Emil Joseph Diemer

Wie van mening is dat schakers gek zijn, zal door bestudering van het leven van Emil Joseph Diemer niet tot andere gedachten komen.

Diemer werd geboren in 1908 in het Duitse Radolfzell, in Baden. Hij was al jong een hartstochtelijk schaker, maar het duurde tot 1932 voordat er voor het eerst een partij van hem werd gepubliceerd. Tot 1956 was het grootste succes waar hij op bogen kon, een overwinning in het snelschaakkampioenschap van Baden. In zijn beste tijd zou hij een matige meester genoemd kunnen worden.

Erg sterk was Diemer niet. Toch had hij in de jaren vijftig en zestig een schare volgelingen, in Duitsland en ook in Nederland. Hij was de profeet van het woeste aanvalsspel. “Speel Blackmar-Diemer gambiet en het mat komt vanzelf!“ schreef hij. “Het Blackmar-Diemer gambiet verandert de gehele mens!“ Hij meende het.

Dit jaar verscheen bij uitgeverij Manfred Mädler een biografie van Diemer, geschreven door een van zijn trouwste aanhangers, Georg Studier: Emil Joseph Diemer. Ein Leben für das Schach im Spiegel der Zeiten. Een biografie van 280 bladzijden. Er zijn wereldkampioenen die er nog op wachten.

Studier heeft grote bewondering en sympathie voor Diemer. Een ongewoon geniaal mens noemt hij hem. De simultaantoernees die Diemer gaf worden beschreven als triomftochten. Een heiligenleven is het boek toch niet geworden, want er is teveel afstotelijks in het leven van Diemer geweest wat Studier niet kon en wilde verzwijgen.

In 1931 was Diemer werkloos. Hij had een baantje gehad bij een uitgeverij, maar hij was niet geschikt voor een baan. Hij werd lid van de NSDAP, waarna zijn vader hem dezelfde dag nog het huis uit zette.

Voor zichzelf zorgen heeft Diemer nooit goed gekund, maar als nazi ging het toch wat makkelijker. Niet dat hij uit opportunisme lid van de partij was geworden. Hij was een fanaticus, bij alles wat hij deed. Een fel propagandist in wat de nazi's zo romantisch de 'Kampfjahre' noemden, de jaren voor de machtsovername. Door zijn nieuwe vrienden kon Diemer beroepsschaker worden. Hij werd de 'schaakreporter van het Groot-Duitse Rijk', was bij alle grote internationale schaakevenementen aanwezig en zong in de nazi-bladen de lof van het vechtschaak. Veel geld verdiende hij er niet mee, ook toen al was hij afhankelijk van bemiddelde bewonderaars die hem af en toe wat toestopten.

Het werd moeilijker na de oorlog. Diemer schreef voor tal van krantjes, verkocht schaakboeken, gaf simultaans, maar hij leed honger. Hij was eenvoudig niet sterk genoeg om schaakprofessional te zijn.

En in 1953 verloor hij een belangrijk deel van zijn inkomsten doordat hij geroyeerd werd door de Duitse schaakbond. Diemer had functionarissen van de bond in een rabiate perscampagne beschuldigd van homoseksualiteit en jeugdbederf. Homoseksualiteit was een groot kwaad voor Diemer, die naar eigen zeggen in zijn leven nooit een vrouw lichamelijk had bemind. Roken en drinken deed hij ook niet, hij schaakte.

Hij had geen succes, maar hij had volgelingen, die hartstochtelijk polemiseerden over de merites van het Blackmar-Diemer gambiet, 1. d4 d5 2. e4 dxe4 3. Pc3 Pf6 4. f3. Een jaar lang, van 1955 tot 1956, gaf Diemer een eigen tijdschrift uit, Blackmar-Gemeinde, dat opgeheven moest worden toen de schuldeisers ongeduldig werden. Hij bombardeerde iedereen die in de schaakwereld iets voorstelde met brieven met analyses over zijn gambiet. Hij vond gehoor, ook in Nederland, waar uitgever Ten Have Diemers enige boek publiceerde, Vom ersten Zug an auf Matt.

In Nederland haalde Diemer in 1956 eindelijk twee mooie successen. Hij won de reservegroep van het Hoogovenstoernooi en later het Open kampioenschap van Nederland. In hetzelfde jaar werd hij in het kampioenschap van Zwitserland (hij was lid van een Zwitserse club geworden) gedeeld tweede.

