Djurre Dinkla

Rugbyers zijn niet te beroerd zich veel werk op hun nek te halen en ook niet om hun schouders eronder te zetten. Sommige rugbyers lijken er zelfs voor geschapen te zijn.

Anderen ontwikkelen in de loop der tijd zulke dikke nekken dat tussen achterhoofd en schouders geen ander lichaamsdeel meer schuil lijkt te gaan. Deze dikke nekken zijn onder rugbyers bekend als de 'hookers' en de 'props'. Het zijn de mannen die zich onvervaard met kop en schouders op de mensenhoop storten en de medespelers voorgaan in het gevecht om de eivormige bal. Ze zijn de voortrekkers van de scrum. Op oefenavonden sterken ze hun nek- en schouderspieren door botsingen met de scrumbok aan te gaan. Ook voor alle andere rugbyspelers zijn nek en schouders belangrijk. Ze vallen daarmee hun tegenstanders aan en proberen hen zodoende naar de grond te drukken. In het gevecht om de bal duwen ze met hun nek en schouders om het hardst. Niet iedereen heeft zo'n dikke nek als een hooker, waarvan de omvang soms die van Quasimodo benadert. Maar een sterk ontwikkelde nek hebben rugbyers allemaal. Dat is ook aan te bevelen. Wie zijn nek niet durft uit te steken kan geen rugbyer worden.