden was dat ook in 1982 het geval toen Peres aan het hoofd van een regering van nationale eenheid erin slaagde de hyperinflatie van over de 400 procent per jaar, die ten tijde van het Likud-bewind was opgestaan, onder controle te brengen.

    • Salomon Bouman