De justitiële vertrouwenscrisis tussen Aruba en Nederland; Knoeknoe-politiek op happy island

Toen ook de BVD zich enkele jaren terug mengde in de strijd tegen de welig tierende misdaad op Aruba, waren de rapen op het happy island pas echt gaar. Wat wist de dienst? Waarom mocht de plaatselijke minister van Justitie geen inzage in de dossiers hebben? Bericht uit Aruba, in de week dat Nederland zijn justitiële conflicten met het Arubaanse kabinet bijlegde.

Het plenst op Aruba. Strandgangers schieten over de straten op zoek naar een schuilplaats, het water reikt tot hun knieën. Aan de L.G. Smith Boulevard, op het pleintje voor de vergaderzaal van het kabinet, vormen zich intussen groepjes Arubanen die de buien uitgelaten verwelkomen. Ze swingen in de regen.

Op hetzelfde moment, dinsdag 26 november rond het middaguur, vergadert het Arubaanse kabinet. Dat kan niet veel betekenen, zou je denken, want van de zeven ministers die het eilandje telt bevinden er zich deze week vier in Den Haag. Ze zijn er begonnen aan gesprekken die een eind moeten maken aan de justitiële vertrouwenscrisis met Nederland.

Nochtans heeft premier Henny Eman een zaak achtergelaten die de regering “vandaag moet regelen”, vertelt waarnemend minister van Justitie Eddy Croes zijn collega's en enkele aangeschoven ambtenaren. Het gaat om de vergoeding van parlementsleden en ministers. Het voorstel luidt deze met zo'n vijftig procent te verhogen. Parlementariërs, hier Statenleden genoemd, gaan van 6.700 Arubaanse guldens naar 9.995 bruto, exclusief toelagen. Ministers van 9.000 naar 14.000 gulden. (De waarde van de Arubaanse en Nederlandse gulden ontloopt elkaar nauwelijks.)

Een half jaar geleden is al eens een dergelijk besluit het kabinet gepasseerd, maar toen maakte de Raad van Advies (de Arubaanse Raad van State) er gehakt van. Twee weken geleden spraken de Arubaanse Staten - voor één keer unaniem - echter opnieuw de wens uit de vijftig procent extra in te voeren. En op deze Arubaanse achternamiddag, terwijl de aandacht voor het eiland zich concentreert op de vergaderingen in Den Haag, beklinkt het kabinet de zaak definitief.

Vanwaar de haast? In eerste instantie kan minister Eddy Croes zich enkele dagen later niet herinneren dat over de ministerssalarissen is gesproken. Dan begint zijn geheugen te werken. “Ja, we hebben, dacht ik, besloten dat die zaak geregeld moet worden.” Zo spoedig mogelijk toch? “Die opdracht hebben we gegeven, ja, we willen een einde aan de moeizame discussie die hierover al enige tijd wordt gevoerd.” En het extraatje voor dit jaar is ook rondgekomen? “Klopt, de maatregel gaat in met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 1996.”

De bewoners van het eiland houden zich deze dag allerminst bezig met salarissen van ministers. Ook het overleg in Den Haag weet nauwelijks aandacht te wekken. Deze dinsdag staat in het teken van Aruba's moderne geschiedenis. Overal op het eiland vinden gebedsdiensten plaats ter nagedachtenis van Bettico Croes, de grondlegger van het autonome Aruba, die tien jaar geleden overleed. Er zijn kransleggingen in verschillende steden, in de kerken op het eiland wordt gebeden, de televisie zendt de hele avond archiefbeelden uit: Bettico Croes is tien jaar na zijn dood nog altijd een volksheld.

Bij leven was hij al een ongekend populair politicus. Hoewel Aruba te klein is (190 vierkante kilometer, 90.000 inwoners) voor vermelding op de meeste wereldkaarten, wist Bettico Croes het eiland in de jaren tachtig los te weken van de Nederlandse Antillen en autonomie af te dwingen. Aruba kreeg per 1986 een 'status aparte' in het Koninkrijk der Nederlanden. Maar enkele uren voordat die inging, 31 december 1985, raakte Bettico Croes in coma na een auto-ongeluk. Op 26 november 1986 overleed hij - zonder de autonomie van zijn land ooit bewust te hebben meegemaakt.