Successen die niet herhaald zouden worden. Na een slecht verlopen toernooi in Engeland ontdekte Diemer in een Duits vrouwentijdschrift de oorzaak van zijn falen. Het lag aan het bioritme. Daarna bombardeerde hij zijn schaakvrienden met bioritmische berekeningen en grafieken. En hij ontdekte Nostradamus, de Franse ziener. In een periode van 25 jaar stuurde hij tienduizend Nostradamus-brieven rond. Onnavolgbare berekeningen stonden er in. Hij had met een eenvoudig systeem, a=1, b=2 enz. de code van de grote ziener gevonden. Zelfs welwillende vrienden vonden het vreemd dat die code nu net in de Duitse vertaling verborgen zou zitten, in plaats van in de oorspronkelijke Franse tekst.

Nostradamus ging zijn leven beheersen, meer nog dan het schaken. Hij klampte voorbijgangers op straat aan. Hij verstoorde een begrafenis door luidkeels te roepen: “Hier wordt een levende begraven!“ Hij jammerde dat de Rijn droog zou raken, dat atoombommen op Heidelberg zouden vallen. Autoriteiten vreesden het rinkelen van de telefoon, want vaak was het Diemer die waarschuwde voor de apocalyps.

In 1965 werd hij opgenomen in een psychiatrische kliniek. De directeur kwam tot de conclusie dat het schaakspel Diemers zenuwen te veel belast had, en verbood hem te schaken.

Een mirakel geschiedde zes jaar later. Een jonge bewonderaar wist in 1971 te bewerkstelligen dat zowel het schaakverbod van de directeur als het royement van 1953 werd opgeheven, dat Diemer weer lid van een club kon worden en dat het eerste bord voor hem vrij was. Diemer kreeg het nieuwe gebit dat hem al in 1952 door een rijke bewonderaar beloofd was. Hij schaakte weer en zijn bord was altijd omringd door discipelen die verrukt waren van zijn aanvalsspel.

Hij was minder sterk dan vroeger, maar het deerde hem niet. Hij zou nog wel eens de sterkste speler ter wereld worden, zei hij, maar belangrijker voor hem was de Nobelprijs die hij verwachtte voor zijn Nostradamus-vorsingen. In 1990 stierf hij. De laatste vijf jaar had hij niet meer geschaakt, hij kon het niet meer. In Fussbach, waar zijn verpleeghuis was, zagen de dorpelingen hem schuifelen door de straten, lang en broodmager, met profetenbaard en half blind, en ze hadden respect voor Diemer, want bij geruchte hadden ze vernomen dat hij vroeger een groot schaker was geweest, misschien wel de grootste schaker die ooit geleefd had.

Dat was hij zeker niet, maar een bijzonder schaker was hij in zijn krasse eenzijdigheid toch wel. Kijk naar zijn laatste toernooipartij, uit 1984, en verbaas u.

Wit Diemer-zwart Heiling

1. d2-d4 Pg8-f6 2. f2-f3 d7-d6 3. e2-e4 g7-g6 4.g2-g4 Lf8-g7 5. g4-g5 Pf6-d7 6. f3-f4 c7-c5 7. d4-d5 b7-b5 8. c2-c3 a7-a6 9. h2-h4 Pd7-b6 10. h4-h5 e7-e6 11. h5-h6 Lg7-f8 12. a2-a4 e6xd5 13. a4-a5 Pb6-d7 14. e4xd5 Lf8-e7 15. c2-c4 f7-f6 16. c4xb5 f6xg5 17. f4-f5

Zeventien pionzetten achter elkaar, waarschijnlijk een wereldrecord. 17...g6xf5 18. Dd1-h5+ Ke8-f8 19. Pg1-f3 Th8-g8 20. b5-b6 Lc8-b7 21. Pb1-c3 Pd7-f6 22. Pf3xg5 Pf6xh5 23. Pg5-e6+ Kf8-e8 24. Pe6xd8 Ph5-g3 25. Pd6xb7 Pg3xh1 26. Lc1-f4 Tg8-g6 27. 0-0-0 Ph1-f2 28. Td1-e1 Ke8-d7 29. Pc3-b5 Pf2-e4 30. Te1xe4 Tg6-g1 31. Te4-e1 Tg1xf1 32. Te1xf1 a6xb5 33. Tf1-g1 Kd7-c8 34. Pb7xd6+ Le7xd6 35. Lf4xd6 Pb8-d7 36. Tg1-g8+ Kc8-b7 37. Tg8-g7 Kb7-c8 38. Tg7xh7 Ta8xa5 39. b6-b7+ Kc8xb7 40. Th7xd7+ Kb7-c8 41. h6-h7 Ta5-a1+ 42. Kc1-c2 Kc8xd7 43. h7-h8D Kd7xd6 44. Dh8-d8+ Kd6-e5 45. d5-d6 Zwart gaf op.