Bondsdag gispt Iran, handhaaft relaties

BONN, 30 NOV. De Duitse Bondsdag heeft gisteren Iraanse protesten tegen een vermeend politiek proces van de hand gewezen, maar tegelijkertijd een oproep van de oppositie om de banden met Iran te beperken naast zich neergelegd.

De Bondsdag veroordeelde dreigementen van Iraanse geestelijken tegen een Duitse aanklager die onlangs het Iraanse leiderschap ervan beschuldigde opdracht te hebben gegegeven tot de moorden op drie Iraanse Koerdische leiders en hun tolk in 1992 in Berlijn. Iraanse beschuldigingen dat het nog lopende proces tegen een Iraanse verdachten en enkele Libanese medeplichtigen politiek gemotiveerd is, werden verworpen. Een ontwerp-resolutie van de oppositionele sociaal-democraten (SPD) en Groenen, waarin werd opgeroepen tot bevriezing van wapenexporten en tot beperking van de diplomatieke contacten tot het minimaal noodzakelijke, haalde het echter niet.

Tegelijkertijd arriveerde in Bonn een brief van de Iraanse president Rafsanjani, die eerder had gezegd verslechtering van de onderlinge relaties te willen voorkomen. Duitsland is de belangrijkste handelspartner van Iran. Het bureau van bondskanselier Helmut Kohl weigerde in te gaan op de inhoud van de brief.

In Teheran goot een zeer conservatieve Iraanse geestelijke, ayatollah Ahmad Jannati, olie op het vuur met de uitspraak dat de Iraniërs de Duitse beschuldigingen tegen het leiderschap niet zullen tolereren. “U zag het lot van Salman Rushdie na zijn beledigingen en onbeschoftheden”, zei Jannati tijdens het vrijdaggebed. De Britse schrijver leeft ondergedoken en onder permanente bewaking sinds hij in 1989 door imam Khomeiny ter dood werd veroordeeld wegens godslastering. (Reuter)