Zoals bij meer grote leiders bleek zijn erfenis minder florissant dan zijn populariteit deed vermoeden. Aruba had op geen beroerder moment zelfstandig kunnen worden. De Lago-olieraffinaderij van Exxon, de grootste werkgever van het land, sloot zijn poorten luttele maanden voor de autonomie; de werkloosheid steeg naar een recordhoogte. Daar bovenop kwam een valutacrisis in Venezuela, de belangrijkste handelspartner van het eiland. Het bruto binnenlands produkt daalde in één jaar met ruim dertig procent.

De politieke en persoonlijke erfenis van Bettico Croes bleek bovendien een kaartenhuis. In zijn partij, de MEP, brak een machtsstrijd uit die leidde tot een nederlaag bij de verkiezingen van 1986. Het (latere) gevolg was dat zijn familie, van oudsher volledig verbonden met de MEP, voor een deel uit de partij stapte, wat de onderlinge verbetenheid in de Arubaanse politiek sterk aanwakkerde en de bestuurbaarheid van het eiland tot op de dag van vandaag aantast. “Het is uitgelopen op een familietragedie”, zegt Bettico's oudste broer Hendrik Croes (54), vlak voordat hij een eredienst voor zijn broer gaat bezoeken. “Een deel van de familie heeft ervoor gekozen samen te werken met mensen die van Aruba een land van de drugsmafia willen maken.”

Casino's

Samenwerking met de drugsmafia is een thema op Aruba sinds Henny Eman in 1986 premier werd. Toen Bettico Croes nog leefde was hij, met zijn partij AVP, de eeuwige ondergeschikte in de politiek. Maar toen bleek dat de MEP de erfenis van Croes niet aankon, werd Eman ineens de baas - van een eilandje op de rand van de afgrond.

Zijn kabinet vond zich in de afspraak van Aruba een happy island voor goklustige en zonminnende Amerikaanse toeristen te maken. Er konden niet genoeg casino's en hotels verrijzen. De Arubaanse overheid verleende staatsgaranties op investeringen en voegde er zonodig tax holidays aan toe. Het ging vrijwel vanaf het eerste moment mis, herinnert zich L. Berlinski, toen minister van Economische Zaken in het kabinet-Eman. Surfer's paradise werd ook gangster's paradise.

Enkele maanden na zijn aantreden, vertelt Berlinski, kreeg hij ambtelijke adviezen om vergunningen te weigeren aan een groep voornamelijk Italiaanse investeerders die plannen hadden om de Arubaanse amusementsindustrie met een reeks projecten uit te breiden. Tot de groep behoorden enkele leden van de beruchte Siciliaanse mafiafamilie Cuntrera. Een van hen, Paolo Cuntrera, was in 1983 in Palermo bij verstek veroordeeld. “Hun aanwezigheid leek me niet gezond voor Aruba”, zegt Berlinski.

Kort na de afwijzing van de vergunningen verloor Berlinski zijn post. Hij vertrok naar Colombia om besprekingen te voeren over een eventuele heropening van de Lago-rafinaderij en na terugkeer werd hij in de cel gesmeten. Hij zou op eigen gewin zijn uitgeweest. Berlinski werd in hoger beroep vrijgesproken - maar toen hadden de Cuntrera's al vaste voet op Arubaanse grond gekregen. Op 27 januari 1987 kregen ze alsnog de vergunningen die hen in staat stelden op Aruba zaken te doen. De beschikking (nr. 747) was ondertekend door de minister van Economische Zaken ad interim, premier Henny Eman. “Hij heeft het samen met minister van Justitie, Watty Vos geregeld”, zegt Berlinski. “Dezelfde mensen die nu weer de sleutelposities in het kabinet hebben, dat is het angstige.”

Soepele omgang

Een soepele omgang met wetten en regels is de Arubaanse politiek nooit vreemd geweest. “In tijden van oorlog sluit men de kerk” (tempo di guerra no tin misa) is een gevleugeld Arubaans woord. Om Nederlanders daar niet al openlijk mee te confronteren hebben Arubaanse bestuurders daarvoor een aparte strategie ontwikkeld: de knoeknoe-politiek. Knoeknoe-politiek paart een vrome en gedweeë houding tegen de Nederlandse broodheren aan eigenzinnigheid en eigenbelang als het in de Arubaanse binnenkamer op besluiten aankomt. Knoeknoe-politiek, zeggen ervaren ambtenaren op het eiland, is het eeuwige antwoord van Arubaanse bestuurders als Hollanders weer eens hameren op strenge naleving van afspraken en wetten.

