Frisse oudheden; Moderne klimaatbeheersing in Allard Pierson museum

DRIE JAAR GELEDEN ontdekte de staf van het Allard Pierson Museum in Amsterdam dat de collectiestukken bedekt waren met een dun laagje roet. Tegelijkertijd begonnen de suppoosten steeds vaker over hoofdpijn te klagen en bij druk bezochte tentoonstellingen kwam het voor dat bezoekers flauw vielen.

Uit onderzoek bleek dat de collectie in vrijwel open verbinding stond met de buitenlucht. Industriële gassen, dieseldampen van rondvaartboten en naar rotte eieren stinkende zwavelverbindingen uit het riool drongen door de poreuze muren van het museum. De kunstwerken stonden bloot aan tal van schadelijke stoffen. In de zalen werd bovendien een extreem hoge concentratie kooldioxide gemeten: meer dan 2000 ppm (parts per million). Ter vergelijking: normale buitenlucht heeft een gemiddelde concentratie van 350 ppm en de lucht van Amsterdam een van 600 ppm. “Tweeduizend ppm is tweemaal de hygiënische grenswaarde”, zegt Rien Gijzen van het facilitair bedrijf van de Universiteit van Amsterdam, die eigenaar van het museum is.

Het universiteitsbestuur besloot tot een ingrijpende renovatie. Het ministerie van OC&W gaf twee ton, de universiteit betaalde het resterende bedrag: 4,5 ton voor de klimaatbeheersingsapparatuur en nog eens een kleine anderhalf miljoen gulden voor een opknapbeurt van de aula en de bouw van een garderobe.

Begin augustus ging het museum voor drie maanden dicht. De vitrines werden met 650 hekplaten ingepakt en de installateurs togen aan het werk. Herhaaldelijk stuitten ze op de extreem dikke muren van het voormalige gebouw van De Nederlandsche Bank. Verder maakten kruipgaten, krappe ruimten en smalle trappen het noodzakelijk om de apparatuur en luchtkanalen in onderdelen aan te voeren en ter plekke in elkaar te zetten. “Normaal gesproken wordt voor de luchtkanalen plaatstaal gebruikt. Dat wordt echter fabrieksmatig gemaakt. Het moet passen en anders kun je het weggooien”, zegt Gijzen. “Hier was het passen en meten en daarom hebben we gekozen voor steenwol, dat in rechte lengtes werd aangevoerd en ter plaatse op maat werd gemaakt.”

Vandaag opent het Allard Pierson Museum haar deuren weer voor het publiek, mèt een verbeterde klimaatbeheersing en 450 meter aan luchtkanalen, die overigens onzichtbaar zijn voor de bezoeker. Die klimaatbeheersing draait om drie zaken: ventilatie, vochtigheidsbeheersing en verwijdering van schadelijke stoffen en gassen. Het klimaat van de aula, de tentoonstellingszalen en de depots worden gecontroleerd via aparte installaties. Die voor de expositieruimtes en de aula zijn nog niet met een koelinstallatie uitgerust. Het museum zoekt financiële middelen om dit voor de zomer te realiseren. De installaties voor de depots op de begane grond zijn wel voorzien van koeling. “In het museum hoeft niet overal hetzelfde klimaat te heersen,” zegt Gijzen. “In de aula zijn bijvoorbeeld geen collectiestukken die door zuren aangetast kunnen worden. Je hebt daar dus geen speciale en dure filterapparatuur nodig. En in de depots is ventilatie amper nodig, omdat daar nauwelijks iemand binnenkomt. Het gaat daar om de handhaving van een zo constant mogelijk klimaat. De depots worden daarom maar één keer per uur geventileerd.”

De lucht van de aula en de tentoonstellingszalen wordt drie keer per uur ververst. Gijzen: “Dat is voldoende om de kooldioxideconcentratie onder de hygiënegrens van 1000 ppm te houden.” Per keer dat aan de achterkant van het gebouw lucht wordt ingenomen, wordt in de aula 3500 kubieke meter lucht ververst. In de tentoonstellingszalen aan de achterzijde is dat 4000 kubieke meter. Aan de op het zuiden gelegen voorzijde, waar het drukke stadsverkeer rijdt en waar 's zomers de brandende zon op staat, wordt twee keer zoveel lucht ververst.

STOOM

De vochtigheid van de luchtstroom wordt met stoom op peil gehouden. Gijzen: “Elektrisch wordt, onder lage druk, stoom opgewekt die in het luchtsysteem wordt gebracht. Op deze manier heb je geen last van kalkaanslag.” In de winter komt er droge lucht naar binnen en bestaat het gevaar dat er scheuren in de kunstvoorwerpen komen. Extra bevochtiging gaat dat tegen. In de zomers wordt de vaak hoge luchtvochtigheid tegengegaan door de ingenomen lucht te koelen.

Een speciaal filtersysteem is de derde schakel in de klimaatbeheersingsketen. Het zogenoemde Archiefreinigingsfiltersysteem type RGD (Remove Gassious Destruction) bestaat uit drie onderdelen die respectievelijk stof, kiemen en bacteriën, en gassen opvangen. Stof wordt afgevangen door een filter dat bestaat uit een paneel met zigzag gevouwen, zeer fijn glasvezel. “Door periodiek de weerstand te meten, weet je of het filter vol zit,” zegt Gijzen. “Als je een filter niet op tijd vervangt, klapt de boel uit elkaar.”

Een elektropotentiaalfilter haalt bacteriën en schimmels uit de lucht. Het filter bestaat uit een makkelijk te monteren aluminium frame met twee glasvezel matten, waartussen een hoogspanningsscherm zit. De matten worden met een gelijkspanning van 5000 volt gepolariseerd geladen. Passerende sporen, schimmels en bacteriën worden daardoor ook gepolariseerd, klonteren samen en kunnen in een grof stoffilter worden afgevangen. Het hoge potentiaalverschil verhindert dat de bacteriën doorgroeien.

Tot slot worden met droge, poreuze korrels schadelijke gassen uit de lucht gehaald. Er zijn twee types, elk met een doorsnede van drie millimeter en gemaakt op basis van aluminiumoxide. Het ene is geïmpregneerd met minstens 4 procent kaliumpermanganaat, het andere met minstens vijf procent kaliumhydroxide (KOH) en is vooral bedoeld om zwavel uit de lucht te halen. Het absorptievermogen wordt via monstername bijgehouden.

Het klimaatbeheerssysteem wordt met de computer via het gebouwbeheersysteem van de universiteit op afstand bediend. De techniek staat voor niets, zou je denken. Hoewel: in een van de depots sprong de vochtigheid op en neer. Gijzen: “Een spookbitje. Telkens als de monteur kwam, was het weer in orde. Uiteindelijk heeft hij maar de hele printplaat van de regelaar vervangen.” De depotbeheerder vertrouwt het blijkbaar nog niet helemaal. Hij heeft voor alle zekerheid een hygrometer opgehangen. Zo'n ouderwetse. Met paardenhaar.