Toen het kabinet-Eman in 1989 verdween, kon het bogen op briljante macro-economische prestaties. De economie groeide met zeventien procent per jaar. Het inkomen per hoofd van de bevolking steeg naar 16.000 dollar, het hoogste van de Caraïbische regio. Per jaar werd het eiland inmiddels aangedaan door 900.000 toeristen, ook een spectaculair resultaat. “De welvaart was enorm gestegen, de werkloosheid nagenoeg verdwenen”, zegt directeur J. du Marchie Servaas van de Centrale Bank. “Een wonderbaarlijke prestatie.”

Pas na het vertrek van Eman werd de keerzijde zichtbaar. In de drang zo snel mogelijk investeerders aan te trekken verleenden politici te gemakkelijk staatsgaranties op investeringen in de toeristische sector. Met name Italiaanse mafiosi maakten er misbruik van: hoewel de banken alle kredieten hadden uitgekeerd, bouwden ze de beloofde hotels niet af en legden met een beroep op verleende staatsgaranties een claim bij de overheid.

De schade telt inmiddels vierhonderd miljoen gulden (de belastinginkomsten van Aruba bedragen zo'n 470 miljoen per jaar). Intussen staan aan de Arubaanse kust her en der verroeste karkassen te wachten op een nieuwe bestemming: erfenis van de Italiaanse mafia.

Het was niet het enige resultaat van de eerste regeerperiode-Eman. Dankzij de Arubaanse vrijhandelszone werd de positie van het eiland als tussenstation voor drugstransport van Colombia naar West-Europa en de Verenigde Staten sterk gestimuleerd. Zo zegt vakbondsman Juan Carrasqueiro, in de jaren '80 havenarbeider, op grond van ooggetuigenverslagen van zijn leden, dat onder het bewind van Eman “zeker een half miljoen kilo aceton” via Aruba naar cocaïneproducerende landen werd vervoerd. Aceton is een chemisch produkt dat nodig is bij de aanmaak van cocaïne.

Emans opvolger Nelson Oduber, die tussen 1989 en 1994 premier was, liet een andere wind door Aruba waaien. Oduber, die als MEP-leider nooit uit de schaduw van zijn voorganger Bettico Croes kon treden, trok de banden met Amerikaanse opsporingsdiensten aan. Hij was bovendien een en al oor als minister Ernst Hirsch Ballin, die in Nederland de justitieportefeuille combineerde met die van Antilliaanse en Arubaanse Zaken, een lans brak voor de strijd tegen de zware misdaad.

In 1990 organiseerde Oduber een internationale anti-witwas-conferentie op Aruba. Daarna voerde hij een registratie voor de invoer van contant geld in, verbood de import van aceton en “zette alles op alles de Cuntrera's van het eiland te schoppen”, zegt hij. “Het heeft zeven kort gedingen gekost maar we hebben ze weten uit te roken.”

Belangrijker voor Aruba was echter dat Hendrik Croes, de broer van Bettico, de nieuwe minister van Justitie werd. Vooral omdat hij een jaar voor zijn aantreden gebrouilleerd was geraakt met de grootste zakenman van Aruba, Jossy M. Mansur, ook eigenaar van de toonaangevende krant van het eiland, Diario (zie kader hiernaast). De ruzie tussen de twee macho's zette de Arubaanse politiek onder hoogspanning en was, achteraf, het begin van de justitiële en rechtstatelijke crisis waarin het eiland nu is terechtgekomen. Volgens Mansur had Croes hem als zijn advocaat bedonderd. Croes zegt dat hij tot de ontdekking kwam “dat Mansur tot over zijn oren in de drugs zat. Ik heb me toen voorgenomen deze man te vuur en te zwaard te bestrijden. Iemand moet de waarheid op tafel leggen. Dat zal ik dan maar zijn.”

Controle

De plannen van de MEP-regering om de drugsmafia serieus te bestrijden stuitten op een reeks praktische problemen. Geen van de met de handhaving van de rechtstaat belaste organen bleek over voldoende kwaliteit en capaciteit te beschikken. Dus werd in korte tijd een heel leger Nederlandse deskundigen naar Aruba overgevlogen. Een Nederlands politieteam ging de fraude met overheidsgaranties in de hotelbouw onderzoeken. Procureur-generaal J. Zwinkels - benoemd door Hendrik Croes - kreeg een eigen landsrecherche, bestaande uit Nederlanders. Er werd een voornamelijk door de Koninklijke Marine bemande kustwacht geïnstalleerd, die controle op drugstoevoer via zee moest uitvoeren. De Amsterdamse politie startte, samen met het Arubaanse korps, een onderzoek naar Colombiaanse drugskartels die via Aruba Nederland bewerkten. Een team van de Centrale Recherche Informatie begon een onderzoek naar de aanwezigheid van Nederlandse criminelen op Aruba.

De toevloed van zoveel argwanende Hollanders paste nog redelijk in de traditie van de MEP. Die partij, zegt een ervaren ambtenaar op het eiland, is door zijn jarenlange bestuurservaring enigszins gewend aan de Nederlandse ambtelijke mores. Maar de AVP van Eman denkt anders, Caraïbischer, over ambtenaren: zij zijn politieke functionarissen die zich moeten verenigen met de politieke doelen van de minister - zelfs als ze lid zijn van het openbaar ministerie. In de visie van Jossy Mansur: “Alles is politiek op Aruba. Ook het openbaar ministerie.”

De doorsnee-Arubaan kon weinig waardering opbrengen voor de plotselinge expansie van de Nederlandse aanwezigheid. Die ontleende zoveel eigenwaarde aan de voorspoedige economische ontwikkeling, dat de massale toestroom van Nederlandse speurders werd uitgelegd als een herintroductie van de oude kolonialistische knoet.

Maar het ongerief kende ook andere oorzaken, vooral in het zakenmilieu. “Ik kreeg dreigtelefoontjes”, zegt Hendrik Croes. “Geen intimidatie was ze te gek. Het kwam zelfs voor dat twee criminelen in een door de politie afgeluisterd telefoongesprek mij aanwezen als drugsdealer. Ik heb het kunnen ontzenuwen tegenover Hirsch Ballin, maar Mansur vult er tot op de dag van vandaag Diario mee.”

Misschien wel het grootste gevaar dat het Arubaanse zakenmilieu zag, was de komst naar het eiland van de BVD, de Binnenlandse Veiligheidsdienst. Die moest uiteraard geheim blijven maar lekte binnen de kortste keren toch uit. “Ik heb destijds bezoek gekregen van Docters van Leeuwen (toen BVD-hoofd, red.) om af te spreken wat zijn dienst ging doen”, aldus Hendrik Croes. Het betrof de registratie van binnenkomend witwasgeld en de internationale uitwisseling van de informatie die dat opleverde. “Vooral de samenwerking met de Amerikanen op dit punt was heel goed.”

De BVD-activiteiten leidden niet alleen tot een verbeterd inzicht in de mate waarin Aruba spil in de internationale misdaad was geworden. Uit de gegevens bleek dat alleen in 1992 al 330 miljoen dollar via Aruba werd witgewassen, waarmee duidelijk werd dat het probleem voor het eilandje niet langer viel te beheersen: de omvang van de witwasactiviteiten ontsteeg de jaarlijkse inkomsten van de Arubaanse overheid verre. “Hieruit”, zegt een over het BVD-werk geïnformeerde ambtenaar, “kon je afleiden dat geen enkele Arubaanse regering in staat was de invloed van de drugsmafia nog langer onder controle te houden.” Dat eerst fractievoorzitter Bolkestein van de VVD Aruba vorig jaar tot een 'roversnest' bombardeerde en enkele weken geleden de vier voorzitters van de grote Tweede-Kamerfracties zich uiterst kritisch toonden over de toestand op het eiland, is daarmee ook verklaard: precies deze vier parlementariërs vormen de BVD-commissie in de Tweede Kamer.

Vertrouwenscrisis

De BVD-gegevens waren méér dan alleen een hoeveelheid kale cijfers. Ze behelsden ook namen en rugnummers - de uitvoerders en de profiteurs van het witwassen. Vandaar dat ze in 1994 onderwerp werden van een ongekende, maar in stilte afgewende vertrouwenscrisis met Nederland.

De verkiezingen van dat jaar hadden Henny Eman opnieuw aan de macht gebracht. De MEP verloor nipt en Eman kon alleen in het zadel worden geholpen door een coalitie te vormen met een nieuwe partij, OLA, geleid door Glenbert Croes, zoon van Bettico. Zijn campagne werd, net als die van Eman, goeddeels gefinancierd door Jossy Mansur. Diens krant Diario beschreef Glenbert als de toekomstig leider van het eiland. Hendrik Croes: “Dat uitgerekend de zoon van Bettico, geregisseerd door Jossy Mansur, terecht moest komen in het kamp van de drugsmafia, is een ongekend drama voor onze familie.” Inmiddels is het nog erger geworden, vertelt hij. Vorig jaar trouwde zijn broer Rudy met een telg uit de Mansur-dynastie. “Jossy gebruikt alle middelen ons als tegenstander uit te schakelen. Het is diep tragisch.”

In de nieuwe coalitie was minister van Justitie, Watty Vos, die in Nederland geen beste naam had, officieel beheerder van de BVD-gegevens. Deze waren opgeslagen bij de Veiligheidsdienst Aruba, VDA, de zusterorganisatie van de BVD op het eiland. Het hoofd van die dienst, Marinus Ras, sloeg in oktober 1994 alarm bij minister Voorhoeve van Arubaanse Zaken.

“Onbevoegden”, wordt nu officieel verklaard, wilden volgens Ras inzage in de VDA-dossiers hebben. Voorhoeve besloot daarop onmiddellijk actie te ondernemen, bevestigt een betrokken ambtenaar: op 11 oktober 1994 's nachts haalde de Koninklijke Marine de archieven van de VDA weg en bracht ze onder op de marine-kazerne van Curaçao. Het was niet alles: elf dagen later gelastte Voorhoeve bij Koninklijk Besluit (nr. 9400895) dat de interne veiligheid van Aruba voortaan niet meer onder minister Vos viel. Pas nadat de afscherming van de VDA-archieven was gegarandeerd, werden ze geretourneerd naar Aruba en kreeg Vos zijn bevoegdheid terug. Het kabinet-Eman zette daarop Marinus Ras op non-actief, waarover de oppositie niet ophoudt schande te roepen.

“De gegevens van de de BVD die bij de VDA lagen”, zegt de betrokken ambtenaar, “gaan voor een goed deel over Jossy Mansur. Ze vertellen vrij specifiek hoe hij witwast. Maar voor vervolging zijn ze niet te gebruiken omdat de feiten niet in een strafrechtelijk onderzoek door een daarvoor bevoegde instantie zijn verzameld.” Mansur ontkent iets met witwassen te maken te hebben, schimpt op de BVD, maar wil graag een goed woord aan minister Vos wijden. “Ik ken Watty al sinds we kinderen waren. Uitstekende minister, een van onze beste mensen.”

Het incident met de BVD/VDA kende een lange nasleep: het vertrouwen tussen Nederland en Aruba was geknapt. In korte tijd volgde een reeks incidenten, stuk voor stuk met in de hoofdrol Eman, Vos en procureur-generaal J. Zwinkels, die in de AVP smalend “het vriendje van Hendrik Croes” wordt genoemd.

Steeds gingen de incidenten erover dat Zwinkels door de regering-Eman werd ontmoedigd of belemmerd bij het onderzoeken van overheidscorruptie. Het klapstuk kwam toen het na een wetswijziging mogelijk was geworden twee neefjes van Jossy Mansur, die beide voor hem werken, uit te leveren aan de VS, waar ze van witwassen worden verdacht. Toen ineens kreeg Zwinkels van minister Vos opdracht vervolging tegen de twee op Aruba in te stellen, met als effect dat de VS geen uitlevering konden vragen. Zwinkels weigerde, Vos gaf hem een aanwijzing, en toen Zwinkels vervolgens informatie over de twee aan de VS vroeg, kreeg hij te horen dat de VS iedere medewerking aan vervolging op Aruba al een jaar eerder aan minister Vos had geweigerd. “Ik word om de tuin geleid door mijn eigen minister”, merkte Zwinkels in kleine kring op.

De kluwen van conflicten was niet meer te ontwarren. De Nederlandse regering stelde de commissie-de Ruiter in om een eind te maken aan de justitiële crisis op Aruba. De aanbevelingen werden afgelopen week in Den Haag met wederzijds respect besproken. Maar of dat tot verdwijning van de knoeknoe-politiek leidt wordt niet alleen in Nederland betwijfeld. In de Money Laundering Chart van de Amerikaanse regering van dit jaar staat Aruba als high priority country aangemerkt, hoewel de VS instemmend vaststellen dat alle wetgeving voor een accurate bestrijding van witwassen aanwezig is. Maar, schrijven de Amerikanen: “De vraag is of ook de politieke wil er is, nu overheidscorruptie een effectieve bestrijding van witwassen tot nog toe in de weg heeft gestaan.”